Skip to main content
Map
  • Nieuws
  • Voka-voorzitter Rudy Provoost: “We moeten meer slagkracht tonen”

Voka-voorzitter Rudy Provoost: “We moeten meer slagkracht tonen”

  • 11/01/2023

“Samen ondernemen, samen groeien, met blijvende economische en maatschappelijke impact.” Voka-voorzitter Rudy Provoost wil hier de komende jaren sterk werk van maken. “Met de grote transities die zich doorzetten en de verkiezingen die eraan komen, bevinden we ons in een tijdsgewricht, waarbij we fundamentele doorbraken kunnen en moeten realiseren.”

We schrijven eind november wanneer we Rudy Provoost voor dit interview ontmoeten in de kantoren van Voka in Brussel. Drie weken eerder werd hij aangesteld als nieuwe Voka-voorzitter om Voka en zijn ledenondernemingen de komende jaren doorheen de grote transities – op het vlak van digitalisering, duurzaamheid, arbeidsmarkt, … – te loodsen. 

Tijdens zijn rijke internationale carrière bij verschillende grote bedrijven (zie kader onderaan) uit diverse sectoren vormde transformatie steeds een rode draad. Hij zal dus volop zijn ervaring kunnen inzetten om deze opdracht tot een goed einde te brengen.

Zijn lange verblijf in het buitenland maakt ook dat hij een relatief nieuw gezicht is binnen Voka. Een kennismakingsgesprek is dus zeker op zijn plaats. “Ik ben inderdaad geen Voka-veteraan”, lacht de nieuwe voorzitter wanneer we hem daarop wijzen. “Ik denk dat je mijn loopbaan of zelfs mijn leven kan samenvatten als een verhaal van letterlijk en figuurlijk grenzen verleggen. De enige constante was verandering. Status quo is nooit een optie geweest. Terzelfder tijd zijn er een aantal steeds terugkerende thema’s die me zeer nauw aan het hart liggen en bepalend zijn in de keuze van de ondernemingen, waar ik de leiding had, of waar ik als bestuurder of adviseur aan de slag ben. Maatschappelijk verantwoord ondernemen, technologische innovatie, duurzaamheid, digitalisering en diversiteit staan daarbij voorop.”

En laat dat net de thema’s zijn die de kern vormen van het Voka Plan Samen Groeien dat van Vlaanderen tegen 2030 een topregio moet maken. Tijdens zijn inaugurale speech gaf de voorzitter al aan dat hij dit plan, gelanceerd door zijn voorganger Wouter De Geest, verder wil uitdragen en het daarbij horende motto ‘Samen ondernemen, samen groeien’ volop ondersteunt. “Ik wil daarbij wel het beoogde effect extra in de verf zetten”, zegt Provoost.

“We moeten samen ondernemen, samen groeien, mét blijvende economische en maatschappelijke impact, daar draait het uiteindelijk om. Echte impact gaat verder dan nobele intenties en mooie beleidsverklaringen. Blijvende impact is een kwestie van consistent de lat hoog leggen en telkens weer het verschil maken. Daarnaast staat ‘impact’ voor alles waar ondernemers in excelleren en investeren. Elke letter van het woord is immers een verwijzing naar de kritische succesfactoren van ondernemerschap: innovatie, meerwaardecreatie, productiviteit, arbeidsmarktontwikkeling, competitiviteit en transformatie.” 

Voor ondernemingen is het vandaag nochtans niet evident om op al die vlakken uit te blinken door de oplopende kosten, de energiecrisis, de aankomende recessie, … Van de overheid kunnen we niet veel verwachten want de centen zijn zo goed als op.

Rudy Provoost: “Gezien het hoge niveau van belastingen en RSZ, zouden er genoeg centen moeten zijn, maar de echte vraag is hoe de overheid met de bron, de bestemming en het gebruik van de financiële middelen omgaat. Elk van die drie perspectieven verdient dan ook wat toelichting. Wat de financiële bron betreft, moeten de overheid en alle politieke partijen er zich meer dan ooit bewust van zijn dat het de bedrijven en ondernemers zijn die het leeuwendeel van de waardecreatie in dit land vertegenwoordigen. Het creëren van meer ondernemingsvriendelijke randvoorwaarden is levensnoodzakelijk, en dit voor elke dimensie van ‘impact’. Blijven investeren in innovatie is cruciaal. Regelgeving, vergunningenbeleid en fiscaliteit moeten aangepakt worden om meerwaardecreatie en productiviteit te faciliteren. Arbeidsmarktontwikkeling staat of valt met een doortastend activeringsbeleid met hogere kwaliteit, mobiliteit en flexibiliteit. Competitiviteit vergt dan weer een drastische aanpak van de loonkloof met buurlanden en een aangepaste indexeringspolitiek, en dan heb ik het nog niet gehad over het feit dat we qua talentontwikkeling de lat veel hoger moeten leggen.” 
 

Rudy Provoost aan trap

De echte vraag is hoe efficiënt de overheid omgaat met de financiële middelen.

Rudy Provoost, Voorzitter Voka

“Een tweede perspectief om naar de overheidsfinanciën te kijken is de bestemming van de inkomsten. 25% gaat vandaag naar directe en indirecte steun en die hebben, wat mij betreft, te vaak meer te maken met symptoombestrijding dan probleemoplossing. Het gaat hier om miljarden euro’s, waarbij ik grote vragen heb over de resultaten en het rendement. Daarover bestaat vandaag te weinig transparantie.” 

“Een derde perspectief is het financieel beheer zelf, de efficiëntiegraad van het beleid, dat zich tussen de bron en de bestemming bevindt. Het overheidsbeslag van meer dan 50% spreekt wat dat betreft boekdelen, het begrotingstekort loopt uit de hand, en de schuldgraad blijft stijgen. Ons bestuursmodel is op zijn zachtst gezegd inefficiënt, te veel bevoegdheidsstructuren zijn incongruent en de inertie binnen het staatsbestel is problematisch. Het enige wat hier op zijn plaats is, zijn structurele hervormingen.”

Wat kan Voka doen om dit aan te pakken?

“Onze taak is om niet enkel als veeleisende vragende partij op te treden naar overheden en instanties toe, maar ook om ons als volwaardige en verantwoordelijke vertrouwenspartner op te werpen en voortdurend oplossingen, voorstellen en ideeën aan te reiken. Dit engagement sluit trouwens naadloos aan bij de drie taken die ik in mijn rol van voorzitter heb vooropgesteld: bruggen bouwen, krachten bundelen en belangen behartigen. Met klemtoon op de werkwoorden: bouwen, bundelen en behartigen.”

Een belangrijke werf is de moeizame zoektocht naar geschikt talent, terwijl er anderzijds heel wat mensen niet aan het werk zijn omdat ze langdurig werkloos of werkonbekwaam zijn.

“Het klopt inderdaad dat honderdduizenden mensen langdurig afwezig zijn op de arbeidsmarkt terwijl bedrijven talloze openstaande vacatures hebben en worstelen om het juiste talent aan boord te krijgen. Ook hier zijn er drie manieren om naar de problematiek te kijken. Ten eerste ben ik verbaasd over het antagonisme dat er soms bestaat tussen werkgevers en werknemers rond deze problematiek. Als er nu één onderwerp bij uitstek is waarbij we aan hetzelfde zeel moeten trekken, dan is het wel tewerkstelling. Werk is goed voor iedereen, werk is de brug tussen welvaart en welzijn. Een werkzaamheidsgraad bereiken van minstens 80% zou door elke overheid, politieke partij en sociale partner als een absolute must beschouwd moeten worden, wat vandaag duidelijk niet het geval is. Doelgerichte actie is moeilijk als er geen eensgezindheid is over het na te streven objectief.” 

Doelgerichte actie is moeilijk als er geen eensgezindheid is over het na te streven objectief.

Rudy Provoost, Voorzitter Voka

“Het overheidsbeleid moet veel strikter en strakker worden rond zowel de criteria als de toepassing van de spelregels inzake uitkeringsrecht. Er is ook een gemeenschappelijk kader nodig, waarbij mobiliteit, flexibiliteit en kwaliteit centraal staan, maar waarbij ook een nieuw evenwicht moet gevonden worden tussen tewerkstelling, koopkracht en concurrentievermogen. Andere landen bewijzen dat er oplossingen bestaan. Denk aan het Scandinavische flexicurity-model waarbij ze een flexibele arbeidsmarkt koppelen aan een sterke inkomstenzekerheid. Of het Franse model waarbij er een koppeling wordt gemaakt tussen de werkloosheidsuitkering en de werkloosheidsgraad. Het spreekt vanzelf dat de huidige status quo geen optie is voor de toekomst en structurele hervormingen niet te vermijden vallen. In elk geval zal eigenbelang en partijpolitiek plaats moeten ruimen voor een gemeenschappelijke visie en wederzijdse samenwerking.”

De huidige status quo is geen optie en structurele hervormingen een absolute must.

Rudy Provoost, Voorzitter Voka

“Een tweede perspectief om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken is een meer effectieve arbeidsbemiddeling en -begeleiding van werkzoekenden. Zo komen we automatisch terecht bij de rol van de VDAB en – door de huidige bevoegdheidsverdeling – de RVA. Volgens mij moet daar meer uitgehaald kunnen worden. Strenger, sneller en doortastender te werk gaan, zijn de drie vuistregels. Uiteindelijk komt het neer op handhaving. De regels zijn duidelijk geformuleerd. Alleen moet je ze wel toepassen. Je kan natuurlijk geen mensen in de kou laten staan, dus er moet nog veel meer ingezet worden op ondersteuning en maatwerk.”

“De derde dimensie van arbeidsmarktontwikkeling bestaat uit onderwijs, opleiding en permanente vorming. Onze onderwijskwaliteit moet dringend omhoog, opleidingen moeten meer afgestemd worden op het bedrijfsleven en duaal en levenslang leren moeten verder aangezwengeld worden. Dit is niet alleen een zaak van het beleid. Ook ondernemingen moeten zelf hun verantwoordelijkheid nemen op het vlak van HR. De vele begeleidings- en opleidingsprogramma’s die de Voka – Kamers van Koophandel aanbieden, gaande van Plato over Bryo tot Tech@venture, zijn mooie voorbeelden waarvan bedrijven gebruik kunnen maken.”  

Een ander hot topic waarmee ondernemingen de komende jaren nog meer mee te maken zullen krijgen is de duurzame transitie.

Duurzaamheid heeft voor mij drie dimensies: energie, milieu en klimaat. Soms wordt het allemaal op één hoop gegooid en dan probeert men dat op een soort integrale manier aan te pakken. Zo werkt het niet. Op het vlak van energietransitie hebben we allemaal onze verantwoordelijkheid op te nemen: verduurzamen van processen, overstappen op hernieuwbare energie, energie-efficiënte oplossingen implementeren, ... Veel ondernemingen doen dat ook. Sommige hebben zelfs hun verdienmodel aangepast en halen er concurrentievoordeel uit. Ik ben aangenaam verrast over hoeveel programma’s er bij Voka lopen om ondernemingen te begeleiden in hun duurzame transitie."
 
"De overheid heeft natuurlijk ook zijn rol te spelen. Zij moeten zorgen voor geschikte infrastructuur, voor de nodige vergunningen, … Ik vind het af en toe wel pijnlijk om te zien hoe moeizaam de communicatie daarover verloopt tussen de verschillende bevoegdheidsniveaus en hoe complexiteit de implementatie onnodig bemoeilijkt. De overheid moet ook onze toekomst veilig stellen: voor energiebevoorradingszekerheid zorgen, de decarbonisatie van de industrie ondersteunen en de ontwikkeling van nieuwe ecosystemen stimuleren, rond bijvoorbeeld waterstof.”

Investeren in innovatie lijkt op dat vlak een sleutelwoord.

Innovatie is de manier bij uitstek om telkens weer een volgend hoofdstuk te schrijven in een groeiverhaal. Bij het beleid zie ik op dat vlak heel wat initiatieven, denk bijvoorbeeld aan Flanders Technology and Innovation en de Blue Deal. Maar de agenda is niet altijd duidelijk. We moeten nog meer de daad bij het woord voeren. Ervoor zorgen dat ondernemingen vlotter toegang krijgen tot investerings-, incentive- en impulsprogramma’s.”

“We moeten oppassen met onszelf op de borst te kloppen dat we 3,6% van ons bbp investeren in onderzoek en ontwikkeling. De lat moet hoger: minstens 5%. Vlaio heeft, in samenwerking met Voka, al heel wat mooie projecten van ondernemingen mogelijk gemaakt. Maar met de nieuwe innovatiegolf die we willen creëren, moeten we het ondersteuningsbudget voor onderzoek en ontwikkeling verdubbelen, en misschien zelfs verdriedubbelen. Innovatie is onze sterkte, terwijl dat voor de andere dimensies in het ‘impact’-verhaal niet altijd het geval is. Met innovatie spelen we mee aan de Europese top en het kan nog beter. Laat ons die sterkte ten volle benutten en nog sterker maken.”
 

Op vlak van innovatie spelen we mee aan de Europese top. Laat ons die sterkte ten volle benutten en nog sterker maken.

Rudy Provoost, Voorzitter Voka

Met de verkiezingen in het vooruitzicht heb je de kans om al die mooie voornemens ook effectief in de verkiezingsprogramma’s van partijen te krijgen. Hoe ga je dat aanpakken?

“Als we zeggen ‘Samen ondernemen, samen groeien, met blijvende economische en maatschappelijk impact’, dan moeten we in die zin ook krachtlijnen uitzetten en aanbevelingen doen. ‘Incremental improvement’ volstaat niet, maximale impact is een kwestie van ‘step change’.”

“Om echte doorbraken te forceren, moeten we durven assertief en proactief, en af en toe zelfs provocatief, te zijn – maar ook constructief en inclusief, want je wil mensen meekrijgen. Ons verkiezingsmemorandum zal uiteindelijk een draaiboek worden voor de beleidsmakers om de theorie van onderbouwde voorstellen om te zetten in de praktijk. Een draaiboek veronderstelt natuurlijk ook dat iedereen zijn rol naar behoren invult en vervult, en dat de rolverdeling duidelijk is.”

“Uiteraard zullen we de Voka-leden, alle Voka-entiteiten en raden van bestuur actief betrekken in het proces. Het is niet alleen een top-down- maar ook een bottom-upoefening. We reiken ook de hand naar andere spelers uit het werkgeverslandschap om samen onze voorstellen kracht bij te zetten. Dan is het een kwestie om rond de tafel te zitten met degenen die er mee voor kunnen zorgen dat wat we in het memorandum schrijven, ook realiteit wordt.”

Wat moeten de huidige regeringen zeker nog realiseren?

“Het eenvoudige antwoord is dat ik van de huidige federale regering verwacht dat ze haar eigen beloftes nakomt. Dat brengt ons bij de noodzakelijke hervormingen die ze zelf naar voren heeft geschoven in het regeerakkoord: op het vlak van fiscaliteit, arbeidsmarktontwikkeling, sociale zekerheid, pensioenen. Zelfs al is er voor dat laatste al een akkoord, het is duidelijk dat het niet ver genoeg gaat. Het zal bepalend zijn voor de geloofwaardigheid van deze regering om dat alsnog voor mekaar te krijgen. Maar ook de Vlaamse regering moet nog werk verzetten. Dossiers zoals stikstof, Ventilus en het mestactieplan moeten afgerond worden. En er blijft nog veel werk op het vlak van arbeidsmarkt, onderwijs, vergunningen, ... Alle regeringen moeten vandaag regeren en 
beleid voeren, en nog niet in verkiezingsmodus gaan.”

De voorbije weken heb je Voka als organisatie leren kennen: hoe is dat verlopen?

“Ik ben enorm onder de indruk van de vele initiatieven die er genomen worden in alle Voka-entiteiten. De betrokkenheid van de medewerkers in de lokale Kamers van Koophandel met hun leden is enorm, zij staan midden in de markt. Als je spreekt over ‘samen ondernemen, samen groeien’… dat gebeurt daar ook echt!”

“Ik voel binnen de organisatie ook een grote samenhorigheid. Als voorzitter wil ik ernaar streven die nog te versterken en te komen tot nog meer synergie en kruisbestuiving. Het vormt opnieuw een opportuniteit om zelf aan te tonen wat ‘samen ondernemen, samen groeien’ betekent: zowel in financiële termen als in termen van begeleiding, opleiding en ondersteuning van de leden.” 

“Tijdens mijn verkenningsronde was ik in het bijzonder geboeid door de Voka Health Community. Wat zij voor mekaar gekregen hebben is een unicum. Zij zijn erin geslaagd om een ecosysteem uit te bouwen waarin ze heel wat actoren uit de gezondheidszorg onder hun vleugels hebben genomen. Ik vind ook de thema’s die ze kiezen, zoals preventie en psychosociaal welzijn, uitermate relevant als je daadwerkelijk de brug wil slaan tussen welvaart en welzijn. Ik denk dat de ecosysteembenadering ook toepassingsmogelijkheden kan bieden in een digitaliserings- of duurzaamheidscontext, over bijvoorbeeld de tech-cluster. Een verticale marktaanpak is volgens mij perfect verenigbaar met het klassieke horizontale Voka-model en kan Voka nog sterker en relevanter maken.”

“Het is ook een manier om nieuwe leden aan te trekken. Ik denk dan in het bijzonder aan de vele start-ups en scale-ups. We moeten hen actief betrekken bij onze werking en ervoor zorgen dat ze zich thuis voelen bij Voka. Het moet een constant aandachtspunt zijn om ervoor te zorgen dat het ledenbestand van Voka ook morgen nog een spiegel is van de ondernemerswereld. Dan heb ik het niet alleen over wat ik gemakshalve de ‘old’ en ‘new economy’ noem, maar ook over diversiteit in al zijn aspecten. Mijn voorganger heeft op dat vlak al heel wat stappen gezet en ik zal dat werk voortzetten.”

Hoe wil je ervoor zorgen dat Voka nog meer maatschappelijke impact zal hebben?

“Het Plan Samen Groeien is een oproep tot gezonde en gedeelde groei. Met de uitdagingen die op ons afkomen, moeten we doorbraken realiseren op het vlak van digitalisering, duurzaamheid en diversiteit, en volop inzetten op ons innovatievermogen. Blijvende ‘impact’ hebben, is niet alleen een kwestie van economische verbetering, maar heeft ook sociale en politieke implicaties. Om de noodzakelijke doorbraken te realiseren, moet er iets fundamenteels veranderen in de driehoek tussen overheid, werkgevers- en werknemersorganisaties. Er is een fundamentele doorbraak nodig in mindset en psychodynamiek. Ik wil daar met Voka graag mee gangmaker voor zijn. En als het helpt zelfs spelverdeler, maar zeker niet de spelbreker.” 
 

Ik wil met Voka mee gangmaker zijn. En als het helpt zelfs spelverdeler, maar zeker geen spelbreker.

Rudy Provoost, Voorzitter Voka

Wie is Rudy Provoost

  • °16 oktober 1959
  • Gehuwd, drie kinderen
  • Master Psychologie – UGent (1982), Master in Management – Vlerick Business School (1983), Executive Master in Change – Insead (2020)
  • 1984-1987: Procter & Gamble
  • 1987-1992: Canon
  • 1992-2000: Whirlpool – diverse internationale topfuncties
  • 2000-2011: Koninklijke Philips – lid raad van bestuur (2006-2011), CEO Philips Consumer Electronics (2004-2007), CEO Philips Lighting (2008-2011)
  • 2012-2016: Rexel – CEO en bestuursvoorzitter
  • Heden: voorzitter bij Voka, bestuursvoorzitter bij Jensen-Group, lid raad van bestuur bij Elia, Pollet Water Group en Vlerick Business School, commissaris bij Randstad, en senior advisor, investor en mentor bij groeibedrijven en in een private equity en venture capital context 

Contactpersoon

Sandy Panis

Content manager

imu - vzw - salesforce
imu - vzw - Recupel
imu - vzw - recupel
imu - vzw - headoffice

Artikel uit publicatie