Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Overheidsuitgaven: quasibevriezing nodig
Karl Collaerts
  • 01/02/2017

Overheidsuitgaven: quasibevriezing nodig

Volgens de Nationale Bank is de groei van onze overheidsuitgaven de voorbije jaren duidelijk ingeperkt. De breuk met het verleden is zichtbaar. Onze overheidsfinanciën zitten echter nog niet op een houdbaar pad. Daartoe is nog enkele jaren een volgehouden inspanning nodig op alle beleidsniveaus. Gegeven onze hoge fiscale druk impliceert dit een quasibevriezing van de overheidsuitgaven, na inflatiecorrectie. Een te expansief budgettair beleid in het verleden geeft ons minder vrijheidsgraden dan andere landen.

Indien structurele verbeteringen van de begroting in het verleden wel gerealiseerd waren, zou het evenwicht in 2018 voor de hand liggen.

 

  • Medio maart staan alle overheden voor een loodzware begrotingsuitdaging
  • Een structureel evenwicht in 2018 lijkt te hoog gegrepen
  • Beste piste is nog enkele jaren een quasibevriezing van de overheidsuitgaven

 

Dat ook deze regering er onvoldoende in slaagt de begroting structureel op orde te zetten is een feit. Toch is de uitgavengroei duidelijk beter onder controle dan voorheen. Een grafiek uit de jongste economische prognoses van de Nationale Bank (eind december) toont dit aan. Volgens de Bank bedroeg de reële groei van de gecorrigeerde primaire uitgaven vorig jaar ongeveer 1%. Grotendeels een gevolg van de besparingsmaatregelen van de regeringen die tot stand kwamen na de verkiezingen van mei 2014. Ook voor de volgende jaren voorspelt ze een uitgavengroei die lager ligt dan de verwachte economische groei. Hierdoor zou het overheidsbeslag verder dalen. Indien de economische heropleving zou versnellen, zou die daling ook aan kracht winnen.

Overheidsuitgaven - grafiek1
Bron: NBB, economische prognoses, december 2016

 

Deze situatie verschilt sterk van de periode 2008-2011. In die eerste jaren na de financiële crisis voerde België, in tegenstelling tot andere landen, een vrij expansief budgettair beleid. De primaire overheidsuitgaven groeiden jaarlijks met meer dan 3% na correctie voor inflatie. De combinatie met een tanende groei leidde tot een sterke stijging van het overheidsbeslag.

In vergelijking met onze buurlanden was de gemiddelde groei van de overheidsuitgaven tussen 2010 en 2016 ook het krachtigst in België (zie grafiek). In de eurozone, Nederland en het VK liggen de primaire overheidsuitgaven, na correctie voor inflatie, vandaag op hetzelfde niveau als in 2010. Deze landen hebben, net zoals Duitsland, tussen 2010 en 2012 reeds de tering naar de nering gezet. Hun primaire overheidsuitgaven groeiden in die periode zelfs minder snel dan de inflatie. Het verschafte die landen de budgettaire marge om vanaf dan aan te knopen met een positievere uitgavengroei. Zo stegen de reële primaire overheidsuitgaven tussen 2013 en 2016 jaarlijks met gemiddeld 0,8% in het eurozonegebied en Nederland, met 1,1% in het VK en met 1,8% in Duitsland.

 

Overheidsuitgaven - grafiek2
Bron: Europese Commissie

 

Pas vanaf 2013 begon België volgens de Commissie aan zijn budgettaire gezondmaking via de beheersing van de groei van de overheidsuitgaven. De primaire overheidsuitgaven groeiden sindsdien met gemiddeld 0,7% per jaar, slechts iets minder dan het gemiddelde in de eurozone (+0,8%). Ze stijgen dus nog, ook na correctie voor inflatie, maar aan een houdbaarder ritme.

 

Toch volstaat dit niet om te voldoen aan de Europese begrotingsobjectieven. Die vergen een jaarlijkse structurele verbetering van het begrotingssaldo met 0,6% bbp (ongeveer 2,5 miljard euro) tot aan de realisatie van het structureel evenwicht. Dit is het begrotingsevenwicht gecorrigeerd voor conjuncturele invloeden en eenmalige factoren. Het jongste Stabiliteitsprogramma van april 2016 beoogt dit structurele evenwicht in 2018. In de daaropvolgende jaren is het dan zaak dit evenwicht aan te houden, zonder bijkomende structurele verbeteringen. Dit laat dan toe om de vergrijzingskosten te financieren en onze hoge schuldgraad af te bouwen.

 

Na elke begrotingsopmaak luidt het dat de begroting op koers zit. Achteraf blijkt dat bericht echter doorgaans niet te kloppen. De structurele begrotingsdoelstelling wordt in de regel niet gehaald. Vorig jaar vormt daarop geen uitzondering. Het structureel saldo verslechterde zelfs licht, zowel volgens de Europese Commissie als volgens de regering zelf. Zowel ten gevolge van achterblijvende ontvangsten als door niet gerealiseerde besparingen. Hierdoor lopen we jaarlijks een aanzienlijke structurele achterstand op. Indien die structurele verbeteringen in het verleden wel gerealiseerd waren, zou het evenwicht in 2018 voor de hand liggen. Quod non. Medio maart staan alle overheden voor een heel zware begrotingsuitdaging. Een structureel evenwicht in 2018 lijkt te hoog gegrepen. Ze zou immers een bijkomende inspanning vergen van 6 à 9 miljard. Een dergelijke inspanning in één jaar doorvoeren zou de prille economische lente fnuiken.

 

Het valt dus te verwachten dat de realisatie van het structureel evenwicht opnieuw met één jaar zal worden uitgesteld. Maar ook dit uitstel betekent dat alle overheden in België de volgende jaren een zeer gematigde groei van hun uitgaven zullen moeten aanhouden. Onze nog steeds zeer hoge fiscale druk laat immers niet toe de globale belastingdruk opnieuw te verhogen. Dit impliceert nog enkele jaren een quasibevriezing van de overheidsuitgaven, na inflatiecorrectie. Daarover zullen de verschillende overheden onderling bindende afspraken moeten maken en naleven. In dit geval kan en mag van uitstel immers geen afstel komen.

 

Karl Collaerts - Fiscaliteit en begroting - karl.collaerts@voka.be

 

ING
SD Worx