Verslikken we ons in het Zomerakkoord?

12/09/2017 , Bert Mons

“Het is niet ondenkbaar dat ondernemingen ondanks de hervorming méér belastingen zullen betalen.”

Agreement. Met die tweet stortte Premier Michel ons eind juli in een zomers delirium. Bijna een jaar - maar eigenlijk al de hele legislatuur - waren we in blijde verwachting van de voor ons land broodnodige sociaal-economische hervormingen. Aanvankelijk waren de reacties op het akkoord positief, maar al snel werd duidelijk dat het ‘Zomerakkoord’ veel principiële, politieke beslissingen bevatte.

Wie gehoopt had op een langetermijnvisie en een helder allesomvattend kader en dito fiscaliteit mét perspectief voor ondernemers en hun medewerkers blijft toch met nog heel wat vragen zitten. Uiteindelijk opteert ook deze regering voor nog meer complexiteit, een onduidelijke financiering van de nieuwe maatregelen en voorlopige ramingen die steunen op bedenkelijke hypothesen.

Het klopt, de vennootschapsbelasting wordt eindelijk hervormd. Dat op zich is positief en dapper, maar er zijn toch bedenkingen. Want het nieuw algemene tarief van 25% zal godbetert pas vanaf 2020 van toepassing zijn. Ter compensatie van de verlaging van de vennootschapsbelasting worden dan wel een hele resem aftrekposten naar de prullenbak verwezen of hervormd, het is natuurlijk wel de bedoeling dat de globale belastingdruk substantieel daalt en het voor onze bedrijven ook allemaal eenvoudiger wordt.

Bottom line is het momenteel niet ondenkbaar dat ondernemingen, ondanks de hervorming, uiteindelijk méér belastingen zullen betalen.De nieuw ingevoerde minimumbelasting bemoeilijkt potentieel het aantrekken van nieuwe kapitaalintensieve investeringen. En wat met die kmo’s die nu van een voordeliger regime kunnen genieten en die uitgroeien tot grotere bedrijven en dus meer belastingen moeten betalen? Beknot de fiscus op die manier niet de groei van onze ondernemingen en dus het ondernemerschap?

Het klopt, er wordt geen meerwaardebelasting opgelegd. Er komt een heuse vermogensbelasting. Geen vermogenswinstbelasting, maar een echte vermogensbelasting. Wie had dat gedacht? En daarmee is de doos van Pandora geopend. Voor heel wat bedrijfsleiders-eigenaars is het afwachten hoe die vermogensbelasting nu zal worden ingevuld. Je zal maar een kmo zijn die aandelen op een effectenrekening staan heeft. Of wat cashgeld belegt. Quid beursgenoteerde familiebedrijven die hun aandelen op effectenrekeningen staan hebben: zullen zij betalen? Betalen om eigenaar te zijn van je bedrijf? Dat kan toch niet de bedoeling zijn? De trend is duidelijk om geld in de vennootschappen te laten en ‘privégeld’ zwaarder te belasten. De stijging van de roerende voorheffing van 15% naar 30% ligt nog vers in het geheugen.

En de echte problemen? Die worden nauwelijks aangepakt. Ook deze regering slaagt er niet in het enorme overheidsbeslag naar redelijke proporties terug te brengen, onze kwaliteit van dienstverlening substantieel te verbeteren of om de rechtszekerheid te verhogen. Regels en complexiteit, ook dat is een doos van Pandora die nooit meer gesloten is geraakt, met een gigantische, onproductieve kost als gevolg en administratieve willekeur die om de hoek loert.

Voka zal de uitwerking van de maatregelen uit het Zomerakkoord met argusogen opvolgen zodat het nu al broze evenwicht niet verstoord geraakt. Want dat de intenties goed zijn daar twijfelen we niet aan en bepaalde maatregelen zijn beslist een stap in de goede richting. Maar zoals te vaak in dit land durft het bij de uitwerking en invulling ervan al eens verkeerd lopen. Het zal zaaks zijn om de positieve punten voor de ondernemingen ook maximaal waar te maken zoniet betalen we met de vermogensbelasting wel een zeer hoge prijs. Beste politici, zoals we hier in West-Vlaanderen zeggen: ’t is all nie dat oar snien, ’t is all die kruljes leggen!