Skip to main content
  • Nieuws
  • Vergunningen: 6 sporen waarop we verder moeten werken

Vergunningen: 6 sporen waarop we verder moeten werken

  • 03/05/2022

De grondwerken aan Oosterweel liggen stil. Zijn grote investeringsprojecten nog mogelijk? 6 sporen om verder op te gaan.

Deze maand legde een arrest van de Raad van State de grondwerken stil van de Oosterweelverbinding. De uitspraak wordt nog volop bestudeerd maar gevreesd wordt dat ook andere werven hiervan de gevolgen zullen dragen. Het stikstofdossier was even van de voorgrond verdwenen en de PFOS-problematiek neemt al over. Investeerders zien het met lede ogen aan. De vraag of investeringen in Vlaanderen nog mogelijk zijn klinkt luider dan ooit.

De problemen benoemen is gemakkelijker dan ze op te lossen. Al vele jaren wordt er naar oplossingen gezocht. In 2017 deed zo de omgevingsvergunning haar intrede waarbij vergunningsprocedures werden geïntegreerd en vooral gestreefd werd om de overheid met één stem te laten spreken. Zowel de vergunningverlening als de advisering moest meer geïntegreerd verlopen. Het was een manier om via regels verkokering bij administraties tegen te gaan.

Mentaliteitsswitch

Vandaag is die ambitie zeker nog niet volbracht wat ook de reden is dat de Vlaamse regering in februari dit jaar nog een conceptnota goedkeurde tot bijsturing van de regelgeving inzake de omgevingsvergunning.

Maar de realiteit is dat bijsturing van rechtsregels de problemen maar tot op zekere hoogte kan oplossen. Dikwijls ligt het probleem ook bij de ingesteldheid van mensen. Je mag nog zoveel regels maken die alle kansen bieden om oplossingsgericht te werken, uiteindelijk zijn het mensen die daaraan invulling moeten geven en bij sommigen vereist dat een mentaliteitsswitch.

Europese regels

En dat onze regelgeving vandaag bijzonder complex is, is iedereen het over eens. Dat is ook niet altijd de fout van onze eigen beleidsmakers. Tegenwoordig komen de meeste regels rechtstreeks van Europa.

Dat is ook niet slecht en bewijst dat we Vlaanderen niet als een eiland moeten zien. Meer nog, het bewijst dat het ridicule is dat we in Vlaanderen zo graag willen voorop lopen in het ambitieniveau van onze milieunormen dat we blind zijn voor het concurrentieel nadeel dat we onze bedrijven cadeau doen ten opzichte van hun Europese en internationale concurrenten. In de plaats van onze eigen regels voortdurend aan te scherpen, zou Vlaanderen beter werk maken om in de toekomst meer te wegen op de Europese besluitvorming.

Juridisering

Onze maatschappij juridiseert ook steeds meer en burgers worden ook mondiger. In een dicht bevolkte regio als Vlaanderen zorgt dat onvermijdelijk voor problemen. Initiatiefnemers beseffen vandaag meer dan ooit dat ze burgers te vriend moeten houden en trachten via participatiemodellen optimaal rekening te houden met ieders bezorgdheden.

Maar het decreet 'complexe projecten', dat enkele jaren geleden juist in het leven werd geroepen om de grote complexe dossiers gerealiseerd te krijgen en dat volledig gebouwd is op het participatiemodel, bewijst vandaag ook dat volledige eensgezindheid over dergelijke projecten onmogelijk is.

Juridische procedures zijn meestal onvermijdelijk en dan is het bijzonder frustrerend dat overheden er niet in slagen om vergunningsbeslissingen juridisch waterdicht te krijgen. Net zoals het voor initiatiefnemers frustrerend is te zien hoe miljoenenprojecten worden tegengehouden door soms enkelingen waarbij terecht de vraag rijst of hun individuele belang nog wel in verhouding staat tot het grotere, algemene belang.

Procedureslagen 

In een poging om daar via regelgevende technieken op in te grijpen, werd op vraag van minister Demir vorig jaar door het Vlaams Parlement een decreet goedgekeurd waarbij tegenstanders van een project verplicht worden om meteen al hun argumenten op tafel te gooien zodat later, wanneer het dossier aanhangig wordt gemaakt bij een Raad voor Vergunningsbetwistingen, geen nieuwe argumenten mogen worden ingeroepen als men kennelijk heeft verzuimd die niet eerder in te zetten.

Op die manier wil men kwaadwillige procedureslagen een halt toeroepen. Maar het is opnieuw bang afwachten of deze aanpassingen overeind blijven want zoals vaker wordt ook dit decreet momenteel aangevochten door enkele milieuorganisaties omdat zij in het decreet een inperking zien van de rechten van burgers.

Gedeelde verantwoordelijkheid

Onze welvaart en in het verlengde daarvan, het welslagen van grote investeringsprojecten, moet een gedeelde verantwoordelijkheid zijn van ons allemaal. Initiatiefnemers moeten met open vizier inzetten op participatie en streven naar een zo goed mogelijk dossier. Van de overheid wordt verwacht dat ze mee naar oplossingen zoeken voor het realiseren van projecten wat betekent dat ze voortdurend in dialoog moeten gaan met initiatiefnemers en omwonenden.

Ook van burgers verwachten we een constructieve houding. En niet elke beslissing kan zonder enige weerstand worden genomen, maar dan verwachten we wel dat overheden hun beslissing goed motiveren en uitleggen en dat zij nadien hun beslissing ook durven blijven verdedigen.

6 sporen

Er worden, kortom, qua beleid alvast goede stappen vooruit gezet. We zien 6 sporen waarop we de komende tijd zeker verder moeten:

1. Zorg voor een Europees gelijk speelveld: weeg op het Europees beslissingsproces en hanteer strikt het principe van 'no goldplating'

2. Werk aan een constructieve, oplossingsgerichte administratie die met één stem spreekt (geen verkokering) en openstaat voor dialoog

3. Maak duidelijke, uniforme en transparante rechtsregels op het juiste niveau 

4. Blijf inzetten op versnelling en vereenvoudiging

5. Ontraad overdreven en irrelevante procesvoering en beroepsprocedures

6. Toon politieke moed en zet beslissingen door
 

Contactpersoon

Steven Betz

Senior adviseur milieu & ruimtelijke ordening

IMU - vzw - Altez
IMU - vzw - OBD
IMU - vzw Remant