Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Tweede zit voor hervorming vennootschapsbelasting
Karl Collaerts
  • 01/03/2017

Tweede zit voor hervorming vennootschapsbelasting

De federale regering bereidt zich in alle stilte voor op haar herkansing voor een ‘hervorming van de vennootschapsbelasting’. De timing van het examen is nog niet bekend, maar de scenario’s worden naar verluidt wel volop doorgerekend. Daarbij is het interessant om een blik te werpen op recente jaarverslagen van de Nationale Bank. Daaruit blijkt dat de regering de voorbije jaren in aanzienlijke mate rekende op extra vennootschapsbelasting. Ook in 2017 valt een stevige meeropbrengst te verwachten. Die moet deze keer prioritair worden bestemd voor de financiering van de eerste fase van de hervorming.

De regering zocht de voorbije jaren systematisch extra ontvangsten in de vennootschapsbelasting.

 

  • De opbrengsten uit de vennootschapsbelasting groeiden de voorbije jaren sneller dan de winstgevendheid van de ondernemingen.
  • De extra ontvangsten volgen op een verbreding van de belastbare grondslag.
  • De belastingfactuur van de ondernemingen zal in 2017 opnieuw stijgen.
  • De tariefverlaging in de vennootschapsbelasting mag niet langer uitgesteld worden.

 

De opbrengst van de belasting op het inkomen van vennootschappen zit al enkele jaren in de lift. Ze bedroeg vorig jaar 15,2 miljard. Volgens het jongste jaarverslag van de Nationale Bank droegen ondernemingen vorig jaar 1,4 miljard euro meer inkomstenbelasting af. In vergelijking met het dieptepunt van net na de financiële crisis bedraagt de stijging ongeveer 7 miljard euro. Ook in verhouding tot het bbp lag de opbrengst in 2016 met 3,6 % bbp hoger dan in 2007, vlak voor de financiële crisis (3,4 % bbp).
 

Vennootschapsbelasting
Bron: jaarverslag NBB, 2016

 


Overtreffende groei vennootschapsbelasting

Een gedeelte van die stijging valt uiteraard te verklaren door de aantrekkende winstgevendheid na de financiële crisis. De vennootschapsbelasting is immers een belasting op ondernemingswinsten. Hoe hoger de rendabiliteit van de ondernemingen, hoe hoger ook de rendabiliteit voor de schatkist. Het bruto-exploitatieoverschot van de vennootschappen, het inkomen van hun activiteit, steeg in 2016, net zoals het jaar voordien, in nominale termen met 5,7 procent.  De verbetering van de winstgevendheid zien we echter slechts vanaf 2014, terwijl de opbrengst ook in de jaren daarvoor al aanzienlijk steeg. De opbrengsten uit de vennootschapsbelasting groeiden de voorbije jaren sneller dan de winstgevendheid van de ondernemingen.

Vennootschapsbelasting
Bron: berekeningen op basis van jaarverslag NBB 2016

 

Verbreding belastinggrondslag

Een verklaring hiervoor is dat de regering de voorbije jaren de vennootschapsbelasting verhoogde. Ook hierover bevat het jaarverslag interessante informatie. De Nationale Bank baseert zich op begrotingsgegevens om de verwachte netto-impact van structurele maatregelen per belastingcategorie in kaart te brengen. Eenmalige meevallers zoals de terugstorting van onrechtmatig toegekende belastingverminderingen zijn hierin dus niet vervat. De combinatie van informatie uit verschillende jaarverslagen maakt een tijdsevolutie mogelijk.


Hieruit blijkt dat de regering de voorbije jaren systematisch op zoek ging naar extra ontvangsten in de vennootschapsbelasting. Ze deed dit niet door het nominaal tarief te verhogen – dat behoort met 33,99 procent al tot de top in Europa, maar wel door de belastbare grondslag te verbreden, dus door minder belastingverminderingen toe te staan en meer belastingplichtigen te onderwerpen aan de vennootschapsbelasting.


Vooral de vorige regering ging op dat vlak doortastend te werk. Zo werd de aanwending van de notionele interestaftrek in 2012-2013 aanzienlijk ingeperkt, werden bepaalde meerwaarden op aandelen belast en ging de belasting op bedrijfswagens omhoog. Ook de huidige regering nam al enkele maatregelen die tot meeropbrengsten leidden, zoals bijvoorbeeld de beperking op het gebruik van de notionele interestaftrek door de banken, de nieuwe wetgeving rond de liquidatieheffing voor kmo’s en de onderwerping van sommige intercommunales aan de vennootschapsbelasting.

Vennootschapsbelasting
Bron: opeenvolgende edities van het jaarverslag van de NBB, Het betreft doorgaans de in de begrotingsdocumenten vooronderstelde invloed van de maatregelen. Deze kan afwijken van de uiteindelijke impact.

 

Belastingdruk blijft stijgen

De voorbije jaren ondergingen de vennootschappen dus al een taxlift. De meeropbrengst diende om het oplopende begrotingstekort af te bouwen. Dat is de context waarin de regering al meer dan een jaar een taxshift in de vennootschapsbelasting uit: een verlaging van het nominaal tarief in ruil voor een nieuwe verbreding van de belastbare grondslag. In vergelijking met de voorbije jaren is dat een stap in de goede richting. Maar de meest voor de hand liggende grondslagverbreding is ondertussen wel doorgevoerd, met een stijging van de belastingdruk tot gevolg.

Het is dan ook aangewezen om in 2017 de eerste fase van de beoogde tariefverlaging ook effectief te realiseren. Temeer daar de belastingfactuur van de ondernemingen dit jaar opnieuw zal stijgen. Vooral de aanzienlijke verdere daling van de referentierente die als basis geldt voor de notionele interestaftrek, van 1,13 procent in 2016 naar 0,23 procent in 2017, speelt een belangrijke rol. Bijkomend leveren ook de afschaffing van de investeringsaftrek voor hoogtechnologische producten en de opschorting van de excess profit rulings extra inkomsten op voor de schatkist. Verder uitstel van de beoogde tariefverlaging is dus niet wijs.   

 

Karl Collaerts - Fiscaliteit en begroting - karl.collaerts@voka.be

 

Contactpersoon

Karl Collaerts

Senior Adviseur Fiscaliteit & Begroting

ING
SD Worx