Skip to main content
  • Nieuws
  • Ondernemers & Co: Sanctorum&Co - Verduidelijking over verstrengd VVPRbis-regime

Ondernemers & Co: Sanctorum&Co - Verduidelijking over verstrengd VVPRbis-regime

  • 21/10/2022

Sinds 1 januari 2022 zijn de toepassingsvoorwaarden van het VVPRbis-regime aangescherpt. Wilt u er vandaag nog van genieten, dan moeten de initiële inbrengen volstort zijn. Het gevolg is dat heel wat vennootschappen die bij de komst van het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen (WVV) hun kapitaal verlaagden door middel van een vrijstelling tot volstorting om van VVPRbis te genieten, zich nu moeten regulariseren om daar alsnog van te kunnen genieten.

De toepassing van het VVPRbis-regime heeft sinds de invoering van het nieuwe WVV al enkele koerswijzigingen ondergaan. Bent u nog mee?

Wat is het VVPRbis-regime?

Het VVPRbis-regime laat toe om dividenden van kleine en middelgrote vennootschappen onder bepaalde voorwaarden uit te keren aan een verlaagd tarief roerende voorheffing van 15% of 20%. Normaal bedraagt het tarief 30%.

Om in aanmerking te komen van dit verlaagd tarief moeten de dividenden o.a. voortkomen uit nieuwe aandelen op naam, uitgereikt naar aanleiding van een inbreng in geld gedaan vanaf 1 juli 2013. De volledige inbreng moet bovendien volstort zijn op het moment van de uitkering.

Nieuw vennootschapsrecht heeft onbedoelde gevolgen voor VVPRbis

Op het moment van de inwerkingtreding van het VVPRbis-regime, konden bepaalde vennootschappen enkel worden opgericht met een wettelijk vastgesteld minimumkapitaal. Vennootschappen waarvoor geen minimumkapitaal gold, zoals een commanditaire vennootschap, kwamen pas voor het VVPRbis-regime in aanmerking wanneer zij voldeden aan de kapitaalvereiste van de bvba.

Het nieuwe vennootschapsrecht vereist niet langer dat de bv over een minimumkapitaal beschikt. De kapitaalvereiste voor de toepassing van het VVPRbis-regime werd als gevolg daarvan afgeschaft. Bestaande vennootschappen waarvan het kapitaal slechts gedeeltelijk volstort was, verminderden daarom hun kapitaal door middel van een vrijstelling tot volstorting.

Zo probeerden ze ook gebruik te maken van het VVPRbis-regime. Maar dat was nooit de bedoeling van de wetgever.

Verstrenging voorwaarden VVPRbis

De toepassingsvoorwaarden van het VVPRbis-regime zijn daarom sinds 1 januari 2022 verstrengd. Om nog te kunnen genieten van dit regime, moeten de initiële inbrengen volstort zijn.

Voor vennootschappen die tussen 1 mei 2019 (inwerkingtreding nieuw WVV) en 15 december 2021 beslisten over te gaan tot een vrijstelling van de volstorting van de onderschreven aandelen geldt een overgangsmaatregel. Ze komen alsnog in aanmerking voor het VVPRbis-regime, op voorwaarde dat ze een kapitaalverhoging doorvoeren tot het initiële niveau van de onderschreven inbreng.

De beoogde kapitaalverhoging heeft geen invloed op de wachttermijn die geldt voor de uitkering onder het VVPRbis-regime. Deze wachttermijn loopt vanaf de datum van de initiële inbreng en begint dus niet opnieuw te lopen na de kapitaalverhoging.

Circulaire verduidelijkt volstortingsplicht

Ondanks de wetswijziging was het nog altijd niet duidelijk of vennootschappen die een kapitaalvermindering door middel van vrijstelling van volstorting hadden doorgevoerd nog konden genieten van het VVPRbis-regime bij uitkeringen na 1 januari 2022 op voorwaarde dat zij daarna tijdig tot regularisatie overgingen.

De circulaire 2022/C/42 verduidelijkt dat punt. Een dividenduitkering na 1 januari 2022, gevolgd door een tijdige regularisatie (voor 31/12/2022) van het kapitaal volstaat niet. Volgens de circulaire kan pas opnieuw van het VVPRbis-regime genoten worden voor dividenden uitgekeerd nadat de kapitaalvermindering is geregulariseerd en de initiële inbreng volledig volstort is.

Regulariseren of alternatief overwegen?

De toepassingsvoorwaarden van het VVPR-bis regime zijn opnieuw verstrengd. Om op heden nog van het regime te kunnen genieten, moeten de initiële inbrengen volstort zijn. Vennootschappen die naar aanleiding van het nieuwe WVV hun kapitaal verlaagd hebben door middel van vrijstelling tot volstorting, moeten dat nu regulariseren. Voor heel wat vennootschappen kan het daarom interessant zijn om als alternatief de aanleg van liquidatiereserves te overwegen.

Frank Sanctorum en Elke Sanctorum, SANCTORUM & CO BV

Sanctorum&Co

Vraag het @ Voka

Een prangende vraag? Wij antwoorden binnen de 2 werkdagen!

Stel hier jouw vraag

Artikel uit publicatie