Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Welke Messias lost met een 30-uren werkweek de krapte op de arbeidsmarkt op?
  • 07/02/2020

Welke Messias lost met een 30-uren werkweek de krapte op de arbeidsmarkt op?

Met een zekere regelmaat duikt het debat over arbeidsduurvermindering met loonbehoud op. Op zaterdag 8/02 ga ik zelf het debat aan met Olvier Pintelon en Hans De Witte in Nachtwacht op Canvas. Maar hierbij alvast de essentie. Arbeidsduurvermindering met loonbehoud klinkt velen wellicht als muziek in de oren. Het lijkt een antwoord op de toegenomen werkdruk, de nood om meer mensen aan het werk te stellen en tot slot een rechtvaardige verdeling van zorgtaken tussen mannen en vrouwen. Maar voor elk van deze uitdagingen zijn er betere alternatieven. Het debat moet eigenlijk gaan over de echte prangende kwestie: hoe kunnen we met meer mensen langer aan de slag gaan en blijven?

België behoort bij de top wat levenskwaliteit betreft en de combinatie arbeid-gezin is voor de meeste mensen goed geregeld. De werkkwaliteit is goed, met uitzondering van een toegenomen werkdruk die zich vertaalt in stress. De oorzaak van deze werkdruk ligt in de toegenomen krapte op de arbeidsmarkt. Er is een recordaantal vacatures, meer dan in andere landen, alsook een recordaantal ondernemingen met productiebelemmeringen. Daardoor blijven orders open staan, blijft vervanging of uitbreiding uit en moeten de werknemers een tandje bijsteken. Met zijn allen minder gaan werken lost niets op, wel zorgen dat meer mensen aan de slag gaan met de juiste scholing en ervaring.

Werk is niet statisch

Dat minder werken zou leiden tot herverdeling en dus meer mensen aan het werk, werd al meermaals weerlegd. Enkel Jezus kon met vijf broden en twee vissen een grote groep mensen eten geven. 10% minder werken betekent niet 10% meer mensen aan het werk maar wel 10% minder output, minder welvaart en dus minder inkomsten om alle sociale noden in de sociale zekerheid te financieren. 

Een vermindering naar 30 uren met loonbehoud zou bovendien betekenen dat de loonkost stijgt met 27%, waardoor het aantal jobs afneemt. Als mirakeloplossing wordt dan een productiviteitsstijging voorgesteld. Die is de laatste jaren zeer laag. De beperkte groei die er is, wordt bovendien al aangewend voor loonstijgingen en de toegenomen financiering van de sociale zekerheid. Je kan een euro geen 2 keer uitgeven. 

Richten op de juiste uitdagingen

Willen we die broodnodige productiviteitsstijging de komende jaren en decennia realiseren, dan zullen we andere vraagstukken moeten oplossen. Ten eerste, zorg voor permante vorming. We dreigen een deel van de beroepsbevolking te verliezen in deze digitale/technologische tijden als er niet tegelijk bijgespijkerd wordt op vlak van competenties en ervaring. Zonder deze vorming worden productiviteitsstijgingen sowieso amper realiseerbaar. 

Ten tweede, zet in op activering van alle inactieven, ongeacht in welk uitkeringsstelsel ze verblijven. Het mechanisme van communicerende vaten tussen werkloosheid, bijstand en ziekte moet doorbroken worden. De vele vacatures en de heersende krapte vragen dat we iedereen met arbeidspotentieel maximaal ondersteunen en opvolgen richting werk. 

Tot slot moet de arbeidsmarkt zelf ook versoepeld worden zodat ondernemingen en hun werknemers onderling sneller kunnen inspelen op de gevraagde flexibiliteit.
 

Contactpersoon

Sonja Teughels

Senior Adviseur Arbeidsmarkt

ING
SD  Worx