Wat u moet weten over het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen

17/03/2017 , Joke Verbeke - directeur communicatie

Beleidsplan Ruimte VlaanderenDe Vlaamse regering keurde onlangs het witboek ‘Beleidsplan Ruimte Vlaanderen’ (BRV) goed. Daarin geeft ze aan hoe onze schaarse ruimte in de toekomst zal kunnen worden benut. Het BRV wordt in de pers vernauwd tot de ‘betonstop’, maar gaat over veel meer dan dat.

Kan er vanaf volgend jaar niet meer gebouwd worden?

Pas vanaf 2040 mag er geen bijkomende open ruimte meer worden ingenomen. Tussen nu en 2040 kan er in principe nog 30.000 hectare ruimte worden aangesneden voor wonen, werken, recreatie,… Daarvan kan nog zo’n 5.500 hectare direct aangewend worden voor bijkomende woningen. Er is zeker nog ruimte voor zo’n 100.000 bijkomende woningen. Vanaf 2050 mag er niet bijkomend verhard worden zonder ergens anders te ontharden.


Is het haalbaar om geen nieuwe open ruimte meer in te nemen?

Wellicht, want ons ‘ruimtebeslag’ neemt sterk af: in 2013 werd 6 hectare open ruimte per dag aangesneden. Tegen 2025 zal dat cijfer vanzelf al halveren tot 3 hectare per dag. De inspanning om daarna tot 0 ha te komen, zal moeilijker maar niet onmogelijk zijn. Die ambitie zal wel grote wijzigingen vereisen in ruimtelijke ordening, mobiliteit en woonfiscaliteit. Alle neuzen zullen in dezelfde richting moeten staan: lokale overheden zullen hun stedenbouwkundige voorschriften moeten versoepelen en burgers zullen moeten tolereren dat hun buren hoger mogen bouwen.

 

Is de rechtszekerheid gewaarborgd?

Ja, er kan niet zomaar worden geraakt aan de huidige eigendomsrechten van gronden. Eigenaars zullen hun grond kunnen benutten, hun bouwrechten kunnen verhandelen of een compensatie krijgen van de Vlaamse regering. Daarvoor zal dus een aanzienlijk budget moeten worden vrijgemaakt.

 

Komt er plaats bij voor bedrijven?

In principe wel, want we hebben nog zo’n 3.000 hectare die bijkomend voorzien is voor economische activiteiten. Vaststelling is wel dat het witboek geen afzonderlijke oppervlaktedoelen meer formuleert voor bestemmingen zoals wonen, industrie, recreatie,… Die worden herleid tot één kwantitatief pakket, omdat functies toch meer moeten worden verweven. Het risico bestaat dat de gereserveerde hectaren voor bedrijventerreinen opgesoupeerd zullen worden door andere bestemmingen. Anderzijds biedt die werkwijze ook opportuniteiten, doordat aan gemeenten meer flexibiliteit wordt geboden en bedrijvigheid kan ontstaan waar dat voorheen moeilijk was.
 

Wat vindt Voka daarvan?

We pleiten met Voka voor realisme en gezond verstand. Vlaanderen is geen blanco blad, dus een ‘betonstop’ kan nooit absoluut zijn, ook niet na 2040. We zullen flexibiliteit nodig hebben om gepast te kunnen reageren op toekomstige problemen en opportuniteiten op het vlak van demografie en economie. Het komt er dan op aan om dat bijkomende ruimtebeslag elders op een slimme manier te compenseren.

Voka begrijpt dat een concept als de ijzeren voorraad wordt herbekeken. Maar uiteraard blijft het belangrijk dat economische opportuniteiten benut kunnen worden als die zich aanbieden. Daarom zal een minimale voorraad steeds noodzakelijk zijn. Dat betekent echter niet dat daarvoor per definitie onaangeroerde gebieden moeten worden aangesneden.

 

Jonas Plouvier - regioverantwoordelijke Westhoek - 056 23 50 50 - jonas.plouvier@voka.be