Skip to main content
Wat ligt er morgen op ons bord?
  • 18/11/2019

Wat ligt er morgen op ons bord?

Van nieuwe trends bij conscious consumers tot maatschappelijke uitdagingen rond ons klimaat en onze gezondheid: ze pushen onze (Oost-)Vlaamse voedingsproducenten en ingrediëntenleveranciers om vandaag te investeren in de voeding van morgen. Die is duurzaam, deels plantaardig, transparant, gezond én lekker. Een voorsmaakje.

Ooit aten we dieren, dat is de prikkelende en controversiële titel van het nieuwste boek van Roanne van Voorst, de Nederlandse antropologe (35) die vegetariër werd op haar zestiende en veganiste op haar 33ste.  Ze beschrijft de maatschappij na de ‘eiwittransitie’. Het ‘carnistische’ model heeft de baan geruimd voor het veganistische. Diereneters zijn planteneters geworden. Ze doet boude voorspellingen, zoals: “In 2035 is tachtig procent van het aanbod in de supermarkt plantaardig.” 

Ondergetekende was drie jaar geleden nog een fervente carnivoor, die zweerde bij zijn dagelijks stukje vlees, maar is nu een flexitariër die bewust één of meer dagen per week geen vlees eet en evenzeer geniet van een erwtenburger of pompoensalade. Omdat ik veel meer dan vroeger kritischer nadenk over dier- en milieuvriendelijkheid, maar ook omdat ik me zo fitter in mijn vel voel. Was vegetarisme in de jaren negentig nog iets voor de geitenwollensokkenhippies, dan is in 2018 volgens EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) 7% van de Belgen vegetariër, 1% is veganist, 16% eet regelmatig vegetarisch en 44% eet minder vlees dan de jaren voorheen.

Eitwitrevolutie

De eiwitrevolutie moet vandaag nog doorbreken, voor alle duidelijkheid. Maar the future is vegan, of toch deels. Er is een evolutie richting plantaardig en gezonder eten, ook al heeft vlees nog steeds zijn plaats in een evenwichtig voedingspatroon. De westerse consument wil in ieder geval meer transparantie: wat ligt er op mijn bord, wat is de nutritionele waarde, waar komt het vandaan én wat is de impact op het klimaat? Hij wil zijn voeding ook (opnieuw) vertrouwen. De dioxinecrisis, gekkekoeienziekte, of onlangs nog de listeria-bacterie, schudden ons wakker. 
Nadia Lapage, secretaris-generaal van Fevia Vlaanderen, bevestigt de trend dat een deel van de consumenten bewuster omgaat met voeding: “Onze voedingsbedrijven zijn niet blind. Ze kijken naar nieuwe trends in België én het buitenland, want gemiddeld 50% van de omzet wordt via export gerealiseerd. Enerzijds zien we consumenten die gezonder willen eten, dus minder verzadigde vetten, zouten, en suikers verorberen. Anderzijds zien we consumenten die gevoeliger worden voor circulair ondernemen, duurzame productie én verpakking van voeding.”

Wat ligt er morgen in ons bord?

In opdracht van het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO) publiceerde een studieteam van Technopolis en Blonk Consultants eind 2018 diepgaand onderzoek over de eiwittransitie. De studie schetst een objectief beeld van het potentieel voor Vlaanderen. Het streven naar een transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten in humane voeding komt voort uit drie maatschappelijke tendensen: dierenleed voorkomen, milieu-impact verlagen en gezonder eten. De laatste jaren kiezen consumenten in Europa en Noord-Amerika steeds vaker voor een alternatief voor vlees in hun menu. Hiermee stijgt ook de vraag naar alternatieve eiwitingrediënten, voor het produceren van bijvoorbeeld vleesvervangers. Daarnaast wordt er volop onderzoek gedaan naar alternatieven voor vlees, zoals kweekvlees. 

Voedingsmultinationals investeren in start-ups binnen de vleesvervangersindustrie en sluiten er partnerships mee. Voedingsreuzen als Nestlé en Unilever investeren fors in onderzoek naar vlees- en zuivelvervangers, omdat ze beseffen dat daar steeds meer vraag naar zal zijn. Nestlé, Europees marktleider en goed voor 1,5% van wat in onze winkelmand belandt,  heeft een lijst van 36 verbintenissen opgesteld voor 2020, om het aandeel suiker, verzadigd vet en zout te verlagen en het aandeel groenten en gezonde ingrediënten te verhogen in hun aanbod, wat een enorme impact heeft op hun R&D. 

Vandaag zijn ook kleinere Oost-Vlaamse vleesproducenten en -verwerkers ongetwijfeld achter de schermen bezig met die eiwittransitie, maar veel willen ze er nog niet over kwijt, bleek na een korte belronde. “Heel wat kmo’s in de vleessector beseffen dat ze de boot niet mogen missen, maar dat is niet evident als de middelen voor innovatie beperkt zijn, wat vaak het geval is bij kmo's. Grote bedrijven zijn sowieso de innovatievoorlopers, terwijl kmo’s innovatievolgers zijn”, zegt Nadia Lapage (Fevia). “Andere zetten in op korte keten, gezonder vlees zonder antibiotica en dierenwelzijn, zoals Breydel uit Gavere. In andere delen van de wereld zie je de vleesconsumptie dan weer fors toenemen, zoals in China. Vlees is daar een teken van vooruitgang. Net zoals bij ons in grootvaders tijd, met een rosbief als feestmaaltijd. Vegetarisme en veganisme zullen volgens mij altijd een niche blijven, maar ik meen wel dat het aantal flexitariërs zal toenemen. Ook in de melkverwerkende industrie zie je verschillende spelers die op dit moment groeien via niet-dierlijke melkproducten, zoals lactosevrije producten op basis van soja of rijstmelk, zowel voor de thuis- als Aziatische markt.”

We leveren nieuwe ingrediënten en innovatieve oplossingen voor voedingsproducten die beantwoorden aan de huidige trends van gezonde en evenwichtige voeding

Geert Feys, Ingrizo

Geert Feys, CEO Ingrizio

Een relatief jonge speler die mee surft op die trend naar gezonde en evenwichtige voeding is Ingrizo uit De Pinte, een leverancier van grondstoffen, ingrediënten en additieven voor de levensmiddelen- en gezondheidsindustrie in de Benelux. Internationale gereputeerde producenten en kmo’s doen beroep op de ingrediëntenleverancier die 12 medewerkers telt en zo’n 300-tal klanten.

IngrizioZaakvoerder Geert Feys: “We zijn steeds op zoek naar nieuwe ingrediënten om aan de vraag van de voedingsproducenten te beantwoorden. We willen daarbij via eigen onderzoek en in ons applicatielabo verder groeien via innovatieve oplossingen die beantwoorden aan de huidige trends van gezonde, evenwichtige en duurzame voeding. Als gevolg van de mondialisering proberen grote concerns en multinationals via centrale aankoopkantoren met grotere volumes betere condities te bedingen, waardoor zowel omzet en marge onder druk komen te staan.

Daarom zetten wij resoluut in op innovatie, technische kennis en advies  als extra toegevoegde waarde voor ons productportfolio naar onze klanten. De ontwikkeling van nieuwe ingrediënten en hun toepassingen moet ook leiden naar markten waar we op dit moment nog onvoldoende aanwezig zijn. Wij willen graag koploper worden in de markt van nieuwe, plantaardige alternatieve voedingswaren. En die kennis delen met klanten en partners.”

Bij Ingrizo loopt momenteel een ontwikkelingsproject waarbij het dierlijke ingrediënten (vlees, melk, eieren) in voedingswaren wil vervangen door bestaande én nieuw te ontwikkelen plantaardige ingrediënten via ‘herformulatie’ van recepturen, met aandacht voor clean label, allergenen, suikerreductie, caloriereductie, vezelverrijking en voedingswaarde. Denk aan: plantaardige bacon, brownies of mayonaise (zonder eieren maar met bruine tuinbonen). Geert Feys: “Nestlé begrootte de Belgische markt van alle mogelijke vleesvervangers op 41 miljoen euro. Dat betekent 2,4 procent van de totale vleesmarkt. Toch springt de Zwitserse beursgenoteerde voedingsreus op de kar van de plantaardige hamburgers. Hun Incredible Burger, met als ingrediënten soja, tarwe, rode biet, wortelen en paprika, prijkt al op het menu van de Duitse restaurants van de hamburgerketen McDonald's. Ingrizo wil proactief die markt bewerken en nieuwe concepten voorstellen.”

Vegan en lekker

In de afgelopen jaren zijn er inderdaad grote stappen in de productontwikkeling gemaakt: vleesvervangers zijn gezonder en smakelijker geworden. Bovendien kunnen smaak en textuur van vlees steeds beter worden nagemaakt door technologische ontwikkelingen. Aan onze universiteiten wordt onderzoek gedaan naar alle type eiwitingrediënten.
Sommige ingrediënten worden al op grote schaal ingezet als eiwitingrediënt zoals peulvruchten (soja, erwten, veldbonen en lupine), bijproducten uit de zetmeelindustrie (zoals aardappel en tarwe) en in mindere mate zaden (hennep en quinoa). Daarnaast bieden nieuwe eiwitbronnen zoals insecten (meelwormen en sprinkhanen), waterplanten (zeewier en waterlinzen) en microbiële eiwitten (zoals algen) potentieel voor de toekomst. Al deze eiwitingrediënten worden ingezet om vleesvervangers te produceren. Je hebt de eerste generatie vleesvervangers (zoals tofu, tempeh en seitan), de tweede generatie vleesvervangers (samengestelde producten), derde generatie vleesvervangers (producten met een duidelijke vleesstructuur en -smaak), kweekvlees (clean meat, in-vitro vlees, cell-based meat) en hybride producten (combinatie van vlees met plantaardige grondstoffen).

Wat ligt er morgen in ons bord?Er liggen ook zeker kansen voor de Vlaamse landbouw. Die Vlaamse akkerbouw is echter intensief en saldo’s van nieuwe eiwitgewassen zijn vaak nog niet concurrerend ten opzichte van de huidige gewassen die worden geteeld. Afzetzekerheid is een voorwaarde voor het succes van nieuwe eiwitgewassen. Voor veel gewassen zijn regionale verwerkers aanwezig: soja in Vlaanderen, erwten in Wallonië, lupine in Nederland en Duitsland en veldbonen in Duitsland. Hier liggen mogelijkheden om samen met veredelaars, telers en verwerkers teeltprojecten op te starten zoals dat voor soja is gedaan. Wat betreft niet-grondgebonden productie (insecten, zeewier, waterlinzen, microbiële eiwitten) wordt er voorlopig nauwelijks op commerciële basis voor humane consumptie geproduceerd. Productie is nog duur en er zijn nog geen goed ontwikkelde afzetkanalen aanwezig voor humane voeding. 
Kort samengevat: de industrie in Vlaanderen rondom alternatieve eiwitten is zich aan het ontwikkelen, maar er is nog geen duidelijke waardeketen voor alle eiwitingrediënten. Er is ook nog te weinig investeringskapitaal bij kleine en middelgrote ondernemers.

Kleine voedingsproducenten moeten vaak hemel en aarde bewegen om een afspraak te versieren bij een retailaankoper

Jan Verbeke, Nature Favours

Jan Verbeke, CEO Nature Favours

Wie gezond en duurzaam denkt, zegt vaak bio. Jan Verbeke is zaakvoerder van Nature Favours uit Oudenaarde, een 100% organic importbedrijfje van biologische grondstoffen en halffabrikaten. “Onze missie is om kleinere ondernemingen toegang te verschaffen tot biologische ingrediënten. Start-ups die met bioproducten willen werken, hebben nauwelijks toegang tot biohalffabrikaten. De klassieke groothandels specialiseren zich daar niet in. Wij leveren halffabrikaten (sappen, purees, diepvriesfruit en fruitbereidingen) aan artisanale confituurproducenten, babyvoedingproducenten, bioboerderijen en drankenproducenten. 
Jan Verbeke ziet een enorme ontwikkeling in de drankenindustrie. “Onze sappen komen niet enkel terecht in groenten- en fruitsappen, maar ook in kombucha, bieren, limonades en hydrolades (sap op basis van water, lokaal fruit en groente en hydrolaten. Dat laatste is een ingrediënt dat wordt bekomen door bloemen en kruiden zoals munt te stomen, red.) 

Wat ligt er morgen in ons bord?Babyvoeding is een van de grootste markten van Nature Favours. Het is ook de meest gecontroleerde. Verbeke: “De merkhouder heeft hier vaak de hele grondstoffenstroom in handen en wil absolute controle hebben waar het fruit vandaan komt. Bij babyvoeding wil men elk risico uitsluiten. We leveren babyvoedingsgrondstoffen aan grote spelers, maar evengoed aan start-ups. Zeker kleinere spelers komen bij ons aankloppen om aan een competitieve prijs grondstoffen te kopen die al babyvoedingsgeanalyseerd zijn. Soms zijn die analysevereisten bijna onhaalbaar, denk aan nitraatgevoelige producten zoals spinazie waarbij het nitraatgehalte vaak te hoog ligt.”

Deze importeur verkiest de korte keten indien mogelijk, maar sourct ook biologisch fruit, zoals mango of ananas, wereldwijd. Verbeke: “Eén regel is voor mij heilig: teel producten, zoals avocado, op plekken waar het ecosysteem het toelaat. Ik was twee weken geleden bij biotelers en -verwerkers in Peru. Ik zag daar jammer genoeg ook plantages midden in de woestijn, waarbij een tunnel vanaf de Andes gemaakt wordt om water te voorzien. Grote investeringsfondsen kopen er landbouwgronden op met waterrechten, omdat ze weten dat dit binnen tien jaar geld opbrengt. Hallucinant.” 
Soms krijgt Nature Favours ook de vraag van lokale telers om oogstoverschotten te verwerken, maar meestal is dat niet rendabel. Binnen de biosector ondervindt Verbeke meer en meer prijzendruk. “De kleinere, lokale biowinkels komen onder druk te staan vanuit de retail, die de prijzen bepalen. Ook de kleine voedingsproducenten worstelen om hun plaats te vinden in de markt en moeten vaak hemel en aarde bewegen om een afspraak te versieren bij een retailaankoper. En dan moet je er nog uitspringen met je verhaal. Als start-up moet je noodgedwongen snel het vizier richten op de retail, want je moet een bepaald volume bereiken om rendabel te produceren. Ik wil geen eten geven aan al de oprichters van voedingsstart-ups die zichzelf geen loon uitbetalen omdat ze niet rendabel zijn.”

Over clean label en de suikerduivel

Eén van de andere, hete aardappels in de voedingsindustrie is de vraag naar clean label, voedingsetiketten zonder E-nummers. Bewerkt voedsel bevat soms heel wat additieven met een E-nummer, vooral om de houdbaarheid van het voedingsmiddel te verlengen, zowel microbieel als organoleptisch (= stabilisatie van textuur). Geert Feys is formeel: “De consument wantrouwt ten onrechte deze additieven met E-nummer.

Wat ligt er morgen in ons bord?Additieven met E-nummer, gebruikt in de juiste dosering, zijn transparant en hebben een bewezen niet-schadelijk effect op de gezondheid. Maar de perceptie en argwaan nemen hier de overhand en daarom wil de consument ingrediëntendeclaraties zien op voedingsproducten: zonder of minder E-nummers (clean label), en met begrijpbare leesbare ingrediënten die ze ook in hun keukenkastje staan hebben (‘cup board ingredients’). Daarom zet Ingrizo in op innovatie, ontwikkeling  en gebruik van diverse alternatieve ingrediënten van natuurlijke, duurzame  oorsprong, die succesvol additieven met E-nummers kunnen vervangen, of het aantal E-nummers kan reduceren.”

Ook Nadia Lapage van Fevia Vlaanderen heeft haar bedenkingen: “Als frisdrankproducenten naar clean label willen gaan, zullen ze bepaalde zoetstoffen moeten schrappen ten voordele van suiker, terwijl ook suikerreductie hoog op de agenda staat bij veel voedingsbedrijven, gestuurd vanuit de consument. Sommige trends in gezondheid spreken elkaar dus tegen.” 
Volgens haar begrijpt de buitenwereld vaak niet hoe moeilijk het is om 10% suiker uit een product te halen, want suiker geeft textuur aan een product of verlengt de bewaartijd. “Het vergt veel innovatie om een gelijkaardig product met 10% minder suiker én dezelfde smaak op de markt te brengen. Vervang je bij ketchup suiker door stevia als zoetstof, dan heb je rood water. Wat er niet goed uitziet en/of niet lekker is, zal niemand kopen. Dat blijft dé randvoorwaarde bij elke innovatie: het moet lekker zijn.” 

De Engelsen hebben er een mooi woord voor: indulgence. Vrij vertaald: we willen intens genieten van voeding.

Ik vind het goed om de suikerinhoud in veel producten te verminderen, maar de huidige heksenjacht op suiker is buiten proportie

Luc Aelterman, Confidas

Luc Aelterman, CEO Confidas

Intens genieten van voeding - dat is ook de stellige overtuiging van Luc Aelterman, CEO van Confidas, de Drongense producent van pâtes de fruits, een op fruit gebaseerde snoep die we vooral kennen uit bomma’s tijd. Confidas geeft dit een product een nieuw, hipper imago en trekt ook deels de gezondheidskaart op zijn website, niet helemaal onterecht. Aelterman: “Een van de redenen waarom ik dit bedrijf drie jaar geleden overnam van de oprichter, is omdat ik de intrinsieke kwaliteiten van het product wou herwaarderen. Eigenlijk is het een heel oude manier om fruit te bewaren tijdens de winter.

Wat ligt er morgen in ons bord?Ons product sluit aan bij een aantal huidige voedingstrends: er zit minimum 50% fruit in, we werken enkel met zes natuurlijke ingrediënten en zonder kunstmatige smaak- of kleurstoffen. Onze snoepjes zijn ook 100% vegan. Ze bevatten dus geen gelatine maar pectine. Ons label bevat ook geen E-nummers, maar dat spelen we niet uit als een troef omdat wij vinden dat dit een valse troef is.”

Confidas verkoopt zijn pâtes de fruits aan chocolatiers, aan groothandels die aan bakkerijen leveren, aan de retail en sinds kort ook aan sportvoedingsmerken via private label. “Ons product is een natuurlijke bron van snelle suikers. We voelen dat dit een groeimarkt is.” Aelterman weet als geen ander dat suiker nu in het oog van de voedingsstorm zit.

“Ik spreek liever over gezonde en ongezonde voedingspatronen dan over gezonde of ongezonde producten. In ons product zit inderdaad veel suiker, al komt dat grotendeels van het fruit dat erin zit. Als je elke dag anderhalve kilo pâtes de fruits eet, heb je een probleem, maar ons product leent zich om te degusteren, in tegenstelling tot een gelatinegebaseerde snoep. Het smelt in de mond en je hebt veel sneller een verzadigd gevoel. We steken ook niet weg dat er veel suiker in ons product zit. In andere producten zit er ook veel suiker, maar weet je het niet. Los daarvan vind ik het goed om de suikerinhoud in veel producten te verminderen, maar de huidige heksenjacht op suiker is buiten proportie.”

Gluren bij de buren

Om slim en ‘gezond’ te innoveren is co-creatie via multidisciplinaire teams tussen R&D, productie, kwaliteit, logistiek en verkoop binnen de bedrijfsmuren een evidentie, maar volgens Nadia Lapage van Fevia Vlaanderen moeten bedrijven, zeker kmo’s, nog veel meer over het eigen bedrijfsmuurtje kijken. “’Gluren bij de buren’ is de naam van een project van Flanders’ Food, ons innovatieplatform dat kmo’s wil stimuleren om ‘open’ te innoveren. Kmo-bedrijfsleiders zijn manusjes-van-alles die de productie leiden, de kwaliteit bewaken,… Wij willen hen extra ondersteunen via projecthulp, of door best practices aan te leveren uit het buitenland. Onze voedingskmo’s kunnen zeker nog meer samenwerken met kennisinstellingen of andere bedrijven. Een prachtig Oost-Vlaams voorbeeld van zo’n innovatieve joint venture is de samenwerking tussen ecologische viskwekerij Aqua4C en tomatenkwekerij Tomato Masters.” 

Luc Aelterman (Confidas) doet naar eigen zeggen vooral aan innovatie met kleine i, maar hij doet het wel, samen met klanten, leveranciers, kennisinstellingen én andere kmo’s. “Zo proberen we nu functionele ingrediënten, zoals mineralen of palatinose (levert langer energie, sdk) toe te voegen, op vraag van een klant. Op marketingvlak hebben we al samengewerkt met de UGent. In de toekomst wil ik ook graag projecten opzetten met bio-ingenieurs of het ILVO. Met een andere voedingsproducent broeden we nu ook op het idee om samen een nieuw product op de markt te brengen.” Elke voedingsspeler wil ook de vinger aan de pols houden bij de eindconsument, via bijvoorbeeld consumentenonderzoek. Al is dat verre van evident, volgens Verbeke (Nature Favours): “Een start-up ontwikkelt vaak een nieuw product vanuit die consument en toetst dat af bij zijn lokale gemeenschap. Denk aan een moeder die gezonde tussendoortjes ontwikkelt, vanuit de eigen zoektocht naar dat soort koekjes. Maar als groeiende kmo verlies je vaak die voeling met die eindconsument  en marktonderzoeken zijn duur.” 
Ook Aelterman (Confidas) weet dat consumentenonderzoek heel duur is, zeker voor een kmo. “Je kan gelukkig ook veel info krijgen door te luisteren bij klanten, familie, vrienden,..”

Custom made food

Tot slot, hoe ziet de voedingsfabriek van de toekomst eruit? Volgens Geert Feys (Ingrizo) is die zeer wendbaar en wordt die mede gestuurd door e-commerceorders, direct vanuit de eindconsument. Feys: “Supermarktketens hebben hoge vaste kosten en voeren vandaag een keiharde concurrentiestrijd, maar zouden die in de nabije toekomst weleens kunnen verliezen als de consument meteen online bestelt bij de producent of bij een beperkt aantal digitale platforms, zoals Amazon of Alibaba reeds succesvol doen. Ik ben er zeker van dat de stem van de digitale eindconsument sowieso belangrijker wordt. Complete maaltijdboxen worden steeds meer online besteld en thuis geleverd. De klant krijgt alle verse ingrediënten, hij moet enkel nog snel klaarmaken.”

Wat er morgen in ons bord ligt?
v.l.n.r: Geert Feys - Ingrizio, Jan Verbeke - Nature Favours, Luc Aelterman - Confidas


Jan Verbeke van Nature Favours meent dat de voedingsfabriek er eerder klinisch zal uitzien, vol met procedures van wat mag en niet mag. “Misschien lopen de werknemers in een soort ruimtepak om elk risico op contaminatie te vermijden”, lacht hij. “De schrik voor een recall is zo groot vandaag, zeker als producent. Nieuws is zo snel beschikbaar via social media, soms worden er ook pertinente onwaarheden verteld, maar de schade is dan al geleden.” 

Alle gesprekspartners voorspellen ook dat voedingsspelers steeds meer rekening zullen moeten houden met persoonlijke behoeftes en voorkeuren van groepen consumenten, zoals eiwitrijke voeding voor sporters en opgroeiende kinderen, speciale voeding voor ouderen met spier- en krachtverlies, zachte voeding voor parkinsonpatiënten met slikproblemen, suikergereduceerde voeding voor diabetici, enzovoort. Dankzij de digitalisering en efficiënte webshops zullen consumenten zich ook sneller en wereldwijd bevoorraden met specifieke voedingsmiddelen. 

Wat ligt er morgen in ons bord?Nadia Lapage (Fevia): “Onze innovatiecluster Flanders' Food richtte samen met andere partners het open onderzoeks- en innovatiecentrum NuHCaS (Nutrition Health Care System) op dat zich specifiek zal toeleggen op de relatie tussen gezondheid, voeding en zorg.. Ook bereide maaltijdproducenten zullen in dat innovatieverhaal een steeds grotere rol krijgen, met uitgebalanceerde maaltijden voor patiënten die zoutarm of lactosevrij moeten eten. Echt voeding op maat van de individuele consument lijkt me op fabrieksniveau onmogelijk, maar op niveau van de verpakkingen zijn er nu al veel mogelijkheden via digitalisering. En wie weet printen we binnen honderd jaar allemaal onze eigen maaltijden via onze 3D-printer, op basis van ingrediënten in poeder- of vloeibare vorm. Daar gebeurt nu al heel concreet onderzoek naar, zoals voor chocolade.”

Tekst Sam De Kegel – foto Wim Kempenaers

Bronnen

•    Ooit aten we dieren, Roanne van Voorst
•    Morgen op het menu, ING
•    Eiwittransitie Vlaanderen, studie van Technopolis en Blonk Consultants, in opdracht van VLAIO
•    www.nextfoodchain.be

Domestic Services
Banque de Luxembourg
Deloitte
ING
Logo Mensura
Proximus
SD Worx
BovaEnviro+
GutzandGlory
G4S
Soundfield
Jobat