Skip to main content
  • Nieuws
  • Stijgende inflatie: zo hard lopen de loonkosten al op

Stijgende inflatie: zo hard lopen de loonkosten al op

  • 02/06/2022

De nog altijd toenemende inflatie zadelt onze economie via de automatische loonindexering op met een nieuwe belangrijke loonhandicap. Zonder ingrijpen dreigt die voor jaren op onze economie te wegen. De huidige overdreven focus op koopkracht op korte termijn dreigt op die manier de koopkracht op langere termijn te hypothekeren.

Een nieuwe maand, een nieuwe verrassing in de inflatiecijfers. In april bleef de inflatie nog stabiel op 8,3%, wat toen voor velen een indicatie leek dat we stilaan aan de piek zaten. In mei steeg de inflatie evenwel verder door naar 9%, het hoogste niveau sinds 1982.

Hoewel het moeilijk blijft om in te schatten hoe hoog de inflatie uiteindelijk kan gaan, ziet het er nog altijd naar uit dat de inflatie later dit jaar zal gaan afkoelen en dat we dan vooral volgend jaar terugkeren naar duidelijk lagere inflatiecijfers. De Europese gasprijzen, de initiële motor achter de huidige inflatieopstoot, zitten vandaag op hetzelfde niveau als in september (zij het nog altijd ver boven de niveaus voor corona). 

Volgens ramingen van de Europese Commissie stijgen onze loonkosten in deze inflatiecrisis duidelijk sneller dan in de buurlanden.

Bart Van Craeynest, hoofdeconoom Voka

Als dat ook de komende maanden zo blijft, dan zal de inflatoire druk uit die hoek in het najaar duidelijk afnemen. Ook voor veel andere grondstoffen lijken de prijzen te stabiliseren op hoge niveaus. Die stabilisatie wijst in de richting van een afkoelende inflatie.

Daartegenover staat dat de prijsschok in de grondstoffen meer en meer doorsijpelt in de rest van de economie, via de prijzen van de finale producten en via de loonkosten. De inflatie blijft dus nog wel geruime tijd hoog, maar zou na de zomer toch geleidelijk moeten gaan afkoelen

23 miljard extra loonkosten

De hogere inflatie zorgt ondertussen via de automatische loonindexering voor forse loonstijgingen. Op basis van de recentste vooruitzichten ziet het ernaar uit dat de gemiddelde uurlonen in 2022-2024 met 15,5% zullen toenemen.

Op Belgisch niveau komt dat overeen met een extra loonfactuur van 23 miljard op jaarbasis. Dat is in het hoger beschreven scenario van een afkoelende inflatie. Mocht de inflatie nog langer hoog blijven, dan loopt die factuur nog verder op. 

Loonhandicap

In welke mate die sterke loonstijgingen onze concurrentiepositie aantasten, hangt af van de loonstijgingen in de buurlanden. Daar is voorlopig nog niet heel veel zicht op. Ook in de buurlanden proberen de vakbonden compensatie af te dwingen voor de hogere inflatie. Maar gezien de onzekere economische situatie is daarbij toch wel enige voorzichtigheid te merken.

Volgens de eerste ramingen van de Europese Commissie zouden de loonkosten in ons land in deze inflatiecrisis duidelijk sneller stijgen dan in de buurlanden. Op die manier bouwen we terug een belangrijke loonhandicap op. Volgens de huidige vooruitzichten zou die oplopen tot 6% tegen eind 2023.

Een eerdere gelijkaardige loonhandicap hadden we net weggewerkt, o.m. via de indexsprong van de regering Michel en een volgehouden loonmatiging, maar die inspanningen worden nu volledig teruggedraaid.    

Economische schade

In het verleden werd al meermaals duidelijk dat te sterke loonstijgingen in ons land in vergelijking met de buurlanden een belangrijke negatieve impact hebben voor onze economie. In eerdere crisisperiodes werd dat vooral duidelijk via de delokalisatie van grote productiebedrijven zoals Renault, Ford of Caterpillar.

De bredere impact van te sterke loonstijgingen loopt via verlies aan internationaal marktaandeel, minder investeringen, minder werkgelegenheid en een lager economisch potentieel (telkens relatief ten opzichte van de situatie met een gematigdere loondynamiek). 

Tegen de achtergrond van de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt zal de impact deze keer allicht niet verlopen via een sterke stijging van de werkloosheidscijfers, maar dat betekent niet dat er geen negatieve impact zal zijn.

Die zal eerder doorkomen via een lager economisch potentieel, wat op korte termijn minder opvalt, maar evengoed belangrijke negatieve implicaties heeft voor onze welvaart op langere termijn. De huidige overdreven focus op koopkracht op korte termijn dreigt op die manier de koopkracht op langere termijn te hypothekeren.
 

Contactpersoon

Bart Van Craeynest

Hoofdeconoom

IMU - vzw - Bank van Breda
IMU - vzw - Mediafin TTL