Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Re-integratie langdurig zieken: werkgevers niet viseren
Re-integratieplan
  • 02/05/2018

Re-integratie langdurig zieken: werkgevers niet viseren

Binnenkort beslist de federale regering over de concrete rechten en plichten van werkgevers en werknemers voor de re-integratie van medewerkers na arbeidsongeschiktheid. Hiermee verduidelijkt ze eindelijk het politieke akkoord van maart 2017. Maar is de responsabilisering voor alle betrokkenen wel in evenwicht?

  • WerkgReintegratieplanevers moeten redelijke inspanningen doen voor re-integratie, met o.m. het tijdig opmaken van een re-integratieplan.
  • Een laattijdig indienen van zo’n plan zal worden geïnterpreteerd als ‘onvoldoende inspanning’, en dat impliceert een boete van 800 euro en een herstelbedrag van 900 euro.
  • Zo’n dubbele sanctie voor de werkgevers doorkruist het evenwicht in de responsabilisering.

Voka pleit al langer  voor de effectieve invoering van responsabilisering na arbeidsongeschiktheid, om zo de oplopende ziektekosten onder controle te brengen. Maar de concrete aanpak daarvan kan beter, zowel t.a.v. werkgevers als tegenover werknemers, artsen, ziekenfondsen en preventiediensten. Voka roept op tot een evenwichtige responsabilisering van elke speler en tot het vermijden van dubbele sanctionering van werkgevers.

Rechten en plichten

De responsabilisering is enkel van toepassing bij werkgevers en werknemers in ondernemingen met meer dan 50 werknemers. Werkgevers worden verplicht om redelijke inspanningen te doen om re-integratie te ondersteunen. Dat betekent in de eerste plaats redelijke aanpassingen aan de werkposten of aan de werkomgeving, of aangepast of ander werk. De werkgever wordt daarnaast ook afgerekend op het opmaken van een re-integratieplan binnen de voorziene termijn of van een gemotiveerd verslag indien zulk plan niet haalbaar is.

Van werknemers verwacht de regering dat ze de nodige inspanningen doen om mee te werken aan een re-integratietraject met het oog op tewerkstelling op de reguliere arbeidsmarkt. Er zijn drie criteria voorzien om dit engagement af te toetsen: (1) de betrokken werknemer moet de vragenlijsten van de verzekeringsinstelling (ziekenfonds) invullen en tijdig terugbezorgen, (2) hij of zij moet zijn of haar restcapaciteiten laten bepalen en (3) zich aanbieden voor een gesprek over het aanbod van een re-integratieplan bij de adviserend geneesheer.

“Het lijkt erop dat men bij re-integratie toch eerder de werkgever viseert en de werknemer ontziet.”

In het huidig wetgevend voorstel kan de werkgever een administratieve boete krijgen van 800 euro per betrokken arbeidsongeschikte werknemer bij gebrek aan redelijke inspanningen. Daarnaast voorziet de regering  een bijzondere herstelbijdrage bij laattijdige indiening van het re-integratieplan. De werknemer wordt bij onvoldoende inspanningen bestraft met 5 tot 10 procent minder uitkering gedurende een maand.

Risico

Het is goed dat het wetgevend kader er komt. De voorziene criteria t.a.v. werkgevers zijn redelijk. Manifeste onwil tot samenwerking moet gesanctioneerd worden. We gaan ervan uit dat het maatwerk voor elk ziektegeval steeds gerespecteerd wordt bij de beoordeling van ‘redelijke inspanningen’. Het criterium i.v.m. laattijdigheid zit ook goed, maar daarvoor moet men dringend voorzien in de noodzakelijke automatische registratietool.

De wetgeving kent één groot risico, namelijk het gevaar van een dubbele sanctionering van werkgevers. Uit een ‘laattijdig indienen’ leidt de regering zelfs een ‘onweerlegbaar vermoeden’ af dat de werkgever onvoldoende inspanning heeft geleverd. En dat impliceert dus een boete van 800 euro, naast een herstelbedrag van 900 euro. Zulke dubbele bestraffing kan niet: dit is niet in lijn met het politieke akkoord van 2017. Bovendien schendt dit het algemeen juridisch principe dat men voor een bepaalde daad slechts éénmaal mag bestraft worden.

Dubbele sancties t.a.v. werkgevers doorkruisen ook het evenwicht in de responsabilisering.  Werknemers worden zelfs niet geresponsabiliseerd tot samenwerking tijdens de fase van ontwikkeling van een re-integratieplan. Hun deelname is zuiver vrijwillig, zonder ondertekening. De werknemer krijgt voor elk van de drie inspanningscriteria een verwittiging en een tweede kans. Via een geldige rechtvaardiging en uitzonderingen voor ‘behartigingswaardige gevallen’ kan de werknemer zelfs nog aan effectieve sanctionering ontsnappen. Het lijkt er dus op dat men bij re-integratie toch eerder de werkgever viseert en de werknemer ontziet.

Voor artsen en ziekenfondsen voorziet de regering een erg beperkte responsabilisering, en bij de preventiediensten zelfs helemaal niets, ondanks hun centrale rol. Voka roept daarom op tot meer evenwicht in de responsabilisering tussen alle actoren en het vermijden van dubbele sanctionering van werkgevers.

Pieter Van Herck - Senior Adviseur Welzijns- en Gezondheidsbeleid - pieter.vanherck@voka.be - 0498 75 10 28

Contactpersoon

Pieter Van Herck

Senior Adviseur Welzijns- en Gezondheidsbeleid

ING
SD  Worx