Skip to main content
  • Nieuws
  • Relancevoorstel 2: Doe 6 miljard extra overheidsinvesteringen per jaar

Relancevoorstel 2: Doe 6 miljard extra overheidsinvesteringen per jaar

  • 07/06/2021

6 miljard euro per jaar. Zoveel extra overheidsinvesteringen hebben we nodig.

Onze overheden investeren al jarenlang te weinig. Onze buurlanden investeren 5 miljard per jaar meer. In Zweden is dat zelfs zo’n 10 miljard euro meer.

Belgische overheden investeren al decennialang te weinig

De ontoereikende overheidsinvesteringen (opgebouwd over decennia) plaatsen een rem op ons groeipotentieel

Bart Van Craeynest, Hoofdeconoom

In de periode 1995-2019 investeerden alle Belgische overheden samen gemiddeld zo’n 2,25% van het bbp per jaar. Dat was samen met Duitsland het laagste niveau in Europa over die periode. Het gemiddelde in de buurlanden was 3,3% van het bbp, in Zweden was dat 4,3%.

Sinds midden jaren 80 waren de overheidsinvesteringen net voldoende om de normale slijtage aan de infrastructuur te compenseren (netto-investeringen schommelden rond 0), maar ondertussen is onze economie wel stevig gegroeid en is de publieke infrastructuur niet meer in overeenstemming met die economie.

Volgens het IMF is onze publieke kapitaalvoorraad bij de laagste onder de klassieke industrielanden. Dat staat in schril contrast met ons overheidsbeslag, waarvoor we bij de hoogste onder de industrielanden horen.

De ontoereikende overheidsinvesteringen (opgebouwd over decennia) plaatsen een rem op ons groeipotentieel.

Voorstel van oplossing

De noodzaak van een inhaalbeweging inzake overheidsinvesteringen dringt zich al langer op. De coronacrisis is een bijkomende reden om die inhaalbeweging versneld in te zetten

Extra overheidsinvesteringen hebben een belangrijk multiplicatoreffect op de totale economische activiteit, en dat effect is nog sterker in crisisperiodes. Terwijl de bedrijfsinvesteringen onder druk staan door onzekerheid rond het herstel en de aangetaste financiële positie van veel bedrijven, kunnen extra overheidsinvesteringen voor compensatie zorgen.

Meerdere federale ministers hebben al aangegeven dat de doelstelling voor de overheidsinvesteringen is om 4% van het bbp te halen tegen 2030, maar hebben vooralsnog niet aangegeven hoe ze dat willen realiseren.

Ook het huidige Plan voor Herstel en Veerkracht focust op extra overheidsinvesteringen, maar de bedragen blijven daarbij beperkt en doven bovendien uit tegen 2026.
 

Concrete investeringsinspanning blijft voorlopig beperkt

Vandaar:
- Er is nood aan een concreet plan om de overheidsinvesteringen structureel te verhogen naar 4% van het bbp (en liefst al sneller dan 2030).
- De keuze van de investeringsprojecten is essentieel. Het moet gaan om productieve overheidsinvesteringen die het groeipotentieel van onze economie versterken.
- Voor de oriëntatie van die bijkomende investeringen blijft het investeringspact van de regering Michel valabel. De grote aandachtspunten zijn: transportinfrastructuur, digitale infrastructuur, duurzame transitie, energie.

Budgettaire impact

Bij ongewijzigd beleid stabiliseren de overheidsinvesteringen na het einde van het Plan voor Herstel en Veerkracht op 2,7% van bbp. Om de doelstelling van 4% te halen, is dus een recurrente inspanning van 1,3% van het bbp nodig. 

In theorie kan dit gefinancierd worden met schulden. In het huidige lagerenteklimaat betalen productieve overheidsinvesteringen zichzelf terug.

Gezien ons overheidsbeslag (verwachte overheidsuitgaven van 56% van het bbp post-corona), onze overheidsschuld (116% van het bbp) en de budgettaire uitdagingen die op ons afkomen, is het aangewezen om ruimte te creëren binnen het huidige budget om de extra overheidsinvesteringen te financieren (dat lukt wel in landen als Nederland of Zweden). Een beperkte verschuiving van opende uitgaven naar investeringsuitgaven is aan de orde. 
 

Bekijk ook de video

ING
SD  Worx