Skip to main content
  • Nieuws
  • Ondernemers & Co: CaptitalatWork - Van offshoring naar reshoring

Ondernemers & Co: CaptitalatWork - Van offshoring naar reshoring

  • 20/05/2022

Alle productieactiviteiten werden vanaf de jaren 90 in toenemende mate uitbesteed naar lagere loonlanden. Deze “offshoring” heeft het aanzicht van de wereldeconomie ingrijpend veranderd, met zijn positieve en negatieve effecten. De delokalisatiegolf zorgde ervoor dat honderden miljoenen mensen in het vroegere Oost-Europa, China en India werden ingeschakeld in het wereldwijde productieproces. Dit heeft geleid tot de grootste welvaartstoename binnen een generatie die de mensheid ooit heeft meegemaakt: ze bracht bijna een miljard mensen van een laag inkomen, in vele gevallen zelfs vanuit de bitterste armoede, naar een menswaardig bestaan in de middenklasse. En het leverde ons in het Westen een vloed van goedkope producten op waardoor we onze economie steeds meer richting diensten met hogere toegevoegde waarde konden oriënteren.

Doch een aantal beleidsfouten in dit proces hebben ook geleid tot de wankele financiële basis waarop de wereldeconomie vandaag rust. Het vasthouden aan een vaste wisselkoers van de Yuan ten opzichte van de US dollar om de Chinese competitiviteit niet aan te tasten, leidde tot het perverse mechanisme waarbij de enorme Chinese handelsoverschotten automatisch werden gerecycleerd naar Treasuries. Dit hield de rente in de VS laag en heeft zo mee de huizenbubbel gevoed die in 2008 tot de implosie van het financieel systeem leidde. Maar ook de toenemende sociale spanningen, die vandaag het maatschappelijk beeld kenmerken, zijn er een gevolg van: arbeiders zagen hun lonen onder toenemende druk komen door wat ze als oneerlijke concurrentie vanuit China beschouwden. Deze spanningen werden genadeloos uitgebuit door populistische politici, die haarfijn aanvoelden hoe ze het ongenoegen van de massa in eigen politiek gewin konden vertalen. De verkiezing van Trump (en de brexit) vormden in 2016 een eerste signaal dat de limieten van de globalisering werden bereikt.

In feite waren al vóór 2016 een aantal onderliggende economische tendensen aan de gang die het begin van het einde van de globalisering inluidden. Vooral China was het slachtoffer van zijn eigen succes geworden en de lonen waren er snel aan het stijgen. De productie van goedkope basisproducten was er eigenlijk al vóór Trump’s verkiezing op de terugweg. Maar met Trumps handelsoorlog met China was het hek helemaal van de dam: de tarievenoorlog werd de eerste serieuze streep door de rekening van de geglobaliseerde productieketting. De pandemie deelde daarna een tweede zware slag uit aan het systeem. Al vlak na het uitbreken van corona in Wuhan werd duidelijk hoe kwetsbaar we waren voor een onderbreking van een in één regio geconcentreerde productieketting. Daarop stuurden de grote schommelingen in ons consumptiepatroon de ganse logistieke ketting in de war. Dit resulteerde in grote prijsstijgingen van het containervervoer, wat betekende dat het transport van veel lagemargeproducten zo duur werd dat de ganse winstmarge in rook opging. En als klap op de vuurpijl zou de oorlog in Oekraïne ons onze grote afhankelijkheid van de strategische levensnoodzakelijk energie en voeding doen inzien.

Kortom, we staan op een omslagpunt waarbij, voor bedrijven, de bevoorradingszekerheid en zelfvoorzienendheid de bovenhand beginnen te nemen over de goedkoopste oplossing. Just-in-case is belangrijker geworden dan just-in-time.

Een recente enquête van het managementadviesbureau A.T. Kearney onder Amerikaanse bedrijfsleiders van industriële bedrijven bevestigt dit. 47% van de ondervraagden stelde dat hun bedrijf in de voorbije 3 jaar al activiteiten had teruggebracht naar de VS en nog eens 29% gaf aan dat ze besloten hadden dat over de komende 3 jaar te doen. Ook interessant waren de motieven waarom men activiteiten terugbracht. Kleinere bedrijven gaven als belangrijkste motief de wens om beter grip te krijgen op de kwaliteit van de geleverde producten, aan. Het terugdringen van de spuigaten uitlopende logistieke kosten en leveringstijden was voor hen ook cruciaal. Voor de grote bedrijven primeerde nog steeds het kostenmotief, maar ook de beschikbaarheid van arbeidskrachten bleek een verassend tweede motief bij het beslissen naar waar te heralloceren. Ten slotte bleek uit de rondvraag dat ook het duurzaamheidsaspect een steeds belangrijker element is bij de herallocatiebeslissing. Het verminderen van de ecologische voetafdruk werd door de respondenten zelfs belangrijker ingeschat dan de bescherming van intellectuele eigendomsrechten, een andere vaak aangehaalde reden om dichter bij huis te produceren.

Het ziet er meer en meer naar uit dat de hoogdagen van de globalisering achter de rug zijn en dat de wereldeconomie zich gaat opdelen in enkele grote machtsblokken die minder met elkaar gaan handelen. Hopelijk leidt dit ook tot een herstel van de sociale vrede in onze omstreken.

Christophe Van Canneyt, Senior Portfolio Manager CapitalatWork NV

Vraag het @ Voka

Een prangende vraag? Wij antwoorden binnen de 2 werkdagen!

Stel hier jouw vraag

Artikel uit publicatie