Overslaan en naar de inhoud gaan
Map
  • Nieuws
  • Waarom de vierdagenweek met loonbehoud een slecht idee is

Waarom de vierdagenweek met loonbehoud een slecht idee is

  • 19/09/2023

Minder werken, toch volledig loon? Minister Dermagne wil het onderzoeken, maar finaal dreigt net meer werkdruk en minder loon.  

Met de regelmaat van de klok popt de idee op dat we met zijn allen minder te werken tegen hetzelfde loon. En dan niet een klein beetje minder, zoals een uurtje per week, maar meteen een volle dag. Het idee werd recent nog eens gelanceerd, deze keer door federaal minister van Werk Dermagne, die er graag de voordelen van wil onderzoeken.

Het was eerder trouwens net diezelfde minister die met de Arbeidsdeal het recht van de werknemer lanceerde om 5 dagen te presteren op 4 dagen. Toen was er nog enigszins realiteitszin, want het voorstel ging uit van minder dagen werken maar wel met evenveel uren op weekbasis. Nu is er sprake van niet alleen minder dagen maar ook drastisch minder werkuren, namelijk 20% minder. Met andere woorden: een volle dag minder werken, maar wel aan een voltijds loon.

Nu al minder werkuren

Maar houdt deze vierdagenweek bis van Dermagne wel steek? Elke vorm van productiviteitswinst die ertoe leidt dat we met zijn allen minder, beter, sneller of gewoonweg tijdsefficiënter te werk gaan, moet omarmd worden. Al moet ook gezegd dat er met de huidige ziekteverzuimcijfers, er zeker iets te zeggen valt voor een wat ontspannen werkritme zonder de hele tijd op de toppen van onze tenen te lopen.

De evolutie naar minder werken heeft zich overigens al voltrokken als we terugkijken naar de evolutie van het aantal gewerkte uren. Want we werken nu immers al een pak minder dan vroeger. In 1970 bedroeg het Belgisch gemiddeld aantal gewerkte uren op jaarbasis 1.884 per werkende, intussen is dat teruggelopen tot 1.526. Ook vergeleken met andere landen is dat aan de lage kant. Gemiddeld klokt de Europeaan af op 1.571 uur, landen als Italië en Spanje zitten zelfs aan een jaartotaal van bijna 1.700 gewerkte uren. 

4 kanttekeningen

Vertaald naar aantal gewerkte uren per week, kent Vlaanderen (en ook België) thans een gemiddelde werkweek van 36,9 uren (dat was 30 jaar geleden nog meer dan 40). Kan het nog minder zijn? Vier kanttekeningen bij de vierdagenweek.

1. Eerst slimmer werken

Om het verlies aan werkuren in een vierdagenweek op te vangen, zouden werkgevers ervoor moeten zorgen dat iedereen in een knip 20% productiever wordt. Maar de gemiddelde werktijd fors reduceren bij wijze van experiment, maakt ons niet plots 20% slimmer of efficiënter.

Ongetwijfeld staan ons op termijn interessante tijden te wachten met de doorbraak van AI en andere technologie die mogelijks een deel van ons werk uit handen zal kunnen nemen, maar dit is een geleidelijk proces, niet iets dat per wet wordt opgelegd.

2. Quid levensstandaard?

Tegenover de vrijgekomen tijd komen nieuwe behoeftes in de vorm van nieuwe activiteiten en jobs die voorheen ondenkbaar waren. Mochten we de zelfde levensstandaard hanteren als pakweg 50 jaar terug, zouden we uiteraard veel minder werken maar we zouden geen internet hebben, geen vrijetijdsindustrie, geen elektrificatie van het wagenpark en nog steeds wonen in slecht geïsoleerde huizen met een kachel. Willen we dan terug naar de tijd van toen?

3. Nu al handen tekort

We kennen een ongeziene krapte op onze arbeidsmarkt door de combinatie van demografische factoren (meer ouderen verlaten de arbeidsmarkt dan jongeren die starten), een structurele mismatch op de arbeidsmarkt en diverse transities die zich laten voelen zoals verduurzaming en digitalisering in de vorm van behoefte aan profielen waar nu al grote tekorten aan zijn. 

In die context met zijn allen minder gaan werken, lost het probleem van krapte niet op, integendeel. Het zal er wellicht toe leiden dat we met zijn allen nog meer werkdruk en stress ondervinden (want elk uur moet 20% meer renderen) met de gekende gevolgen. In die zin kan de vraag gesteld worden of we niet eerder meer dan minder moeten werken. De zorgsector met haar landingsbanen en rimpeldagen is alvast een voorbeeld van hoe het niet moet. 

4. Graag realiteit in plaats van theorie

Ten gronde hoort arbeidstijd vrij te zijn. Het is aan de werkgever en de werknemer om te bekijken wat organisatorisch haalbaar is. In bepaalde organisaties zal zeker nog gesnoeid kunnen worden in de hoeveelheid inefficiënte vergaderingen, kan een taakherschikking leiden tot efficiëntere processen, kan automatisering de factor arbeid verder reduceren….  Door de structurele krapte en de moeilijkheid om mensen te vinden en te houden, voltrekt dit proces zich al spontaan.

Minder werken kan dus zeker maar heeft mogelijks ook belangrijke neveneffecten zoals minder service naar de klant, minder contacten met leveranciers en uiteraard heeft het een impact op de overige werknemers die mogelijks worden gevraagd overuren te presteren om te tekort elders op te vangen. Een overheidsdienst die een dag minder toegankelijk is, is immers van een andere orde dan pakweg een logistiek bedrijf dat een dag minder levert. 

Minder werken betekent mogelijks ook minder marktaandeel, minder omzet, minder competitiviteit en productiviteit en dus minder loon. Met andere woorden: laat dit over aan de partijen die met hun voeten in de realiteit staan en best kunnen inschatten wat kan en wat daarvan de gevolgen zijn. De huidige krapte leidt al tot voldoende natuurlijke experimenten in arbeidsorganisatie zonder dat daar een overheidsinitiatief voor nodig is. 
 

Contactpersoon

Sonja Teughels

Senior Adviseur Arbeidsmarkt, Teamlead Talent

imu - vzw - Uzbrussel