P4Q in ziekenhuizen: alles kan beter

29/11/2017 , Pieter Van Herck - welzijns- en gezondheidsbeleid

Zoals voorzien in het federale regeerakkoord, tekent het beleid stilaan de plannen uit voor kwaliteitsprikkels (Pay For Quality, P4Q) in de ziekenhuizen. Dit is een goede zaak, die al te lang op zich liet wachten. Eindelijk kunnen we de meeste westerse landen hierin bijbenen. De vraag is echter of de eerste versie van P4Q in België degelijk, geloofwaardig en voldoende motiverend zal zijn.

  • Het plan voor P4Q in ziekenhuizen heeft een aantal goede uitgangspunten.
  • Maar er is een probleem met de bonushoogte, de kwaliteitscriteria, de data en de feedback.
  • Voka stelt voor om P4Q gefaseerd uit te rollen en te starten bij de voortrekkers in de ziekenhuiswereld.

P4Q koppelt een deel van de ziekenhuisfinanciering aan het periodiek behaalde resultaat voor een reeks kwaliteitsindicatoren (heropnames, sterfte, gepast geneesmiddelengebruik, beperken van bestraling bij medische beeldvorming, enz. ) via een bonus en/of bestraffing. Internationale ervaring leert dat P4Q de kwaliteit kan verhogen, vooral in termen van gepaste zorgactiviteiten. Dat is net waarvoor ons land minder goed scoort.

Het huidige plan voor P4Q zit goed wat betreft de combinatie kwaliteitstargets en verbetering doorheen de tijd, het benutten van zorgervaring als criterium en de voorziene dynamiek doorheen de jaren, met nieuwe indicatoren, targets en financiële gewichten. In die zin wordt de internationale best practice deels goed meegenomen. Maar er is een probleem met de bonushoogte, de kwaliteitscriteria en met de data en de feedback.

“Er is nood aan een voldoende grote financiële prikkel.”

Er is nood aan een voldoende grote financiële prikkel: minimum 5% van het totale inkomen of de omzet. De meeste sectoren hanteren 5 toPay for qualityt 10% voor performantiebonussen. Met 6 miljoen euro voor 102 ziekenhuizen voorziet men een bonusbudget van minder dan een duizendste (!!) van het ziekenhuisbudget. Welk ziekenhuis zou aandacht hebben voor zulk minimaal effect? Geen enkel. De financieel motiverende waarde is nul. Initieel voorzag men 1 tot 2% van het totale ziekenhuisbudget (het zogenaamde ‘Budget voor Financiële middelen’, BFM), of 70 tot 140 miljoen euro. Dat is nog steeds laag, maar wellicht een goed startpunt. Deze middelen dienen volledig variabel in functie van kwaliteit te worden toegekend.

De selectie van kwaliteitscriteria en hun targethoogte moet het resultaat zijn van een prioritering op basis van de ruimte voor verbetering en effect op de volksgezondheid. Dit vertaalt zich in transparante, engagerende doelstellingen. De kwaliteitscriteria omvatten in het huidige plan geen zorguitkomsten en slechts in beperkte mate gepaste zorgactiviteiten. De nadruk zou vooral op structuurcriteria liggen, zoals de accreditatiestatus van een ziekenhuis (is men geaccrediteerd?), een incident reporting systeem (is dit aanwezig?) en de mate waarin men kwaliteitsgegevens registreert (als je meet, word je beloond). Er is slechts een beperkte band met de meer prioritaire kwaliteitsdoelstellingen en huidige gebreken in ons land. De ambitie moet hoger liggen, met nadruk op het niveau van zorgactiviteiten en uitkomsten.

Tot slot is er een probleem met de accuraatheid van de ziekenhuisgegevens. P4Q moet gebaseerd zijn op correcte, tijdige gegevens en feedback. Maar de bestaande gegevens (de ‘minimale ziekenhuisgegevens’, MZG) gelden vandaag als basis voor de algemene financiering en zijn volgens experten en het werkveld onvoldoende correct voor P4Q. En dus benut men afgezwakte kwaliteitscriteria… Zulke tekortkoming kan volgens Voka geen argument zijn om niet vooruit te gaan. Dat is de wereld op zijn kop. Er is dringend nood aan single input met automatische data-extractie zoals in best-practice-landen. Dezelfde gegevens van de clinicus zelf worden in zulk systeem direct automatisch doorgegeven voor financiering, kwaliteit, beleid… Dat lost meteen ook de grote vertraging op in gegevens, die vandaag meer dan drie jaar oud zijn.

Conclusie: het is goed dat we een eerste plan van P4Q op tafel hebben liggen. Maar bijsturing is nodig in de bonushoogte, de kwaliteitscriteria en de gegevensbasis. Voka pleit ervoor om in de eerste fase de P4Q-participatie te concentreren bij de voortrekkers in de ziekenhuiswereld die hier werkelijk voor willen gaan (in plaats van P4Q te laten verwateren doorheen de ganse sector). Dit maakt de bonuswaarde aantrekkelijker en laat toe om strengere voorwaarden te stellen voor de criteria en de gegevensbasis.

Pieter Van Herck - Senior Adviseur Welzijns- en gezondheidsbeleid - pieter.vanherck@voka.be