Skip to main content
Map
  • Nieuws
  • Sigrid Pauwelyn, Trotec: “Elk jaar redden we 250.000 ton etenswaren van de afvalberg”

Sigrid Pauwelyn, Trotec: “Elk jaar redden we 250.000 ton etenswaren van de afvalberg”

  • 12/01/2023

Wat kan je doen om voedsel dat verloren dreigt te gaan van de afvalberg te houden? Dat is de motivatie en uitdaging van Trotec, een bedrijf uit Veurne dat allerhande etenswaren die niet (meer) verkocht worden, verwerkt tot dierenvoeder. Duurzaamheid in actie.

Bekijk hier het interview of lees verder onder de afbeelding.

Moet iemand nog overtuigd worden dat voedselverspilling vandaag een levensgroot mondiaal probleem is? De cijfers liegen er niet om. Volgens de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, gaat ongeveer een derde van alle voedsel verloren. Alleen al in de EU komt dat neer op 88 miljoen ton per jaar, goed voor 170 miljoen ton CO2. Hallucinante cijfers, en dan steken we al snel een beschuldigende vinger uit naar de voedselindustrie. Daar is effectief werk aan de winkel, al wijst Sigrid Pauwelyn van het Veurnse bedrijf Trotec toch fijntjes op een opvallende statistiek. “Volgens de meest recente cijfers zijn de voedselverwerkende bedrijven verantwoordelijk voor naar schatting 19% van de voedselverspilling”, merkt ze op. “53% is echter te wijten aan de huishoudens. Jij en ik dus.”

Familiebedrijf

Die laatste groep valt helaas buiten het bereik van Trotec. De onderneming doet er wel alles aan om het probleem bij de voedselverwerking aan te pakken. En het concept is even evident als complex: voedsel opvangen bij de producenten voor het verloren gaat en er een nieuwe bestemming aan geven. “We verwerken voormalige levensmiddelen waar geen vlees of vis bij betrokken is tot voeding voor runderen, varkens en kippen”, zegt Pauwelyn terwijl ze ons meeneemt op het 8 ha grote domein. “Ons eindproduct wordt vervolgens gebruikt voor de productie van melk, eieren en vlees. We maken dus deel uit van de gesloten keten van voeding naar voeding.

We verwerken voormalige levensmiddelen waar geen vlees of vis bij betrokken is tot voeding voor runderen, varkens en kippen.

Sigrid Pauwelyn, CEO Trotec

Trotec kan terugvallen op de kennis van twee generaties. Vandaag leidt Pauwelyn het bedrijf samen met haar jongere zus Dorothé, maar hun vader startte het op. Zijn familie verwerkte de bietenpulp van de plaatselijke suikerfabriek, zo kreeg hij het productieproces onder de knie. Eenmaal op eigen benen breidde hij samen met zijn vrouw dat concept uit, per toeval eigenlijk. “Mijn vader was een echte techneut die niets liever deed dan machines ontwerpen”, vertelt Pauwelyn. “Een kennis van hem had een chipsfabriek in Veurne. Op een dag vroeg hij aan mijn vader of die geen oplossing kon verzinnen voor de onverkochte zakjes die weggegooid werden. Misschien konden dieren er nog iets mee aanvangen? Zo is het begonnen.”

Sigrid Pauwelyn, CEO Trotec

De geur van chocolade

De tijd dat de familie chipszakjes met de hand openscheurde en dierenvoeder maakte van de inhoud, ligt intussen ver achter ons. Vandaag verwerkt Trotec met speciaal ontworpen machines tientallen ingrediënten in hun TrotecMix, van alle mogelijke soorten graanproducten tot chocolade en snoep. Maar in wezen komt het nog altijd op hetzelfde neer: grondstoffen ophalen bij voedselproducenten, de verpakking verwijderen, alles mengen tot een nutritionele samenstelling, en die thermisch behandelen in grote droogtrommels. Het resultaat is een meel met lange houdbaarheid, een drogestofgehalte van 92% en hoge waarden op het vlak van vet, eiwit, zetmeel en suikers. We mogen er even van proeven: het ruikt lichtjes naar chocolade en smaakt naar koekjes.

“Die voormalige levensmiddelen komen vrij tijdens het productieproces van een industrieel voedingsbedrijf en worden niet op de markt gebracht. Het gaat dus niet om bedorven of slechte producten. Denk bijvoorbeeld aan koekjes die breken tijdens het bakken of stokbroden die te lang zijn voor de verpakking. In totaal houden we elk jaar zo’n 250.000 ton voedingswaren weg van de afvalberg. De eerste vraag is uiteraard of grondstoffen toch niet geschikt zijn voor menselijke consumptie. Het is niet de bedoeling dat we concurreren met de voedselbanken. Onze activiteit staat dan weer hoger dan voeding gebruiken om energie op te wekken, te composteren, te verbranden of te storten. Wij houden het tenslotte nog altijd in de voedselketen.

 

laborant met snoep

Kwaliteit en transparantie

Door de jaren heen heeft Trotec de mentaliteit rond voedselverspilling enorm zien veranderen. Eerst gaven bedrijven hun overschot mee omdat ze het zagen als een handige manier om van hun afval af te raken. De voedselcrisissen van de late jaren 90 – de dioxinecrisis voorop – brachten een hele verandering van de perceptie met zich mee. Plots draaide alles rond kwaliteit en transparantie, twee vereisten waar Trotec altijd al veel belang aan hechtte. Hun product moet 100% stabiel en betrouwbaar zijn, wat betekent dat ze nauwgezet in het oog houden dat er niets in hun mengsel belandt wat daar niet thuishoort.

20 jaar geleden zag het bedrijf dat sommige ondernemingen vlot meegaan in dat kwaliteitsverhaal, met name grotere industriële voedingsproducenten zoals La Lorraine, Kellogg’s, Vandemoortele, Haribo en Delacre. Het inspireerde Trotec om zich op die groep te concentreren. “Die grote ondernemingen willen zekerheid en garanties, en wij konden die bieden”, legt Pauwelyn uit. “Het was een ingrijpende beslissing om enkel te werken met gecertificeerde bedrijven die dezelfde kwaliteitskaart trekken, maar op lange termijn is het wel de juiste geweest. Vandaag nemen onze partners heel dat verhaal mee in hun communicatie over duurzaamheid.” Daar helpt Trotec hen ook bij, want elke leverancier krijgt eens per jaar een duurzaamheidsrapport op maat, met een overzicht van hun bijdrage en wat die betekent.

Voedingsmiddelen verwerken tot dierenvoeding heeft namelijk een impact die verder gaat dan de afvalberg verkleinen. Het houdt ook in dat veehouders geen nieuwe soja, tarwe, palmolie of suikers moeten importeren om hun dieren te voederen. En dat betekent op zich weer een enorme besparing op het vlak van water, meststoffen en landbouwoppervlakte. Wat Trotec produceert, is dan ook een circulaire grondstof met een CO2-voetafdruk die tot 10 keer lager ligt dat bij die alternatieven.

Partners ontzorgen

Trotec noemt zijn leveranciers liever ‘partners’, dat heeft alles te maken met de manier waarop ze samenwerken. Het verhaal dat het bedrijf vertelt, mag dan waardevol en duurzaam zijn, Pauwelyn weet heel goed dat kwaliteitsnormen automatisch ook geld kosten. Als Trotec voedselproducenten wil overhalen om mee aan boord te stappen, moet de drempel zo laag mogelijk zijn. In plaats van eerst grondstoffen van voldoende hoge kwaliteit te eisen, gaat het bedrijf proactief te werk.

“We voeren bij de ondernemingen ter plaatse een audit uit. We leggen uit wat potentieel beter kan, we geven opleidingen. We proberen die bedrijven zoveel mogelijk te ontzorgen. Daarin gaan we echt heel ver. We begeleiden onze partners zodat ze zo weinig mogelijk nevenstromen produceren. Dat klinkt tegenstrijdig, alsof we in onze eigen vingers snijden, maar wij vinden het veel beter om 5% bruikbare producten te hebben van 10 productielijnen dan 50% van 1 productielijn. Een bedrijf dat de helft moet afvoeren, is niet gezond bezig en zal het niet lang uithouden. Dus helpen we de bedrijven. Het vergt een enorme investering van onze kant, maar die is nodig om de voedselveiligheid te borgen. We zijn tenslotte direct afhankelijk van wat we binnenkrijgen.”

Voortdurend innoveren

Een ander aspect van die unieke samenwerking is dat Trotec – via zusterbedrijf HoPo – zelf technieken ontwikkelt om de specifieke noden van hun partners aan te pakken. Een systeem om kapotte rijstwafels van de band in een container te blazen, robots die automatisch volle opvangbakken naar een afgelegen container transporteren, het kan allemaal. Innovatie maakt op alle mogelijke manieren deel uit van het Trotec-DNA. Het bedrijf heeft eigenhandig zijn hele productieproces uitgetekend en gebouwd. Het is bovendien voortdurend op zoek naar nieuwe mogelijkheden, zowel bijkomende voedingsmiddelen (avocado’s bijvoorbeeld) als niet eerder verkende toepassingen. Zo loopt er momenteel een proefproject met meelwormen, wat het aanbod zou kunnen uitbreiden naar voeding voor huisdieren. Voor die innovatie werkt Trotec samen met verschillende externe instanties, zoals Vlaanderen Circulair, de BFA (Belgian Feed Association) en het ILVO (Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek).

“Onze uitdaging is om grondstoffen binnen te halen”, stelt Pauwelyn. “Welke voedingsmiddelen kunnen we een tweede leven geven? Die vraag wordt steeds complexer. Momenteel buigen we ons over heel erg kleverige of extreem verpakte producten. Neem nu de speelgoedeieren van Kinder. Hoe kunnen we machinaal en in grote volumes chocolade recupereren die rond een plastic ei zit en verpakt is in een folie en een kartonnen doosje? Wel, we hebben een technologie ontworpen die daarin slaagt en waarmee we ook nog andere producten kunnen scheiden en verwerken.”
 

Hoe kunnen we machinaal en in grote volumes chocolade recupereren die rond een plastic ei zit en verpakt is in een folie en een kartonnen doosje? Wel, we hebben een technologie ontworpen.

Sigrid Pauwelyn, CEO Trotec

Die innovatie heeft Trotec onvermijdelijk naar het pad van de digitalisering geleid. Zo traceert het bedrijf via RFID (identificatie met radiogolven, red.) welke productielijnen bij hun partners meer nevenstromen genereren dan andere. Met die data kunnen ze dan achterhalen wat de oorzaak van die verspilling is en de situatie optimaliseren. Op elke container staat ook een sensor die de vulgraad registreert, waardoor Trotec tijdig een ophaaltransport kan organiseren met vrachtwagens van hun eigen zusterbedrijf DC Logistics. Door na te gaan hoe het staat met andere voedingsproducenten in de buurt, kunnen ze zelfs twee containers per rit ophalen.

Windmolen en zonnepanelen

Een andere bron van grondstoffen waar nog veel toekomst in zit, zijn de supermarkten. “Daar zijn we sterk mee bezig, maar het kan enkel met hun medewerking. Zij moeten actief de scheiding van onverkochte producten ondersteunen. Dat is helemaal niet vanzelfsprekend, want er komt veel bij kijken. De inzameling is cruciaal, en dus ook de opleiding. Wat mag in de container en wat niet? Daar staat of valt alles mee. Een supermarkt die daar aandacht voor heeft, kan heel mooie resultaten boeken. Van de organische nevenstroom die weggaat uit een supermarkt is 30% brood, een enorm volume dat wij perfect weer in de voedselketen kunnen brengen als onderdeel van dierenvoedsel. Die supermarkten kunnen dus zeggen dat ze nieuwe voedingsproducten maken van de producten die ze niet verkocht kregen. Dat is een mooi sluitend verhaal.”

Het duurzaamheidsverhaal probeert Trotec zelf ook uit te dragen, bijvoorbeeld door te investeren in schone energie. De verwerking en de thermische behandeling tijdens het productieproces vergen behoorlijk wat elektriciteit, en daarvoor heeft het bedrijf een hele reeks zonnepanelen gelegd. “We willen ook graag een windmolen zetten, maar het is niet gemakkelijk om daar een vergunning voor te krijgen”, zegt Pauwelyn. In het Franse Albon, halfweg tussen Lyon en Valence, heeft het bedrijf intussen een tweede vestiging, waardoor ze naast België ook heel Frankrijk bestrijken. Of Trotec ook nog andere buitenlandse regio’s op het oog heeft? “Ja”, glimlacht Pauwelyn. Een antwoord dat om meer dan één reden veel vertelt. 

Trotec in cijfers

  • opgericht in 1968 
  • 2 productiesites in Veurne en Albon (FR)
  • 110 werknemers
  • meer dan 450 leveranciers
  • meer dan 250 klanten
  • 50 miljoen omzet in 2021
  • 20% van de omzet gaat jaarlijks naar R&D 
imu - vzw - Recupel
imu - vzw - recupel
imu - vzw - salesforce
imu - vzw - obd
imu - vzw - DNCM

Artikel uit publicatie