Skip to main content
  • Nieuws
  • Themasessie Voka HC "Organisatie en financiering GGZ"

Themasessie Voka HC "Organisatie en financiering GGZ"

  • 09/05/2022

De organisatie en financiering van geestelijke gezondheidzorg ligt verspreid over de verschillende bevoegde overheden van ons land.  Vandaag is het mogelijk dat een psychiatrisch ziekenhuis, een psychiatrische verzorgingstehuis en een ambulante werking van eenzelfde zorgonderneming op eenzelfde campus toch verschillende overheden en financieringsvormen kent. Dat leidt zo tot andere personeelsnormen, verschillende paritaire comités en aparte verloningen.  Een boeiend onderwerp waar we dieper op ingingen tijdens de themasessie ”Organisatie & financiering geestelijke gezondheidszorg” van Voka Health Community.

Tijdens deze themasessie kwamen de volgende experten aan bod: Raf De Rycke (Broeders van Liefde), Aline Ghijselings (VAN) en Bernard Jacob (FOD Volksgezondheid).

Raf De Rycke (Broeders van Liefde) gaf zijn reflectie over de uitdaging inzake organisatie en financiering van geestelijke gezondheidszorg. De organisatie van geestelijke gezondheidszorg kent een sterke verdeling van bevoegdheden met o.a. uitgerafelde bevoegdheden rond programmatie, financiering en erkenning over verschillende overheden. Daarnaast bestaan vele projecten die voornamelijk Vlaams gefinancierd en goedgekeurd worden, al blijven de overlegplatformen federaal aangestuurd. Dat alles leidt tot een verschillend kwaliteits- en veiligheidsbeleid, een gebrekkig preventiebeleid en gefragmenteerde dataverzameling. 

Om tot een coherent beleid te komen, kunnen best homogene bevoegdheden voorzien worden op Vlaams niveau. Daar zijn volgende argumenten voor:
1.    Er is al veel overgedragen. Dat heeft geleid tot eigen Vlaams beleid wat een herfederalisering tegen gaat. Dat slaat niet enkel op gezondheidszorg maar ook op belendende thema’s als welzijn, onderwijs en werk
2.    Het is ook belangrijk dat zorg en gezondheidzorg dicht bij de bevolking organiseert
3.    Dat houdt de nodige solidariteit tussen gemeenschappen niet tegen.

Dat betekent niet dat alle bevoegdheden op hetzelfde niveau dienen te blijven: strategische doelstellingen in crisismomenten kunnen volgens Raf De Rycke federaal blijven, net als de nomenclatuur en vergoedingen voor professionals (daarom niet de budgetten an sich). Domeinen rond medicatiebeleid zoals prijszetting kunnen beter federaal of Europees blijven. 

De financiering volgt de logica van de patiënt niet en is niet voldoende aangepast (gebaseerd op cijfers uit de jaren 70 en sinds 1981 niet verder aangepast). Zo blijven de projecten vaak hangen in een tijdelijke financiering zonder structurele inkanteling van deze middelen in de reguliere financiering. Er is al heel veel werk gedaan door de sector, het KCE en WHO waarin de lijnen rond aangepaste financiering worden uitgezet. Het gaat dan om een prospectieve financiering die stimuli biedt voor kwaliteit en voor samenwerking (bv. via de netwerken). De plannen van de huidige minister rond ziekenhuisfinanciering heeft geen specifieke focus op de geestelijke gezondheidszorg. Dat blijkt ook uit de incentieven rond kwaliteit, die focussen op somatische indicatoren, zonder de geestelijke gezondheidszorg. De federale raad gaf een interessant advies waarin PVF wordt aangeraden. Zo'n PVF kan deel uitmaken van een gelaagd financieringsmodel ook wel bekend als een cappuccinomodel. 

Nadien lichtte Aline Ghijselings (VAN) het project #CAVAsa 2.0 tussen Vlaams Apothekers Netwerk (VAN), de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW) en de lokale besturen i.k.v. het Plan Vlaamse Veerkracht toe. Ze bracht met #CAVAsa een innovatief project waarin de silo's tussen welzijn en zorg worden doorbroken in een samenwerking tussen de CAW's en VAN. Het project kadert in het Geïntegreerd Breed Onthaal en bouwt verder op "masker19" waarin via een codewoord familiaal geweld kon worden aangegeven bij de apotheker. Het project loopt in 71 apotheken verspreid over gans Vlaanderen (9 eerstelijnszones). Het project startte na een verkennende enquête waarin de hoofdlijnen werden bevraagd die vervolgens in een co-creatief project werd uitgewerkt richting opleidingsdagen en een pilootfase. Vanzelfsprekend wordt ook opgevolgd en geëvalueerd. Het project vergroot de verwijsmogelijkheden. Waar vroeger louter de huisarts werd aangeraden voorziet in CAVAsa het CAW het onthaal en opvolging van de verwezen patiënt. Het CAW neemt breed op, met aandacht voor welzijnsactoren en koppelt vervolgens ook terug naar de apotheker. De apotheek linkt zo erg laagdrempelig informele zorg en zorgvragen aan een professioneel circuit. Naast de verwijzing en opvolging van individuele patiënten voorziet het project ook in het nodige regionale overleg.

In het tweede projectjaar beoogt het projectteam om 250 apothekers te engageren uit 35 ELZ (allemaal gelegen in de 5 reeds deelnemende CAW regio's (CAW Oost-Brabant, Boom Mechelen Lier, Oost-Vlaanderen, Centraal-West-Vlaanderen en Limburg)). Voor een verdere uitrol naar alle 65 ELZ en op die manier duurzaam ingang te vinden, ontbreekt het aan een financieringsmodel dat dergelijke acties inbed in de financiering van apothekers.  

Tot slot duidde Bernard Jacob (FOD Volksgezondheid) de projecten art. 107 of de hervormingen in de sector van de geestelijke gezondheidszorg. Hij leidde het thema in met de vermaatschappelijking van geestelijke gezondheidszorg.

De projecten en hervormingen zijn al lang "work in progress" dat startte in 2002 en doorheen 20 jaar verschillende projectoproepen kenden. Het project wordt gesteund door 2 gidsen "naar een betere geestelijke gezondheidszorg" en "geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren". De gidsen zorgen voor afstemming: een visie en beweging die wel binnen gefedereerde bevoegdheden ingevuld konden worden. De gidsen aligneren ook beleid over legislaturen heen.

Artikel 107 slaat op projecten voor geestelijke zorg voor volwassenen waarbij residentiele capaciteit kon worden omgezet naar een extramuraal aanbod. Het project voorziet ene shift van aanbod naar vraaggestuurde zorg, in een netwerkmodel en met een degelijke coördinatie. Er komt ook een nieuw project. De stepped-care organisatie voorziet vroegdetectie en een trapsgewijze verwijzing die vertrekt vanuit de patiënt en verwijst deze gericht volgen zorgbehoefte. Dat betekent dat niet steeds of niet meteen sterk gespecialiseerde zorg wordt aangeboord. 

Bernard Jacob gaf als besluit: “Een geïndividualiseerd geïntegreerd hulpaanbod met aandacht voor continuïteit vanuit een netwerk in de eigen omgeving en de eigen sociale inbedding.” Om dit te realiseren wordt samengewerkt met en tussen de verschillende overheden in een 2wekelijks interkabinettenwerkgroep . Er zijn ook de nodige middelen voorzien die via het netwerk worden verdeeld wat het netwerk uitdaagt om een consensus te zoeken tussen de partners. Deze middelen bestaan naast de klassieke nomenclatuur voor geestelijke gezondheidszorg. 

Dankzij deze jarenlange werking konden ook snel de nodige akkoorden rond psychosociale zorg worden opgezet in de pandemie. In een volgende stap wordt verder gewerkt aan het verschuiven van individuele zorg naar meer "public health" aanpak waarin vroegdetectie en vroeginterventie ook in een groepsaanbod kan ontwikkeld worden. Dit maakt de link naar de conventie waar 152 mln. wordt voorzien voor zowel de functie gespecialiseerde als eerstelijnspsychologie. In de toekomst worden ook de ouderenzorg en chronische zorgvragen opgenomen.

Bijkomend wordt destigmatisatie gesteund door projecten zoals Te Gek en de Rode Neuzendag. Er is ook een goede samenwerking met VDAB en GTB in het kader van re-integratie van langdurig zieken. Werk Werkt is de slagzin om volwassenen met een mentale aandoening die wensen te werken of te studeren ook de mogelijkheid te bieden om dit daadwerkelijk te doen.

Contactpersoon

Ria Binst

Projectmanager Health Community

IMU - vzw - Bank van Breda
IMU - vzw - Mediafin TTL