Skip to main content
  • Nieuws
  • "Stelp het bloeden van onze Limburgse bedrijven"

"Stelp het bloeden van onze Limburgse bedrijven"

  • 31/08/2022

persbericht conjunctuur

Een recessie in Limburg is onafwendbaar. De combinatie van ongeziene energieprijzen, torenhoge loonkosten, verstoorde export en aanhoudende droogte zijn een dolksteek voor onze Limburgse ondernemingen. Uit de nieuwste conjunctuurbarometer van Voka – KvK Limburg blijkt dat het conjunctuurniveau tegen het eind van het jaar onder 60 punten duikt terwijl het jaar nog begon aan 80 punten. In de laatste twee kwartalen van dit jaar zien Limburgse bedrijven hun omzet afnemen en ook in 2023 zet die negatieve trend zich door. “De helft van de industriële bedrijven in Limburg verwacht in de komende maanden een beroep te moeten doen op tijdelijke werkloosheid. Zonder onmiddellijke actie zullen veel ondernemingen hun productie moeten terugschroeven én moeten vaststellen dat door het concurrentieel nadeel orderboekjes na een mogelijke heropstart leeg blijven. Deze crisis is potentieel gevaarlijker dan de sluiting van Ford Genk”, waarschuwt Johann Leten, gedelegeerd bestuurder van Voka – KvK Limburg.

Voor alle bedrijven in Limburg ligt de huidige gasprijs 180% hoger dan gemiddeld in 2021, voor de energie-intensieve bedrijven is de aardgasprijs tot wel maal tien gegaan. Hetzelfde geldt voor de elektriciteitsprijzen. Dat is de harde realiteit. Een Voka-bevraging bij 700 ondernemingen leert dat in Limburg bijna één op twee bedrijven niet ingedekt is tegen stijgende energieprijzen. Bij diegene die wel ingedekt zijn, loopt voor de helft de indekking af binnen de 3 maanden. Een op vier energie-intensieve bedrijven draait nu al een operationeel verlies. Bij een verdere stijging van de energieprijzen zal een op drie bedrijven in Limburg de productie verminderen of stopzetten.

“Als we onze industrie in Limburg nu niet overeind houden, dreigt een domino-effect voor grote delen van onze economie en riskeren we productiecapaciteit die werd stopgezet voorgoed te verliezen”, waarschuwt Johann Leten. “Op Europees niveau is een ingreep op de energiemarkt dringend nodig. Intussen vragen wij aan de overheden om op korte termijn concrete ondersteuning voor ondernemingen die zwaar getroffen zijn door de hoge energieprijzen en een soepel systeem van tijdelijke werkloosheid.”

Perfecte storm

Met de stijging van de energieprijzen stijgt ook de inflatie naar 10%, het hoogste aantal in 46 jaar. De inflatie heeft ook een directe impact op de loonkosten. In de periode 2022-2024 wordt op basis van de laatste ramingen een loonkostenstijging met 17% verwacht. Dat komt overeen met een extra loonfactuur van 26 miljard euro, integraal voor rekening van de private werkgevers. En dat blijft niet zonder gevolg: Bij grote werkgevers overweegt 1 op 6 om activiteiten naar het buitenland te verhuizen omwille van de toenemende loonkosten in België.

Samen met energie en loonkosten zorgt ook de aanhoudende droogte voor de perfecte storm. Indien de droogtecommissie bijkomende maatregelen afkondigt ten koste van de industrie - zoals een captatieverbod op bevaarbare waterlopen – dan worden onze ondernemingen letterlijk en figuurlijk drooggelegd, met alle gevolgen van dien voor ons economisch bestel in Limburg.

“Dit is een Europese crisis. Wat mensen dreigen te vergeten is dat het concurrentieprobleem voor bedrijven een koopkrachtprobleem voor de bevolking kan vormen”, stelt Johann Leten. “Wat we hier in Limburg en Europa produceren, dreigt gewoonweg te duur te worden op de wereldmarkt. Snel en doortastend optreden door de Europese Unie is noodzakelijk om de irrationele prijzen op de energiemarkten tegen te gaan.”

johann leten
Johann Leten, gedelegeerd bestuurder Voka - KvK Limburg

Analyse deelindicatoren

Starters blijven dalen

Net als voorgaande maanden startten er in juli minder bedrijven op dan in dezelfde maand vorig jaar. Met 831 nieuwe ondernemingen doen we het 13% slechter dan in juli 2021. Niet alleen de gevestigde ondernemingen staan onder druk, maar de onzekere economische situatie en het dalend ondernemersvertrouwen wegen duidelijk ook op het aantal starters.

Exportactiviteit ruim onder niveau vorig jaar

Tijdens het tweede kwartaal laat de exportactiviteit een krimp van het aantal afgeleverde exportcertificaten met -19% optekenen. Deze vrije val manifesteerde zich vooral in april en mei, terwijl in juni wat terrein teruggewonnen werd. In juli moet echter opnieuw een maand-tot-maand krimp van -14% geïncasseerd worden. Het activiteitsniveau valt hiermee terug tot 1570 eenheden. In het recente verleden werden alleen in mei 2020 (volle coronaperiode) en juli 2016 zwakkere prestaties geregistreerd van respectievelijk 1515 en 1525 eenheden. De gerealiseerde exportwaarde houdt daarentegen goed stand op het niveau van vorige maand. Er mag zelfs een marginaal positieve maand-tot-maand toename van 0.5% gerapporteerd worden, terwijl voor juli sinds 2010 gemiddeld een krimp van -5.4% aan de orde was.

De trends blijven voor beide indicatoren net als vorige maand significant opwaarts gericht. Wat betreft de exportwaarde impliceert de huidige trend een stevige uitvlakking ten opzichte van een jaar geleden. Het trendpatroon voor de certificaten verliep een jaar geleden daarentegen nog licht dalend. De huidige opwaartse trends kunnen echter niet voorkomen dat de activiteit in zijn geheel stevig onder het niveau van vorig jaar blijft. De year-to-year differentials blijven voor beide indicatoren negatief en worden zelfs nog gevoelig ruimer. Het ziet er dus sterk naar uit dat de export er niet meer zal in slagen om het activiteitsverschil ten opzichte van vorig jaar ​ op relatief korte termijn weg te werken.

Rem op de bouw

De meest recent beschikbare effectieve bouwcijfers wijzen voor april van dit jaar op een maand-tot-maand terugval van het totale aantal vergunningen met -26.7%. Vanaf mei zit het totale aantal vergunningen opnieuw in de lift. In juli zou een aangroei met 12.3% ten opzichte van april mogen genoteerd worden. Deze expansie ondervindt relatief sterkste steun vanwege de niet-residentiële nieuwbouw (+94%) en de residentiële renovatiebouw (+13.7%).

In de loop van de periode tot januari 2023 blijven de trendpatronen voor de niet-residentiële nieuwbouw en voor beide segmenten binnen de residentiële bouw mathematisch zwak negatief, maar praktisch gesproken volledig vlak. Al deze trends verlopen vlakker dan een jaar geleden. Voor de niet-residentiële renovatiebouw is de huidige opwaartse trend licht sterker dan die van een jaar geleden. Per saldo resulteert voor de totale markt sterke stagnatietendens die identiek is aan die van vorig jaar.

Vorige maand kwam ​ de year-to-year differential in de rode zone terecht (-0.95%). Deze maand glijdt de marge voor de totale markt nog dieper weg tot ​ -7.1%. Met de positieve 6.6% van twee maanden geleden in het achterhoofd mag nu wel degelijk van een krimptendens gesproken worden. Deze evolutie wordt gevoed vanuit drie van de vier segmenten. Het meest omvangrijke verlies is echter voor de niet-residentiële nieuwbouw waar een terugval van 15.2% tot -4.14% moet geïncasseerd worden. De analyse van onze recente bouwenquête wordt hierbij ook bevestigd: te weinig volk, hoge loonkosten en ontspoorde grondstoffenprijzen zetten een rem op de bouw.

Autosector geraakt niet uit het slop

In juli maakt het aantal inschrijvingen van nieuwe voertuigen systematisch een stevige duik van gemiddeld -26.6%. Dit jaar is de terugval nog licht ruimer (-31%). Het totale aantal inschrijvingen strandt vervolgens op 2292 eenheden of -16.5% onder het maandgemiddelde, wat eveneens goed is voor een nieuw diepterecord voor de maand juli.

Drie van de vier indicatieve segmenten vertonen over de periode tot januari een opwaartse trend. De verwachte evolutie van de totale markt vertoont in de loop van de volgende zes maanden een licht opwaartse tendens. In de overeenkomstige periode van vorig jaar was de trend nog licht dalend. Noteer evenwel dat alle onderliggende opwaartse patronen in hoge mate het technische gevolg zijn de traditionele aan de salonvoorwaarden -gerelateerde januaripiek. De vraag is hier echter in welke mate het chiptekort en de oplopende inflatie deze piek in januari in 2023 zal uitvlakken.

De year-to-year differential voor de totale markt blijft negatief maar krimpt verder van -7% naar -4.9%. Twee maanden geleden werd in dit verband nog -9.6% gerapporteerd. Deze tendens vindt steun in elk van de vier indicatieve segmenten.

Stijgend jobaanbod behoort stilaan tot verleden

Omwille van de toestroom van schoolverlaters groeit het totale aantal werkzoekenden in juli traditioneel aan. Dit jaar is de aangroei opnieuw licht ruimer (7.5%). Noteer eveneens dat deze expansie voor de vrouwen (9%) beduidend omvangrijker is dan voor de mannen (6%). Voor beide geslachten blijft het aantal werkzoekenden deze maand op veruit het laagste niveau dat sinds 2010 ooit in juli gemeten werd. Het totale aantal werkzoekenden strandt op 23712 eenheden of -28.4% onder het maandgemiddelde.

Alle ​ trends blijven significant neerwaarts gericht. De year-to-year differentials blijven negatief en worden zelfs opnieuw ruimer dan wat de verwachtingen vorige maand lieten uitschijnen.

In juli werden 3080 vacatures uitgeschreven. Dit is -21% minder dan in juni, maar nog steeds 56% boven het juligemiddelde en tevens de recordwaarde voor die maand. Het trendpatroon blijft flirten met de stagnatietendens die zich tijdens de voorbije maanden systematisch liet voelen. Twaalf maanden geleden werd de evolutie van het jobaanbod nog aangestuurd door een duidelijk expansieve dynamiek. Verder lijkt de krimptendens in de year-to-year differential niet meer te stoppen. Voor de vierde maand op rij moet een relatief omvangrijke terugval gerapporteerd worden, ditmaal een quasi halvering van 12.8% tot 6.7%. De periode van systematisch verruimend jobaanbod lijkt tot het verleden te behoren.

De expansieve dynamiek die de evolutie van het aantal openstaande vacatures sinds de jaarwisseling 2020-2021 tot nooit gezien hoogten tilde, lijkt gebroken. Van een substantiële neerwaartse omslag is nog niet direct sprake, maar het licht neerwaartse trendpatroon wordt stilaan significant. De year-to-year differential blijft evenwel nog steeds positief (29.6%) maar laat opnieuw een stevige krimp optekenen ten opzichte van vorige maand (38.5%).

Contactpersonen

Jonas De Raeve

Directeur belangenbehartiging