Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Vlaanderen moet meer inzetten op potentieel van dienstenexport
teaser dossier BL januari
  • 03/01/2020

Vlaanderen moet meer inzetten op potentieel van dienstenexport

Vlaanderen is een echte exportkampioen: onze uitvoer stond in 2016 gelijk aan 100% van ons bbp, wat quasi uniek is in de wereld. Ons verdienmodel is sterk gestoeld op een open wereldeconomie. Maar de integratie daarvan is aan het vertragen. Die vertraging concentreert zich weliswaar op goederen. Op mondiaal vlak groeide de handel in diensten de afgelopen tien jaar 60% sneller dan handel in goederen. Hoog tijd dus dat ook Vlaanderen meer gaat inzetten op het potentieel van deze export.

Het probleem

Want ook de Vlaamse dienstenexport is fors gestegen de afgelopen jaren. In 2008 bedroeg die 39,9 miljard euro, in 2016 liep dat op tot 58,9 miljard euro. Maar het aandeel van de dienstenexport in de totale export is de afgelopen 5 jaar wel blijven hangen op 23%. In Nederland en de Scandinavische landen, daarentegen, is het soortgelijk gewicht van de dienstenexport veel meer gestegen de afgelopen jaren. Dat kan erop wijzen dat Vlaanderen niet haar volle potentieel in dienstenexport benut.

Nochtans liggen er nog heel wat kansen op vlak van telecommunicatie, informatica en technische diensten. Dienstverleners in deze sectoren zijn vaak zogenaamde micronationals of born globals, relatief kleine bedrijven die toch internationaal erg actief zijn. Zo’n bedrijven vragen om een anders soort ondersteuning voor internationalisering dan de meer klassieke bedrijven.

Een belangrijke voorwaarde om onze dienstenexport beter te ondersteunen is om ze beter te begrijpen. En daarvoor hebben we meer gedetailleerde data nodig. Er zijn vandaag enkel rudimentaire cijfers beschikbaar met betrekking tot de Vlaamse dienstenexport. Er is nood aan een betere geografische opsplitsing van onze dienstenexport om beter te kunnen identificeren op welke markten onze dienstenleveranciers het meest actief zijn en op welke markten ze mogelijk betere ondersteuning nodig hebben.

"Onze grootste afzetmarkten voor dienstenexport situeren zich vooral buiten Europa"

Wat we wel al weten, dankzij de OESO, is dat onze grootste afzetmarkten voor dienstenexport vooral binnen Europa te situeren zijn en dan vooral in de directe buurlanden, met daarnaast nog de Verenigde Staten als belangrijke afnemer van Vlaamse diensten. Dit plaatje houdt ook stand bij verschillende sub-sectoren. Bij zowel vervoer, telecom, informatica als commerciële diensten kijken de Vlaamse dienstenleveranciers in de eerste plaats naar de directe buurlanden, in de tweede plaats de rest van Europa en in de derde plaats de Verenigde Staten.

Wat opvalt is dat de Belgische dienstenexport naar de opkomende economieën geen gelijke tred houdt met de exponentiële groei die deze landen hebben ervaren de afgelopen jaren. Sterker nog: de Belgische dienstenexport naar China, India en Brazilië in 2017 is telkens lager dan de dienstenexport in 2010. De dienstenexport naar de EU tekent daarentegen een forse groei op tussen 2010 en 2017. Dit kan erop wijzen dat België niet het volle exportpotentieel benut van de opkomende markten.

De oplossing

De oplossing Op basis van beleidsprogramma’s uit Scandinavië, dat heel sterk presteert op vlak van dienstenexport, schuift Voka drie beleidssuggesties naar voor om het exportpotentieel van de Vlaamse dienstenleveranciers verder te benutten.

Ten eerste hebben onze Vlaamse micronationals nood aan een holistische benadering voor een succesvolle internationalisering, waarbij er niet enkel gekeken wordt naar het ontwikkelen van internationale verkoopskanalen maar ook naar het vinden van internationale partners voor financiering, co-creatie en innovatie. Internationalisering moet dan ook beter geïntegreerd worden in bestaande begeleidingstrajecten voor Vlaamse micronationals. Hierbij moeten we ook uitkijken naar het sluiten van slimme partnerships tussen relevante
kennisactoren en overheidsagentschappen om hiaten omtrent internationaliseringsbegeleiding in te vullen.

De Vlaamse technologie attachés moeten dan weer ingezet worden om specifieke
opportuniteiten te identificeren rond slimme internationale partnerships met buitenlandse spelers zoals integratoren, industriële spelers, kennisinstellingen en financiële partners.

Ten tweede moeten we meer inzetten op het faciliteren van matchmaking tussen Vlaamse micronationals en grote industriële spelers. Dat kan sterk bijdragen tot een verdere internationalisering van de gehele Vlaamse economie, op basis van een meer geïntegreerd diensten- en goederenexportmodel.

Zo kunnen micronationals digitale diensten aanbieden aan grote industriële spelers die op hun beurt een technisch dienstenaanbod kunnen koppelen aan hun meer klassieke goederenexport. Op deze manier ontstaat er een interessante symbiose tussen vernieuwende kmo’s die beperkte ervaring hebben met internationalisering en grote industriële spelers die industrie 4.0 toepassingen steeds meer zullen moeten verwerken in hun businessmodel om internationaal competitief te blijven.

Tot slot zal voor de realisatie van deze geïntegreerde aanpak een goede samenwerking tussen VLAIO en FIT cruciaal zijn. Zo hebben Vlaamse start-ups en scale-ups nood aan een op maat gemaakte begeleiding om verder te groeien, waarbij innovatie en internationalisering in elkaar overvloeien. Een geïntegreerd VLAIO-FIT aanbod kan dan ook optimaal het groeipotentieel van deze spelers benutten.

Contactpersoon

Kenneth Stulens

Aanspreekpunt corona

Artikel uit publicatie

ING
Logo Mensura
Proximus
SD  Worx
Logo KPMG
Logo Hands
alk
Logo JAM
Ethias
Trixxo