Skip to main content

Septembermaand was oogstmaand

  • 04/10/2017
De Vlaamse regering kondigt in haar septemberverklaring voor ongeveer 1 miljard extra betalingskredieten aan. Nieuwe beleidsinitiatieven nemen daarvan ongeveer 350 miljoen voor hun rekening. Dit alles zonder extra te besparen. Het mag er de Vlaamse regering niet van weerhouden bestaande uitgavenmechanismen kritisch in vraag te stellen zodat de schuldopbouw tot een minimum beperkt kan blijven.

De Vlaamse regering zwengelt, terecht, de investeringsmotor aan.

  • Vlaamse regering opteert voor structureel begrotingsevenwicht.
  • Vooral meer geld voor welzijn, onderwijs, binnenlands bestuur en openbare werken.
  • Nominaal eenmalig tekort van 1,2 miljard euro.

De Vlaamse regering bespaarde in de eerste twee jaar van de legislatuur structureel twee miljard euro. Men opteerde ervoor in één keer door de zure appel heen te bijten. Daar plukt Vlaanderen nu de vruchten van. De Vlaamse begroting knoopte vorig jaar weer aan met een structureel evenwicht. Een begrotingsobjectief dat men, zoals verwacht, ook de volgend jaren wil aanhouden. Daarbij levert Vlaanderen zijn bijdrage aan de verbetering van het globale structurele saldo op Belgisch niveau. Geert Bourgois

Het aanhouden van het structureel evenwicht levert volgend jaar ruimte op voor 348 miljoen ‘nieuw beleid’. Dat komt bovenop reeds eerder afgeklopte groeipaden. De Vlaamse begroting is dan ook redelijk expansief. De betalingskredieten stijgen in nominale termen met ongeveer 1 miljard (+2,3%), waarvan iets meer dan 400 miljoen euro ten gevolge van de automatische indexering van heel wat kredieten. De stijging van de betalingskredieten ligt ook boven de verwachte inflatie volgend jaar (+1,2%). Opvallend is wel dat men op het eerste gezicht wat minder bufferruimte inbouwt dan vorig jaar. Dat riskeert de kwetsbaarheid van de begroting voor onvoorziene gebeurtenissen te verhogen.

Vlaanderen besteedt die extra betalingskredieten vooral aan welzijn (+445 miljoen, waarvan 52 miljoen euro extra voor de residentiële ouderenzorg), onderwijs (+299 miljoen), binnenlands bestuur - waaronder een nieuwe toename van het Gemeentefonds met 3,5% - (+163 miljoen) en mobiliteit en openbare Werken (+155 miljoen). De Vlaamse regering zwengelt, terecht, ook de investeringsmotor aan. De septemberverklaring kondigde een extra investeringsimpuls van 610 miljoen aan. Dit is de stijging ten opzichte van het begin van de legislatuur. Ten opzichte van vorig jaar bedraagt de toename in de begroting 140 miljoen.

De begroting 2018 vertoont wel een nominaal tekort van 1,2 miljard. Dat is vooral het gevolg van een eenmalige correctie aan inkomstenzijde van 1 miljard euro. In de periode 2015-2017 stortte de federale overheid immers te veel personenbelasting door aan de gewesten, wat nu conform de bijzondere financieringswet gecorrigeerd wordt. Daardoor verslechtert het nominale vorderingensaldo van alle gewesten volgend jaar eenmalig, maar verbetert het federale saldo. Naast deze grote verklarende factor zijn er nog drie kleinere elementen waarmee de regering in zijn eigen saldoberekening geen rekening houdt: een factuur van 40 miljoen voor ziekenhuisinfrastructuur die dateert van voor de bevoegdheidsoverdracht, 76 miljoen betalingskredieten voor de aanleg van de Oosterweelverbinding en 97 miljoen schuldoverdracht voor gemeenten die fuseren. Ze zijn voor alle duidelijkheid wel opgenomen in de begroting.

Voor de meeste van deze saldocorrecties kan een steekhoudende argumentatielijn worden ontwikkeld. Niemand pleit ervoor om de eenmalige correctie van de personenbelasting in één jaar te compenseren, ook al zat die er al een tijdje aan te komen. Ook de Hoge Raad van Financiën aanvaardt die eenmalige saldoverslechtering. Er kan een lans worden gebroken om een dermate groot en strategisch investeringsproject als de Oosterweelverbinding meer gespreid in de tijd aan te rekenen. Zeker als de regering tegelijk niet inteert op haar reguliere investeringsuitgaven, maar die integendeel sneller laat aangroeien dan andere uitgaven. Er kan ook een case worden ontwikkeld om federale engagementen voor ziekenhuisinvesteringen ook in de rekening van de federale overheid te laten neerkomen. Vlaanderen voorziet daarvoor nu een provisie waarvan het aangeeft die niet te moeten aanwenden. En de gemeentelijke schuldovername leidt tot een verslechtering van het saldo van de Vlaamse gemeenschap, maar een even grote verbetering van het gemeentelijke saldo.

Het resultaat blijft dat de Vlaamse schuld volgend jaar met iets meer dan een miljard zal toenemen. De vraag stelt zich of die schuldaangroei ingeperkt kon worden. Dat de kostprijs van de Oosterweelverbinding (4,7 miljard, inclusief overkapping) gespreid moet worden aangerekend, valt te verdedigen. Maar volgend jaar blijft de kostprijs nog beperkt tot 76 miljoen euro. Op het eerste gezicht geen onoverkomelijke opdracht voor een begrotingsopmaak zonder besparing. En de overgenomen schuldenlast van fuserende gemeenten (97 miljoen) wordt buiten het saldo gehouden, maar een vorige Vlaamse regering nam in 2008 650 miljoen gemeenteschuld over zonder het jaar af te sluiten met een negatief ESR-saldo.

De tijden zijn weliswaar anders en ook de budgettaire uitgangssituatie verschilt aanzienlijk. De Vlaamse regering wil een antwoord bieden op heel wat sociale en economische noden en een investeringsagenda realiseren. Terecht. Maar zonder stelselmatige kritische heroverwegingen dreigt het risico van ‘aanwasbegroten’. Het blijft zaak het bestaande beleid kritisch in vraag te stellen en zo te focussen op het zo efficiënt en doelmatig mogelijk inzetten van belastinggeld. Dat creëert budgettaire ruimte voor de invulling van nog meer maatschappelijke noden, zowel voor de huidige als voor de toekomstige generaties.

Karl Collaerts - Senior Adviseur Fiscaliteit & Begroting - karl.collaerts@voka.be - 0478 29 69 76

Contactpersoon

Karl Collaerts

Senior Adviseur Fiscaliteit & Begroting

IMU - Sport Vlaanderen
VZW_IMU_GROUPS
IMU - Altez 0110
ING
SD  Worx