Skip to main content
  • Nieuws
  • Ondernemers & Co: Marlex - Contractuele schadevergoedingen: let op voor de btw!

Ondernemers & Co: Marlex - Contractuele schadevergoedingen: let op voor de btw!

  • 03/06/2022

In quasi elke overeenkomst kan men een schadebeding terugvinden, denk maar bijvoorbeeld aan de standaard clausules in geval van niet-tijdige betaling van een factuur. Wat vaak over het hoofd wordt gezien, is de vraag of dit schadebeding ook gevolgen voor de btw met zich meebrengt.

1. Schadevergoedingen zijn principieel niet onderworpen aan de btw

Een vergoeding voor schade is in beginsel niet aan de btw onderworpen, omdat tegenover de ontvangen vergoeding de facto geen (tegen)prestatie staat.

In de praktijk blijkt dat schadevergoedingen in de contractuele sfeer verschillende vormen kunnen aannemen, waarover wel eens discussie bestaat. Vaak is de grens tussen een schadeloosstelling en de prijs voor een dienst flinterdun. Het belangrijkste kenmerk van een “werkelijke schadevergoeding” is dat de vergoeding dient om geleden schade te compenseren en niet als vergoeding voor bepaalde dienstprestaties. Is dit laatste wel het geval, dan is er sprake van een dienst onder bezwarende titel, waarop btw verschuldigd is.

2. Wanneer is er btw verschuldigd?

Uit een samenlezing van de voornaamste arresten van het Europees Hof van Justitie kunnen verschillende voorwaarden afgeleid worden om te bepalen of er sprake is van een dienst onder bezwarende titel.

  • a. Er bestaat een rechtstreeks verband tussen de verrichte dienst en de ontvangen tegenprestatie. Bijvoorbeeld: voorschotten bij de reservatie van een hotelverblijf zijn werkelijke schadevergoedingen i.g.v. annulatie, omdat deze geen rechtstreeks verband hebben met het verstrekken van logies. Het verzoek om een verblijf te reserveren kan immers perfect aanvaard worden zonder de betaling van een voorschot.
  • b. De betaalde bedragen vormen een daadwerkelijke tegenprestatie voor een individualiseerbare dienst. Bijvoorbeeld: een straatmuzikant die Zonder huwelijkscontract Huwt u zonder huwelijkscontract, dan bent u gehuwd onder het wettelijk stelsel dat 3 vermogens omvat: het eigen vermogen van elk van de echtgenoten, waartoe de goederen behoren van vóór het huwelijk alsook de goederen verworven tijdens het huwelijk via schenking of erfenis, én een gemeenschappelijk vermogen. Dit laatste vermogen omvat de goederen verworven tijdens het huwelijk onder bezwarende titel, de gespaarde beroepsinkomsten, alsook de inkomsten van eigen goederen (bv. huurinkomsten van een onroerend goed dat aan een van de echtgenoten toebehoorde vóór het huwelijk, opbrengsten van beleggingen die 1 van de partners heeft geërfd). Redactie van het huwelijkscontract: maatwerk Middels een huwelijkscontract kan u een aantal regels van het wettelijk stelsel naar uw hand zetten die meer rekening houden met uw familiale en financiële situatie. Bijvoorbeeld wanneer u wenst dat de inkomsten van uw eigen goederen toch behoren tot uw eigen vermogen. Het kan ook interessant zijn om bepaalde eigen goederen gemeenschappelijk te maken. Bijvoorbeeld wanneer u samen wenst te bouwen op een grond die één van de partners geschonken kreeg; of om de erfbelasting te spreiden over 2 nalatenschappen in het kader van vermogensplanning. U kan in uw huwelijkscontract ook afwijkende verdelingsregels (keuzebeding) voorzien zodat de langstlevende meer rechten krijgt op het gemeenschappelijk vermogen. Ten slotte kunnen echtgenoten met kinderen uit eerdere relaties hun erfaanspraken in van voorbijgangers kleingeld ontvangt verricht geen dienst, aangezien het kleingeld evident niet beschouwd kan worden als de werkelijke tegenwaarde voor een muzikale dienst.
  • c. Het recht om gebruik te maken van een dienst. Bijvoorbeeld: de aankoop van een vliegticket is een dienst onder bezwarende titel, ook indien de passagier de vlucht niet neemt. De passagier had immers het recht om gebruik te maken van de diensten van de luchtvaartmaatschappij. Hetzelfde geldt voor andere sectoren waarbij men een vooraf betaalde prijs mag behouden bij het niet opdagen van de klant, zoals bijvoorbeeld bij voetbaltickets of concerttickets. Deze vergoedingen worden niet beschouwd als schadevergoeding. In dezelfde zin oordeelde het Europees Hof van Justitie over opzeggingsvergoedingen die betaald moeten worden naar aanleiding van de vroegtijdige beëindiging van een overeenkomst van bepaalde duur. Indien (1) de vergoeding overeenstemt met de resterende maandelijkse abonnementsgelden of (2) indien de vergoeding vooraf bij het afsluiten van de overeenkomst wordt bepaald volgens duidelijke criteria, wordt de vergoeding geacht onlosmakelijk deel uit te maken van de totale prijs, waardoor deze de werkelijke tegenprestatie vormt van de dienst die onderworpen is aan de btw.
  • d. De prestaties zijn afhankelijkheid van elkaar. Ingeval twee prestaties van elkaar afhankelijk zijn, is er ook sprake van een rechtstreeks verband tussen de verrichte dienst en de ontvangen vergoeding.

3. Conclusie

Men mag er niet automatisch van uit gaan dat contractuele schadevergoedingen ook in btw-opzicht steeds zo beschouwd worden. Bijzondere aandacht moet dan ook uitgaan naar de verbrekings- of opzeggingsvergoedingen die betaald worden naar aanleiding van het niet-respecteren van de minimale contractduur (bijvoorbeeld bij verhuring van roerende goederen of abonnementen).

Bijstand van een expert bij de analyse van uw clausules waarbij een schadevergoeding wordt gevraagd zijn in deze materie dus zeker geen overbodige luxe. De gevolgen van een onterechte kwalificatie als schadevergoeding zijn immers niet mis en kunnen leiden tot een navordering van btw, boetes en nalatigheidsinteresten.

Elke Malfait en Elise Claeys

Marlex

Vraag het @ Voka

Een prangende vraag? Wij antwoorden binnen de 2 werkdagen!

Stel hier jouw vraag

Artikel uit publicatie