Skip to main content
  • Nieuws
  • Themasessie "Lange wachtlijsten in geestelijke gezondheidszorg"

Themasessie "Lange wachtlijsten in geestelijke gezondheidszorg"

  • 14/03/2022

Tijdens deze themasessie “Lange wachtlijsten in geestelijke gezondheidszorg” van Voka Health Community vertelde Prof. dr. Kris Van den Broeck (UAntwerpen) ons meer over het rapport “Wachten op psychische hulp – de lengte en beleving van wachttijden in de Vlaamse geestelijke gezondheidszorg”. Nadien vernamen we van enkele experten uit het werkveld welke concrete voorstellen ze hadden om dit op te lossen. 

Prof Van den Broeck en Eva Rens schetsen de Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid als een breed overleg in de sector met als doel om met 1 stem te spreken over betere geestelijke gezondheidszorg. De Staten-Generaal zijn daarbij een samengaan van beleidsmakers, onderzoekers en clinici. Bij het opmaken van een rapport rond de wachtlijsten, bleek het een uitdaging te zijn om precieze data te verzamelen, die de ware omvang van het probleem in kaart konden brengen. De werkgroep onderzocht wie voor welke zorg moest aanschuiven, wat de oorzaken en oplossingen kunnen zijn en wat hun beleving is. Opvallend is dat de wachttijden voor minderjarigen groter is dan voor meerderjarigen. Dit is zelfs zo voor crisisopname: 1/3 van de jongeren moesten meer dan 1 maand wachten. Daarenboven verergeren de klachten gradueel tijdens wachttijden en met crisissituaties (inclusief suïcide). De impact reikt tot de familie en omgeving én weegt op het vertrouwen in de sector. Ook langs de kant van de zorgverleners wegen wachttijden. 
Corona zorgde voor een verslechtering van de capaciteit. Wachttijden blijken afhankelijk van de capaciteit (aanbod aan zorgverleners), de juiste indicatie (je kan aanschuiven in de verkeerde wachtrij wat zowel voor hem als voor andere wachtenden een negatief effect heeft) en een vlotte doorstroom (opvolging en behandeling vergen tijd, al lopen die soms langer door dan strikt nodig). De oplossingen liggen in gedeelde verantwoordelijkheid tussen beleidsmakers en professionals (capaciteit) en professionals en patiënten (indicatie en doorstroom). Om een meer gedetailleerd zicht te krijgen op de wachtlijsten is meer monitoring en public mental health noodzakelijk volgens prof Van den Broeck. 

Nadien vernamen we van enkele experten uit het werkveld welke concrete voorstellen ze hebben om dit op te lossen.

- Koen Lowet (VVKP)

Volgens Koen Lowet (VVKP) hoef je in tussentijd niet stil te zitten: het ontstaan van een psychisch probleem start vaak in de kindertijd en ontwikkelt zich gradueel vaak over een lange looptijd (tot wel 10 jaar). De oorzaak is niet steeds eenduidig en veeleer meervoudig: biologische psychologische en sociale omstandigheden spelen een rol. De lange tijd voor iemand de stap naar hulpverlening zet komt deels vanuit health literacy, deels vanuit onbekendheid en ontoegankelijkheid (waar moet ik zijn in het versplinterd en onduidelijk aanbod en wat kost me dat?) en tot slot deels vanuit een "perverse" zorgorganisatie.  
 
Koen stelde de "service organisatie piramide" van de WHO voor die streeft naar een optimale mix van dienstverlening in mentale zorg. Opvallend: de meeste aandacht gaat hierbij naar niet professionele zorg, maar zet in op het versterken van zelfzorg en veerkracht en op het versterken van de informele gemeenschap rondom de zorgvrager. Pas daarna komt de eerstelijns professionele zorg. Deze eerste 3 lagen zouden tot 80% van de zorgvragen moeten kunnen opvangen. Vandaag ageren en organiseren we ons helemaal omgekeerd: de zorg fungeert vandaag te vaak als een draaideur in plaats van als een geïntegreerd geheel dat elkaar en de zorgvrager ondersteunt. Best practices rond zo'n public mental health zijn te vinden bij Kaiser Permanente en Gesundes Kinzigtal. Koen duidt deze initiatieven als een accountable care organisatie: zorgvraag en -aanbod worden op basis van data, doelstellingen en kwaliteit transparant verantwoord met een geïntegreerde financiering. Vandaag zit de financiering nog te vaak vast in hokjes en projecten. VVKP wijst op de nood aan een LT-plan waarin over meerdere jaren stappen worden gezet rond "change management".


- Bart Claes (CAW Boom Mechelen Lier)

Bart Claes positioneerde het CAW als een eerstelijnsorganisatie, die het psychosociaal welzijn van mensen met een verhoogde kwetsbaarheid versterkt. Want wanneer de vraag veel groter is dan het aanbod, dan is een laagdrempelig aanbod essentieel om snel de zorgvragen te capteren, op te vangen en door te verwijzen indien nodig.


- Prof. dr. Marina Danckaerts (Kinder- en Jeugdpsychiatrie UPC KU Leuven)

Prof. Marina Danckaerts bevestigde: voor 1 op 2 minderjarigen met ernstige psychische problemen is er géén zorgaanbod. En het bestaande ambulant aanbod is te weinig intensief om effectief te kunnen zijn. Er is een prangend probleem en de wachttijden tot het zorgaanbod is groot. Dat is lastig, want het heeft effecten op de patiënten en hun omgeving. Dat zorg soms voor ergere situaties dan initieel het geval was. Zeker voor minderjarigen is het probleem erg groot: 1/5 jongeren heeft regulier psychologische bijstand nodig én bij 5 à 7% is dit probleem erg groot. 
 
Toch zijn er ook oplossingen. Een geïntegreerd zorgmodel voor geestelijke gezondheidszorg kan zorgen voor veel vroeger ingrijpen. Misschien zelfs zo vroeg dat je het eerder preventie dan echt zorg zou kunnen noemen: versterk de patiënt én versterk de omgeving nog voor hij/zij aan hulpverlening toe is. Een laagdrempelige toegang tot eerstelijnspsychologie zou tot 80% van de problemen moeten kunnen oplossen - bv. via een herstel-academie - en het aanbod helder en toegankelijk maken. Maar er is meer nodig. Vooral de versnippering van het aanbod is erg groot, wat maakt dat je erg lang kan zoeken naar gepaste hulp. Een goede, systematische inschatting of triage is essentieel zodat gericht kan doorverwezen worden naar meer intensieve ambulante zorg of zelfs opname. We moet daarbij nagaan of limiteren en segmenteren van de zorg daar kan bijdragen. 1 nummer, 1 weg zou het onthaal vereenvoudigen en veel meer duidelijkheid geven over de verwijzing. Hetzelfde geldt voor een centraal wachtpunt: dat zorgt voor monitoring en inzichten, maar ook de mogelijkheid om het wachten te verzachten of de zorg te versnellen, indien nodig. Wachthuizen heet dat. Tot slot kan de zorg de handen uitreiken via outreachend werken. Louter door aanwezig te zijn kan je taboes doorbreken en preventief te werk gaan. De ontwikkel- of doorlooptijd van psychologische zorgvragen - die 10 jaar duurt-  kan zo beperkt worden. Laagdrempelige beschikbaarheid en afstemming met andere kanalen en partners is belangrijk.


- Sara Van de Kerckhove (BloomUp) 
Dat is ook zo op het werk: BloomUp biedt o.a. een programma rond geestelijke gezondheid voor werknemers vertelt Sara Van de Kerckhove. Ze doorbreken geografische grenzen en verhogen de toegankelijkheid door het inzetten van technologie, die helpt om snel en toch persoonlijk hulp te bieden. Ze doen dat op basis van vragenlijsten, die helpen om noden in te schatten en zo een gepast antwoord te bieden. Dat hoeft niet enkel in een 1 op 1 gesprek maar kan ook via niet reguliere zorg zoals bv. online zelfhulp of bv. het inschakelen van andere beroepsgroepen.
 
Afsluitend keken we ook al even naar de te nemen ‘next steps’. In volgende activiteiten wordt gewerkt aan een model waarin niet enkel professionele hulp beschikbaar wordt, maar ook een versterkend aanbod naar patiënten en hun omgeving. Daar hoort ook gepaste financiering die zorgt voor verantwoording over het hele zorgmodel. Daarnaast is er nog meer data nodig zodat inzichten in zorgbehoeften, zorgaanbod en zorggebruik bijdragen aan het wegwerken van de wachtlijsten in geestelijke gezondheidszorg.

Contactpersoon

Ria Binst

Projectmanager Health Community

Advertentie Vermant - mei
Gent Jazz
IMU - vzw - Eneco
Circuit Zolder
IMU - vzw - De belegger
IMU - vzw - Bebat
Proximus
AW_Welt Whitepaper Inclusieve leidinggevende