Skip to main content
  • Nieuws
  • Overheidsfinanciën: 5 aanbevelingen om onze uitgaven onder controle te houden

Overheidsfinanciën: 5 aanbevelingen om onze uitgaven onder controle te houden

  • 16/06/2021

Onze overheidsschuld was al wankel en de pandemie heeft daar nog eens een miljardenfactuur bovenop gelegd. Wat moeten we doen zodat onze overheidsfinanciën niet helemaal ontsporen? We formuleren 5 aanbevelingen ter versterking van het begrotingskader.

In reactie op de coronacrisis goochelden overheden het voorbije jaar met miljarden euro’s. In 2020 liet ons land een ongezien begrotingstekort van 42,3 miljard euro optekenen. De overheidsschuld klom naar 515 miljard euro of 48.000 euro per Belg (inclusief kinderen). Dat zijn spectaculaire cijfers. Zulke tekorten zijn in ons land niet meer gezien sinds begin jaren 90.

De overheid pakte dan ook snel en breed uit met steunmaatregelen. En terecht: die strategie lijkt ook gewerkt te hebben. Het is nog te vroeg voor een finaal oordeel op dat vlak, maar voorlopig ziet het ernaar uit dat de structurele schade van de acute crisisfase binnen de perken blijft.

In moeilijke papieren

In welke mate moeten we ons zorgen moeten maken over onze hoge overheidsschuld? Dat gaan we na in onze nieuwste Voka Paper. Dankzij een relatief gunstige rente en economische groei valt er geen acute crisis van de overheidsfinanciën te verwachten. Maar een stevige stijging van de rente of een verdere daling van ons groeipotentieel zouden onze overheidsfinanciën vrij snel in moeilijke papieren brengen.

De tekorten van 2020- 2021 zijn ook maar gedeeltelijk tijdelijk. Volgens de ramingen van het Planbureau (en bevestigd door andere organisaties) blijven we na deze crisis met belangrijke tekorten zitten. Zo zou het primaire tekort bij ongewijzigd beleid in de periode 2023-2026 dicht bij 4% van het bbp blijven hangen.

Ontsporing aan de uitgavenkant

Die structurele ontsporing zit volledig aan de uitgavenkant. Terwijl de totale overheidsontvangsten rond 51% van het bbp zouden schommelen (boven de 50,1% van 2019), zouden de primaire overheidsuitgaven bij ongewijzigd beleid klimmen richting 55% van het bbp tegen 2026, duidelijk boven het pre-crisis niveau (50,1% in 2019). 

Die toename in de jaarlijkse primaire overheidsuitgaven met 4,8% van het bbp, of bijna 23 miljard in euro’s van vandaag, komt voor drie vierden op rekening van de stijgende sociale uitgaven. Het resulterende begrotingstekort is te groot om de overheidsfinanciën de komende jaren op de rails te houden.

Begrotingskader

Landen met een minder sterke overheidseffectiviteit kennen in de regel een hogere schuldgraad. Institutionele spelregels die de kwaliteit van de beleidsformulering en de implementatie er van ten goede komen doen er duidelijk toe. 

Die regels en procedures zijn vervat in het begrotingskader. Op enkele domeinen er van doet ons land het naar behoren, maar er is ook verbeterruimte. Een vergelijking met het robuuste begrotingskader in Nederland maakt die ruimte het meest duidelijk.

Onder meer op basis hiervan zien we een aantal nuttige aanbevelingen voor ons budgettair beleid. Die kunnen helpen om de beoogde doelstellingen vervat in het Groei-en Stabiliteitsprogramma in de toekomst ook effectief te realiseren. 

5 aanbevelingen

1. Maak meerjarenramingen met bindende doelstellingen

Meerjarenramingen verschaffen transparantie over de impact op middellange termijn. Dat is belangrijk want de jaarbegroting brengt slechts de kostprijs in het eerste jaar in rekening. Nederland kent al sinds 1994 een traditie van trendmatig begroten. Daarbij worden aan het begin van de legislatuur voor drie soorten uitgaven jaarlijkse uitgavenplafonds vastgesteld. In de loop van de legislatuur moet elke overschrijding van het uitgavenplafond in principe worden gecompenseerd binnen hetzelfde kader. 

2. Zorg voor een ordelijk en integraal budgettair besluitvormingsproces

Een onafhankelijke studiegroep Begrotingsruimte formuleert 9 maanden voor de verkiezingen een gezaghebbend advies over de beschikbare begrotingsmarge in de volgende legislatuur en over de kwantitatieve begrotingsnormen. Dit advies wordt ter harte genomen in de partijprogramma’s. Het regeerakkoord wordt financieel doorgerekend door het Planbureau

3. Verbeter de raming en presentatie van begrotingsmaatregelen

Er bestaat een inherent politieke verleiding om begrotingscijfers wat rooskleuriger voor te stellen. Andere lidstaten hebben daar specifieke spelregels tegen in het leven geroepen. Zo ramen in Nederland het Centraal Planbureau en het Ministerie van Financiën de belastingopbrengsten onafhankelijk van elkaar. Bij een substantieel verschil zoeken de instanties de oorzaken van de verschillen uit. Ook Duitsland doet dat.

4. Zorg voor effectievere afstemming tussen verschillende overheden

Er bestaat een intern begrotingskader om budgettaire discipline op alle beleidsniveaus af te dwingen. Het wordt echter onvoldoende toegepast bij gebrek aan consensus in het Overlegcomité. Daardoor kan de Hoge Raad van Financiën de naleving van dit intern begrotingskader ook niet toetsen. Dit kan de gezondmaking van de overheidsfinanciën belemmeren. 

5. Pas doordachte spending reviews toe om gericht beleidsruimte te creëren 

Het bestaande beleid moet regelmatig worden heroverwogen in functie van nieuwe maatschappelijke opgaven. Spending reviews kunnen daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Ze leveren onderbouwde doorlichtingen op van beleidsonderdelen op basis waarvan beleidsmakers dan doordachte beslissingen kunnen nemen. Het is positief dat verschillende overheden in dit land recent deze benadering omarmen. Het is nu zaak dit structureel te verankeren in het begrotingsproces

_______________________________________________________________________

Lees hier ook de Voka Paper 'De houdbaarheid van onze overheidsfinanciën'.
 

Contactpersonen

Bart Van Craeynest

Hoofdeconoom

Karl Collaerts

Senior Adviseur Fiscaliteit & Begroting

IMU - Sport Vlaanderen
IMU - Altez 0110
VZW_IMU_GROUPS
ING
SD  Worx