Skip to main content

Vegen voor eigen deur

  • 14/09/2017

‘Waarom sturen bakfietsouders hun kinderen niet naar de concentratieschool maar wel naar de Freinetschool?’ Het is de vraag die het integratiedebat al enkele weken beheerst. Een debat dat tot voor kort eenzijdig werd gevoerd en vaak herleid tot werkgevers die te weinig allochtonen te werk stellen.

Wie gelooft dat ‘mystery calls’ het wondermiddel zijn, maakt zichzelf iets wijs, versimpelt het debat en kijkt weg van enkele ongemakkelijke waarheden in het integratievraagstuk.

Lange tijd concentreerde het integratiedebat zich tot wantrouwen tegenover werkgevers die allochtonen (al dan niet bewust) zouden discrimineren en hen de toegang tot de arbeidsmarkt ontzegden. Hierdoor zou de integratie niet lukken. ‘Verplicht werkgever allochtonen aan te werven via quota of voer mystery calls in en het probleem verdwijnt vanzelf’, luidde vanuit bepaalde hoeken de simplistische redenering. Een repliek dat er moet gezocht worden naar oorzaken en een verbreding van het debat werd weggewimpeld als minder relevant. De oorzaken van de slechte integratie op de arbeidsmarkt zijn ons inziens veeleer lage scholing en hoge schooluitval bij allochtonen, een weinig flexibele en dure arbeidsmarkt die daardoor weinig jobs voor laaggeschoolden kan bieden, een gebrekkige kennis van het Nederlands, …

Wat weinig aan bod komt in het debat, is dat ook degenen die vanuit hoge morele waarden kritiek geven op werkgevers, niet altijd zelf zo goed presteren inzake integratie. De kaders van vele vakbonden of NGO’s zijn blank, net zoals veel van hun leden. In de theaterzalen is het eveneens speuren naar diversiteit. Organisaties die expliciet zoveel mogelijk allochtonen willen bereiken, slagen daar vaak zelf niet in. Dus moet er toch meer aan de hand zijn dan werkgevers die te weinig allochtone medewerkers aanwerven.

Zo stonden in zowel De Standaard als De Morgen in het weekend van 9 september grote reportages over het samenleven van blanke progressieve stadbewoners en hun allochtone buren in concentratiewijken zoals Borgerhout, de Antwerpse Dampoort, Brugse Poort… Samengevat kwam het hierop neer dat dat het ‘samen’ leven, ondanks alle goede wil, nogal tegenviel en het in de praktijk toch vooral ‘naast elkaar’ leven is. ‘Progressieve blanke stedelingen die heel positief staan tegenover multiculturaliteit gaan koffie drinken in hun eigen hippe koffiebar, allochtonen doen dat in hun minder hippe koffiebar ernaast (waar de koffie de helft goedkoper is). Uitwisseling is er nauwelijks. Ook gesubsidieerde buurtfeesten zijn vooral blank, net zoals de jeugdbeweging’, getuigden mensen uit die wijken. De reportages in beide kranten lieten vooral uitschijnen dat er ondanks veel goede wil en oprechte bedoelingen, in de praktijk heel gesegregeerd in die wijken wordt geleefd. Vaak zelfs met aparte scholen.

De cultuursector zat afgelopen zomer eveneens rond hetzelfde thema in de knoei. Tunde Adefioye, dramaturg bij de KVS en Afro-Amerikaan schreef in een striemend opinie-artikel in De Standaard dat een bezoek aan het sympathieke Theater aan Zee festival voor hem, als kleurling, aanvoelt als een bezoek aan een moderne zoo, waar hij in een zee van witte mensen moet vertoeven. Hij verweet dat sommige voorstellingen op de hoogmis van theatermakend Vlaanderen onderliggend racistisch waren, en dat het geheel hem een beetje als een gijzeling overkwam. Voor een sector waar velen oprecht overtuigd waren dat ze via een toneelstuk of een boek schrijven (dat hoofdzakelijk door blanken gelezen wordt) de zwakke allochtoon verdedigden en zo het multicultureel vraagstuk oplosten, was die kritiek van Adefioye een binnenkomer.

De rel rond Theater aan Zee en de portretten van multiculturele stadswijken tonen aan dat degene die superdiversiteit promoten, ook zelf worstelen met multiculturaliteit, dat hun hoge principes botsen op veel praktische bezwaren, dat het samenleven met migranten uit niet-Westerse samenlevingen moeilijk en complex is, dat er belangrijke verschillen in visies rond opvoeding en waarden zijn, dat een bepaalde blanke levensstijl bewust en onbewust grote muren creëert voor allochtonen, dat er een verschil in visie is over de plaats van geloof in de samenleving…

Dit soort complexe mechanismes verklaart wellicht ook voor een stuk waarom de integratie van bepaalde groepen allochtonen op de arbeidsmarkt moeilijk verloopt en waarom die groep ondervertegenwoordigd is.

Om de integratie te bevorderen zou het dus goed zijn als gestopt wordt met het gebruik van clichés en onmogelijke verplichtingen tegenover werkgevers. Wie gelooft dat ‘mystery calls’ het wondermiddel zijn, maakt zichzelf iets wijs, versimpelt het debat en kijkt weg van enkele ongemakkelijke waarheden in het integratievraagstuk. Dus veegt in dat debat beter iedereen eens voor eigen deur. We moeten allemaal veel beter nagaan waar de echte integratiebarrières zitten en hoe we die kunnen opheffen.

Contactpersoon

IMU - Sport Vlaanderen
IMU - Altez 0110
VZW_IMU_GROUPS
ING
SD  Worx