Oost, west, centrum best?

04/04/2018 , bert.mons@voka.be

U las het misschien ook in De Morgen? Een artikel over het nieuw rapport van Statistiek Vlaanderen met toenemende aandacht voor de stedelijke regio’s Antwerpen, Brussel, Leuven en Gent. “In de toekomst zal het soortelijk gewicht van de Vlaamse Ruit alleen maar stijgen”, klonk het. Het floreren van de stadseconomie vormde de rode draad doorheen de publicatie. Een reactie van Voka - Kamer van Koophandel West-Vlaanderen kon niet uitblijven. U kent mij nu al langer dan vandaag. Het resultaat was een opiniestuk op de website van De Morgen met de volgende boodschap: West-Vlaanderen als hinterland van Vlaanderen? No pasarán!

Verdichting, betonstop, stedelijkheid,… Iedereen heeft ondertussen wel al van deze begrippen gehoord. Ze zijn de laatste tijd vaak terug te vinden in beleidsdocumenten, opinies en meningen allerlei. Velen zien er een oplossing in voor onze toekomstige uitdagingen, van mobiliteit over betaalbare en voldoende zorg tot de zoektocht naar ideale locaties om nog te ondernemen. Vriend en vijand lijken het erover eens te zijn dat we dichter bij elkaar moeten gaan wonen om Vlaanderen leefbaar te houden. Zit daar een grond van waarheid in? Absoluut, maar betekent dit dat we alleen maar oog mogen hebben voor het centrum? Ik vind van niet.

De focus komt meer en meer op de Vlaamse Ruit te liggen. We horen vaak dat een groot deel van de middelen op deze regio ingezet moet worden. Bert MonsDat zien we bijvoorbeeld ook in het witboek van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). Het is een voorlopig document, maar het idee van verdichting van de Vlaamse Ruit vormt wel de rode draad. Het gevaar schuilt hierin dat regio’s zoals West-Vlaanderen het label opgeplakt krijgen van ‘hinterland van Vlaanderen’. Met minder ruimtelijke mogelijkheden en ontwikkelingsmogelijkheden, maar met groen en open ruimte voor bezoekers uit het centrum.

De effecten hiervan zijn nu al zichtbaar in de regio. Het dossier rond de verbreding van het Schipdonkkanaal is slechts één voorbeeld waaruit blijkt dat het steeds moeilijker wordt om groen licht te krijgen vanuit Brussel. Landschappen en open ruimtes worden hierbij vaak als argument gebruikt om ontwikkelingen in deze regio tegen te gaan. Dit is jammer voor de ruim twee miljoen mensen die niét in de Vlaamse Ruit wonen. Zij betalen even veel mee aan de ontwikkeling van Vlaanderen. Zij hebben dan ook recht op gelijke huidige en toekomstige investeringen op vlak van mobiliteit, zorg of onderwijs, vindt u ook niet? Daarom is het heel belangrijk dat er voldoende aandacht is voor de ontwikkelingsmogelijkheden buiten de Vlaamse Ruit. Natuurlijk moeten we rekening houden met demografische, socio-economische en maatschappelijke evoluties. We mogen ons hoofd niet in het zand steken, maar we moeten er wel op toezien dat het geen zwart-witverhaal wordt.

Vlaanderen moet beseffen dat het zich in het hartje van Europa bevindt, waarbij grensoverschrijdende verbindingen van het grootste belang zijn. Als open economie is onze Vlaamse welvaart hierop gebaseerd. West-Vlaanderen is cruciaal voor de Vlaamse economische groei in een breder Europees perspectief en heeft met de directe nabijheid van de metropolen Rijsel en Duinkerke in Noord-Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk heel veel troeven om bij te dragen aan de verdere groei en welvaart van Vlaanderen. Daarnaast heeft onze bruisende regio veel potentieel om te wonen, te werken en te ondernemen.

De Vlaamse overheid doet wel inspanningen voor onze regio. De A11 natuurlijk en de afbakening van het regionaal stedelijk gebied in Brugge zijn hiervan goede voorbeelden. Maar om onze troeven en opportuniteiten ten volle te benutten, is het zeer belangrijk dat Vlaanderen onze regio, ook via het BRV, voldoende groeikansen en ontwikkelingsmogelijkheden blijft bieden. En dit met een open blik én over de grenzen heen, net zoals onze ondernemers.

Er moet werk worden gemaakt van een goed doordachte ruimtelijke ordening die nieuwe ontwikkelingen bundelt langs knooppunten op de belangrijkste groeiassen in onze provincies. De visie van de twee ruimtelijk-economische assen van de Westhoek is een goed voorbeeld. Er wordt hierbij rekening gehouden met het agrarische en groene karakter van de Westhoek en nieuwe ontwikkelingen worden geclusterd langs goed ontsloten knooppunten op de assen A19 en E40.

Dit toont aan dat groen, open ruimte én ontwikkelingsmogelijkheden hand in hand kunnen gaan, in de Vlaamse Ruit, maar zeker ook in West-Vlaanderen.