Skip to main content
  • Nieuws
  • Voka: Federaal begrotingsakkoord onvoldoende om loonkostenhandicap structureel aan te pakken

Voka: Federaal begrotingsakkoord onvoldoende om loonkostenhandicap structureel aan te pakken

  • 11/10/2022

Voka, het Vlaams netwerk van ondernemingen, beoordeelt de maatregelen die de federale regering neemt om de concurrentiekracht van de ondernemingen te waarborgen als onvoldoende. De regering erkent wel het dreigende gevaar van de loonkostenproblematiek, maar ze verzuimt het om structureel te hervormen. De beperkte vrijstelling van de werkgeversbijdragen in de eerste helft van 2023 is welkom, maar ruim onvoldoende om onze ondernemingen concurrentieel te houden ten opzichte van de buurlanden. Het federale begrotingsakkoord slaagt er niet in om het begrotingstekort op een geloofwaardige manier te doen dalen, legt extra lasten op de bedrijven en laat het opnieuw na om fundamentele hervormingen in de arbeidsmarkt, de fiscaliteit en de pensioenen door te voeren.

“Onze ondernemingen kijken aan tegen een loonkloof van 8%, en die loopt nog verder op. De federale regering erkent de dreiging voor onze economie, maar komt niet met structurele oplossingen. Het gedeeltelijk kwijtschelden van een deel van de werkgeversbijdragen is een eerste stap in de goede richting, maar volstaat geenszins. Bedrijven in dit land blijven concurreren met de handen op de rug gebonden. Met de economische recessie in zicht zijn onze ondernemingen kwetsbaar. Bovendien komen er nieuwe belastingen op de bedrijven zoals de verpakkingstaks, de overwinstbelasting en de beperking van de overdraagbare verliezen”, zegt Hans Maertens, gedelegeerd bestuurder van Voka.


Loonkostenhandicap blijft
Volgens de huidige vooruitzichten zullen de loonkosten in de periode 2022-2024 gemiddeld met 21% toenemen. Voor alle Belgische bedrijven samen komt dat neer op een extra jaarlijkse loonfactuur van 32 miljard. In de buurlanden stijgen de loonkosten maar met de helft daarvan. 


De snel stijgende loonkosten vormen een bijzonder groot probleem voor de Vlaamse ondernemingen. Zij worden opgezadeld met veel sterkere loonstijgingen dan hun buitenlandse concurrenten. Dat heeft op termijn onvermijdelijk gevolgen voor investeringen en werkgelegenheid. Eindelijk lijkt ook in de federale regering het gevaar door te dringen van die oplopende loonkostenhandicap. 


De federale regering beslist om een deel van de werkgeversbijdragen (7,07% van de patronale RSZ-bijdragen) kwijt te schelden gedurende de eerste twee kwartalen van 2023. Die maatregel zou alle bedrijven samen tijdelijk een ademruimte van 1 miljard euro bieden. In de tweede jaarhelft mogen ondernemingen die betaling uitstellen tot 2025. 
“Het is goed dat de federale regering iets doet aan de stijgende loonkosten, maar het is veel te weinig. De extra loonkostenfactuur van 32 miljard euro wordt tijdelijk met 1 miljard euro verminderd.  Fundamenteel verandert er echter niets aan het automatische indexmechanisme. Onze loonkostenhandicap blijft verder oplopen en maakt onze exportgeoriënteerde Vlaamse economie kwetsbaar. Voka betreurt het dat we eerst tegen de muur moeten lopen, vooraleer er echte hervormingen komen”, zegt Hans Maertens.

 

Geen fundamentele hervormingen
Eens te meer ontbreken fundamentele federale hervormingen in de arbeidsmarkt, de pensioenen en de fiscaliteit. De federale regering schuift de moeilijke dossiers voor zich uit. De regering spreekt een tijdspad af om de fiscale hervorming aan te pakken, maar dit geeft geen garantie op een goede afloop. In het pensioendossier worden evidente hervormingsmaatregelen niet genomen. En wat de arbeidsmarkt betreft hebben we echt nood aan een bijkomende en grondige arbeidsdeal om de werkzaamheidsgraad op te trekken tot minstens 80 procent.


Er zijn wel een aantal goede maatregelen. De federale regering zet in op de terugkeer naar werk van langdurig zieken. Het opentrekken van flexijobs naar nieuwe sectoren zoals de zorg en de landbouw is nuttig om de arbeidsmarktkrapte in die sectoren te bestrijden. “Maar dit alles is veel te weinig om de werkzaamheidsgraad op te krikken tot 80 procent, wat nochtans door alle partijen wordt erkend als noodzakelijk om onze welvaartsstaat betaalbaar te houden”, aldus nog Hans Maertens. 


Bijkomende lasten voor bedrijven
De federale regering kiest ervoor om bestaande fiscale regimes voor bedrijven te verstrengen. Zo wordt de notionele intrestaftrek nog verder beperkt. Ook wordt de mogelijkheid om verliezen over te dragen eenmalig beperkt. Daarnaast zijn er een hele reeks nieuwe belastingen of belastingverhogingen, zoals de overwinstbelasting voor energieproducenten, de solidariteitsbijdrage voor de petroleumsector, de verhoging van de bankentaks en de verpakkingsheffing. “Ondernemingen in ons land verliezen in sneltempo aan concurrentiekracht omwille van de sterk oplopende energie- en loonkosten. Het is dan ook onverantwoord om in deze economische crisistijd de bedrijfsbelastingen te verhogen”, besluit Hans Maertens.

Contactpersoon

AW_Digitalisering
imu - vzw - Recupel
IMU - vzw - Mediafin TTL
AW_Welt Whitepaper Inclusieve leidinggevende
Advertentie VanRoey- nov
AW_Welt_6stappenplan
Proximus
MK - Advertentie Van Dessel