Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Vier recepten voor toekomstgerichte ouderenzorg
Ouderenzorg
  • 24/01/2018

Vier recepten voor toekomstgerichte ouderenzorg

Door de vergrijzing en toenemende verwachtingen qua zorg en autonomie moet de ouderenzorg snel evolueren. Zorgondernemerschap kan hierbij oplossingen bieden, mits een andere personeelsinzet, ICT en financiering. In de aanloop naar de actualisatie van het woonzorgdecreet en het komende protocolakkoord tussen overheid en zorgaanbieders formuleert Voka vier aanbevelingen voor een toekomstgerichte ouderzorg.

  • Personeel flexibel inzetten, op maat van wat ouderen nodig hebben.Ouderenzorg
  • We moeten evolueren naar meer geïntegreerde zorg.
  • Overheid moet inhaalbeweging uitvoeren voor financiering vergrijzing.
  • Ouderen komen meer aan zet door persoonsvolgende financiering.

In 2030 zal Vlaanderen 500.000 tachtigplussers kennen, als gevolg van de vergrijzing. Het aantal ouderen neemt toe, maar ook de intensiteit en de complexiteit van zorg. De combinatie van vijf of zes langdurige aandoeningen is geen uitzondering. Het goede nieuws is dat deze bevolkingsgroep meer welgesteld wordt (minder armoedig), en meer kritisch en mondig.

De ouderenzorg staat niet stil. In deze legislatuur benutten we 250 miljoen euro extra middelen: de helft voor extra capaciteit, de rest grotendeels voor de opvang van toenemende zorgzwaarte. De professionalisering neemt toe, met betere governance en het benutten van schaalvoordelen. Lokale overheden besteden hun aanbod van ouderenzorg uit. Kwaliteit, veiligheid en transparantie naar de eindgebruiker toe schakelen een versnelling hoger. Ondanks polariserende media-aandacht is dit een sterk positieve evolutie.

“Oud worden, zeker in de laatste levensfase, is niet altijd een lachertje. Maar we kunnen dat welzijn wel anders ondersteunen.”

Maar het kan anders en beter, met vier prioriteiten: (1) ruimte voor ondernemerschap binnen de muren van ouderenzorg, (2) ondernemerschap doorheen de muren, (3) focus en financiering gericht op de senior als klant, en (4) hoe die eindgebruiker verder te ondersteunen.

  1. We moeten personeel flexibel en optimaal inzetten, op maat van wat ouderen nodig hebben. ‘Wie’ je voor je krijgt is geblokkeerd met teveel nadruk op bijvoorbeeld verpleegkundigen en kinesitherapie, en te weinig inzet van onder meer zorgkundigen en psychologen (niet wettelijk voorzien in ouderenzorg). Ook ‘wanneer’ is rigide ingevuld, met personeelsshiften en -aantallen die leiden tot te vroeg opstaan, te vroeg eten, te vroeg in bed, enzovoort. Senioren lopen hierbij in de pas van verouderde normen in plaats van die normen flexibel aan te passen aan wat zij nodig hebben. Bovendien neemt de belasting op de werkvloer toe als gevolg van doorgeschoten vakbondsverworvenheden zoals de ‘rimpeldagen’: personeel kan al vanaf 45 jaar richting eindeloopbaan evolueren met overdadig veel verlofdagen, ten koste van de zorg zelf.
  2. We spreken allen over ‘geïntegreerde zorg’, met naadloze aansluiting van zorg tussen huisarts, thuiszorg, woonzorgcentra, enzovoort. Maar de praktijk, bijvoorbeeld bij huisartsen, toont een andere realiteit. Elke senior brengt een eigen huisarts aan boord, die vaak noch de tijd noch de expertise heeft om patiënten doorheen ouderenzorg op te volgen. Van medische coördinatie of specialisatie is geen sprake, tenzij men in een ziekenhuis belandt. Dit model is niet meer van deze tijd. Ook wat betreft automatische gegevensuitwisseling en elektronische bewonersdossiers staan we in de kinderschoenen. ICT geraakt niet veel verder dan facturatie en registratie. Dit leidt tot vermijdbaar dubbel werk en onveilige situaties bij gebrek aan informatie. Ook PPS in zorginfrastructuur blijft nog teveel onderbenut.
  3. Qua financiering dient de overheid de middelen te voorzien om het hoofd te bieden aan de vergrijzing. We lopen heel wat jaren achter in het bijpassen van de financiering in lijn met de stijgende zorgzwaarte. Er is dus nood aan een inhaalbeweging (RVT-financiering). Daarnaast moeten we de koppeling van middelen met de juiste inschatting van zorgbehoefte eenduidig juist zetten bij de zorg en de zorgverzekering. Eén systeem in plaats van dertien potjes van subsidies, forfaits, sociale maribel, 3e luik…
  4. Last but not least, senioren en hun familie zullen met vouchers (persoonsvolgende financiering) meer mee aan zet komen bij de keuze van het juiste zorgpakket en dienstverlening. Dit maakt het voor ouderen mogelijk om de publieke middelen meer gericht in te zetten, binnen de grenzen van wat haalbaar is.

Senioren van 80-plus met een kwetsbare gezondheid confronteren ons met de grenzen van ons kunnen. Oud worden, zeker in de laatste levensfase, is niet altijd een lachertje. Maar we kunnen dat welzijn wel anders ondersteunen. Voka vraagt om de ondernemers in de ouderenzorg de ruimte te geven met een andere personeelsinzet, andere (digitale) coördinatie, grotere medische specialisatie, publiek-private samenwerking en adequate, vraaggerichte financiering.

Pieter Van Herck - Senior Adviseur Welzijns- en Gezondheidsbeleid - pieter.vanherck@voka.be - 0498 75 10 28

Contactpersoon

Daan Aeyels

Adviseur Welzijns- en Gezondheidsbeleid

VZW - IMU - Multiburo
VZW_IMU_ALTEZ
VZW_IMU_GROUPS
ING
SD  Worx