Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Regiovorming: tijd om de puzzel te leggen
puzzel
  • 10/03/2021

Regiovorming: tijd om de puzzel te leggen

De stapeling van steeds verder uitdijende intergemeentelijke structuren moet een halt worden toegeroepen. Die terechte conclusie verwoordde de Vlaamse regering in haar regeerakkoord. Via de indeling in vaste referentieregio’s ambieert ze een ingrijpende interne staatshervorming. Hierover worden nu hopelijk op relatief korte termijn knopen doorgehakt. 
 

Voka vraagt alle overheden om ook op het terrein met bekwame spoed werk te maken van de aangekondigde bestuurlijke vereenvoudiging, efficiëntiewinsten en visievorming. Daarbij vragen we bij de inhoudelijke uitwerking van ruimtelijke programma’s ook goede afstemming met het bedrijfsleven. Bestuurskrachtige gemeenten zijn een kritische succesfactor voor performant beleid op schaal van de regio. Opdat gemeenten een minimale schaal bereiken dringt zich in de volgende jaren een gemeentelijke fusiegolf op

De nood aan een bestuurlijke vereenvoudiging binnen Vlaanderen bestaat al lang. De voorbije decennia is op het bovengemeentelijke niveau immers een bestuurlijke wirwar ontstaan. In 2011 ontrafelde een grootschalige regio-screening in Vlaanderen al 2.229 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Dat zijn er gemiddeld liefst 68 per gemeente. Sindsdien is dit aantal zeker nog toegenomen, maar – symptomatisch - een actueel, volledig overzicht bestaat niet. 
 

Zelfs burgemeesters weten vaak niet wie hen in welk overlegorgaan vertegenwoordigt. Het democratisch deficit is dan ook overduidelijk. De te hoge overheadkosten ook.

Karl Collaerts

Het gaat vaak om spontaan gegroeide samenwerkingsvormen van onderuit. Maar ook departementen van “hogere” overheden deelden de gemeenten de voorbije jaren ijverig in om beleid op bovenlokaal niveau te ontwikkelen. Zo creëerde de Vlaamse overheid de voorbije jaren onder meer vervoersregio’s, eerstelijnszones, regionale zorgzones en intergemeentelijke onroerend erfgoeddiensten. Ook de federale overheid (politiezones, hulpverleningszones en gerechtelijke arrondissementen) en de provincies (bosgroepen en regionale landschappen) kleurden kaartjes in. 

Koterijen

Telkens werden de Vlaamse gemeenten daarbij verschillend ingedeeld, op basis van een partiële, verkokerde zienswijze. Weliswaar goed bedoeld en met enige logica, maar zonder samenhang en globale visie. Het eindresultaat is een bestuurlijk landschap vol koterijen. Gebrekkig en onduidelijk aangestuurd door de gemeenten. Zelfs burgemeesters weten vaak niet wie hen in welk overlegorgaan vertegenwoordigt. Het democratisch deficit is dan ook overduidelijk. De te hoge overheadkosten ook. 

Voka hoopt dan ook dat de Vlaamse overheid eerstdaags beslist om deze uitdijende, complexe samenwerkingsvormen coherent te herstructureren. Vaste gebiedsindelingen voor intergemeentelijke samenwerking op regioschaal bieden het nodige overzicht en laten toe coherent beleid te voeren. Bijvoorbeeld op het vlak van ruimtelijke ordening, wonen en mobiliteit. Burgemeesters worden geresponsabiliseerd de regie te voeren.  Via het 'pas toe- of leg uit-principe' kan de nodige flexibiliteit voorzien worden voor grensgemeenten om in uitzonderlijke gevallen en voor louter kleinschalige samenwerkingen van dit principe af te wijken. 

Efficiëntiewinsten

De uittekening en goedkeuring van een hervorming is echter slechts een startpunt. Om de beoogde efficiëntiewinsten bij burgers en ondernemers op het terrein te doen voelen moet vanaf dan ook werk worden gemaakt van implementatietrajecten en een transparante monitoring daarvan. 

De Vlaamse regering voorziet daartoe al in de nodige ondersteuningsmiddelen en deadlines. Zo wordt de regiowerking van gemeenten ondersteund via een subsidie voor een Labo Regiovorming (VVSG). Dat moet als matchmaker fungeren, ambieert regionale doorbraken op tal van beleidsdomeinen en biedt ondersteuning in de sanering. Vlaanderen engageert er zich ook toe haar bestaande sectorale gebiedsindelingen af te stemmen op de afgesproken kaart en het regelgevend kader daaraan aan te passen. Hopelijk kan dit tegen het einde van deze legislatuur. 

Ambitieus tijdskader

Er is echter ook een gelijkaardig engagement van andere besturen nodig om deze operatie te doen slagen. In de eerste plaats van de lokale besturen zelf. Daarbij gaat het niet enkel over het instrument (de afbakening van eigen intercommunale verbanden), maar ook over de finaliteit (het uitwerken van gedragen antwoorden voor regionale problematieken in samenwerking). Ook van de inkanteling van federaal bepaalde samenwerkingsverbanden verwacht Voka op korte termijn een duidelijk en ambitieus tijdskader. 

Succesvolle regiowerking waarvan de gemeenten de spil vormt vergt ook voldoende bestuurskracht en coöperatiebereidheid bij alle deelnemers ervan. Steden zullen bereid moeten zijn om in die samenwerking te investeren en rekening te houden met andere types van gemeenten. Daar staat tegenover dat te kleine gemeenten hun schaal moeten verhogen om een rol van betekenis te kunnen spelen in het regioverband.  

Fusiegolf

Dat is des te meer aan de orde naarmate de rol van gemeenten aan belang toeneemt (zo start de Vlaamse regering deze legislatuur ook een decentralisatiedebat op). Regiovorming vormt dan ook geen alternatief voor gemeentelijke fusies. Wel integendeel. Fusie-intenties moeten op korte termijn in een fusiegolf uitmonden

Succesvolle regiowerking vergt ook een actieve betrokkenheid van actoren op het veld waaronder het bedrijfsleven. Het is een belangrijk signaal dat verkozen burgemeesters de regie van de regiovorming willen opnemen. Het vergt van hen dat ze gemeentegrensoverschrijdend denken. Terecht is er daarbij aandacht voor de terugkoppeling naar het schepencollege en de gemeenteraad (een aanpassing aan het decreet lokaal bestuur wordt daartoe aangekondigd).

Maar voor de uitwerking van gedragen visies over met name ruimtelijke programma’s moet vertrokken worden van de socio-economische noden op het terrein. Naast gemeentelijke burgerbevragingen is het belangrijk daarbij ook oog te hebben voor de noden van ondernemingen. Men moet ook in tandem opereren met expertise vanuit de Vlaamse departementen. Dit zal veel netwerkmanagement vergen. Regiowerking is geen louter interbestuurlijk verhaal. 


 

Contactpersoon

Karl Collaerts

Senior Adviseur Fiscaliteit & Begroting

IMU_Altez_1/04
ING
SD  Worx