Skip to main content
  • Nieuws
  • Structureel werk maken van gezondere overheidsfinanciën

Structureel werk maken van gezondere overheidsfinanciën

  • 16/07/2018

Ons land heeft de voorbije jaren enige vooruitgang geboekt op het vlak van de sanering van de overheidsfinanciën, maar duidelijk minder dan beoogd. Bovendien dreigt de federale begroting de volgende jaren te ontsporen zonder structurele ingrepen. De federale regering moet dat verhinderen door het pad van de structurele hervormingen verder aan te houden.

De federale regering legde de lat voor zichzelf bij haar aantreden hoog. Ze opteerde – terecht – voor hervormingen op het vlak van pensioenen, gezondheidszorg en de arbeidsmarkt. Daarenboven maakte ze ook – eveneens terecht – een speerpunt van de versterking van de competitiviteit en een verlaging van de personenbelasting. Door de groei van de uitgaven in te perken ambieerde ze tot slot een structureel evenwicht in het jaar voor de verkiezingen.

Op begrotingsvlak staat de federale regering nu echter op een scharniermoment. Recente rapporten van de Hoge Raad van Financiën, de Europese Rekenkamer, het Monitoringcomité en het Federaal Planbureau maken dat duidelijk. Ze werpen respectievelijk een licht op het verleden, het heden en de toekomst.

Terugblik

De Hoge Raad van Financiën analyseert de recente budgettaire evoluties tot en met 2017. Ze doet dat door de evolutie van de ontvangsten en uitgaven te corrigeren voor de stand van de conjunctuur en eenmalige factoren. Zo bekomen we een gezuiverde tijdreeks die een betekenisvollere vergelijking mogelijk maakt.

Hieruit blijkt dat het structureel primair saldo – een maatstaf voor het gevoerde begrotingsbeleid, exclusief interestlasten – tussen 2014 en 2017 verbeterde met 0,9 % bbp, dus met gemiddeld 0,3 % bbp per jaar. Dat is vergelijkbaar met de periode 2011-2014. Vermits ons land nog geen structureel evenwicht bereikte, moet het zijn structureel saldo (inclusief interesten) jaarlijks echter verbeteren met 0,6 % bbp. We konden tussen 2014 en 2017 echter genieten van een aanzienlijke rente-meevaller van 0,8 % bbp. Hierdoor bleven we enigszins op begrotingskoers. De regering slaagde er wel niet in het beoogde structureel evenwicht te bereiken in 2018. Dat werd opnieuw uitgesteld, nu tot 2020.

Op het eerste gezicht lijken de begrotingsrealisaties van de huidige regering dus vergelijkbaar met die van de vorige. De onderliggende dynamiek verschilt echter duidelijk. De budgettaire vooruitgang in de vorige legislatuur kwam er vooral door lastenverhogingen die de uitgavenstijgingen overtroffen, terwijl de huidige regering meer oog heeft voor een inperking van de uitgavengroei in combinatie met een vermindering van de zeer hoge fiscale druk. In een land met een relatief hoge fiscale druk verdient de tweede benadering de voorkeur.

Vooruitblik

overheidsfinanciënRecente ramingen van de Europese Commissie, het Federaal Planbureau en het Monitoringcomité wijzen er op dat de geboekte structurele vooruitgang in de voorbije jaren bij ongewijzigd beleid niet behouden blijft. De extra vergrijzingslasten in combinatie met de verdere verlaging van de personenbelasting in 2019 zetten druk op de begroting. Dat is met name een grote uitdaging voor de federale regering. Bij ongewijzigd beleid zou het structureel tekort van Entiteit I (federale overheid + sociale zekerheid) volgens het Monitoringcomité immers oplopen van 3,5 miljard dit jaar tot 5,3 miljard volgend jaar, 6,7 miljard in 2020 en 8 miljard in 2021. Bovendien schat het Monitoringcomité, naar eigen zeggen, de structurele situatie voor volgend jaar nog te rooskleurig in.

Indien de huidige regering met andere woorden nu dus niet bijstuurt, presenteert ze de volgende regering een zware factuur. In een zeer recent rapport wijst de Europese Rekenkamer op dit risico: “ België heeft (tussen 2014 en 2018) enige vooruitgang geboekt in de richting van zijn middellange termijn doelstelling, maar veel minder dan vereist op grond van de matrix. Tegen eind 2018 zal het land naar verwachting nog steeds 1,5 procentpunt bbp van de middellange termijn doelstelling, die onlangs naar beneden werd bijgesteld, verwijderd zijn. Wanneer de aanpassing van België in de komende jaren even snel verloopt als gemiddeld in de periode 2014-2018, zal zijn doelstelling in vijf jaar worden bereikt”. De Europese Rekenkamer zet de Commissie ertoe aan landen met hoge schulden, zoals ons land, minder ruimhartige uitzonderingen te gunnen om hun begroting in lijn te brengen met de doelstellingen voor de middellange termijn.

Een terecht aandachtspunt. Momenteel worden schulden immers nauwelijks afgebouwd. Maar als dat nu al niet lukt, bij economisch mooi weer en een zeer lage rente, hoe moet het dan als de economische wind keert zoals het Federaal Planbureau in zijn jongste Middellange Termijn projecties tot 2023 laat uitschijnen?

De federale regering moet zich nu dus focussen op haar kerntaak: het maken van beleidskeuzes met het oog op de realisatie van de begrotingsobjectieven die ze in haar jongste Stabiliteitsprogramma zelf formuleerde. De begroting duurzaam gezond maken kan het best door verder structureel te hervormen, niet door “technische aanpassingen”. Door een betekenisvolle federale Arbeidsdeal kan onze werkgelegenheidsgraad veel hoger. Conform eerder geformuleerde budgettaire afspraken moet men de uitgavengroei in de gezondheidszorg ook in 2018 en de volgende jaren in toom houden. Ook moet een aantal arbeidsmarkthervormingen uit het federaal Regeerakkoord nog altijd worden uitgevoerd. De federale regering heeft de volgende weken dus nog werk voor de boeg om haar ambities waar te maken.

Karl Collaerts - Adviseur Fiscaliteit & Begroting - karl.collaerts@voka.be - 0478 29 69 76

Contactpersoon

Karl Collaerts

Senior Adviseur Fiscaliteit & Begroting

VZW_IMU_GROUPS
IMU - Altez 0110
IMU - Sport Vlaanderen
ING
SD  Worx