Skip to main content
  • Nieuws
  • "Ook overheden moeten nu verantwoordelijkheid opnemen”

"Ook overheden moeten nu verantwoordelijkheid opnemen”

  • 27/01/2022

foto

Uit de conjunctuurbarometer van Voka – KvK Limburg blijkt dat de Limburgse economie midden 2022 iets sterker zal staan dan voor de crisis. Wetende dat we op dat moment al twaalf opeenvolgende maanden aan groei inboeten, is dat een klein mirakel. “Maar zwaar onvoldoende. We mogen begin 2020 niet als een referentieperiode bekijken, want ook toen lag onze groei veel te laag. Dat we medio 2022 op een gelijkaardig niveau terugkeren wilt dan ook enkel zeggen dat we twee jaar hebben verloren. Dat de ravage niet erger is, is na twee jaar zonder beleid dan ook louter te danken aan onze bedrijven. Uit nieuwe cijfers blijkt bovendien dat we tegen 2026 de hoogste Europese overheidsuitgaven hebben, maar daar een zeer matige service voor terugkrijgen. Een regelrechte aanfluiting binnen deze context”, aldus Johann Leten, gedelegeerd bestuurder van Voka – KvK Limburg.

Het overheidsgeld lijkt dezer dagen aan de bomen te groeien. Voor ieder probleem dat de kop opsteekt, lijkt de politieke oplossing erin te bestaan er meer geld tegenaan te gooien. En dat terwijl we al bij de hoogste overheidsuitgaven ter wereld zitten. Volgens berekeningen van het IMF zouden we tegen 2026 op 55% van ons bbp landen, veruit het hoogste aandeel van de industrielanden. “Als we daar de kwaliteit tegenover plaatsen, wordt duidelijk hoe inefficiënt er met het belastinggeld van ondernemers en burgers wordt omgesprongen. Maar liefst veertien Europese landen bieden voor minder uitgaven, meer ‘waar’ aan. In tijden dat burgers moeite hebben met hun rekeningen te betalen en bedrijven zich uit de naad werken om onze welvaartsstaat in stand te houden, is dit een bijzonder pijnlijke vaststelling. Het efficiënt inzetten van bestaande middelen moet dan ook dringend hoger op het prioriteitenlijstje”, zegt Leten.

Starters blijven presteren

We sloten 2021 af met een recordaantal van 9.469 starters, zo’n 11,62% meer dan in 2020.  Belangrijker dan dat cijfer op zich is dat zeven op de tien die sinds 2016 opstartte ook vandaag nog actief is. Maar het kan en moet nog beter. Onze ondernemingsdynamiek blijft bij de laagste van Europa. De goede resultaten van de voorbije jaren mogen dus geen vrijgeleide zijn voor de overheden om minder aandacht te geven aan een ondernemingsvriendelijk klimaat.

Rentabiliteit export stijgt

In december stagneert de exportactiviteit vrijwel perfect op het niveau van de voorafgaande maand. Het aantal afgeleverde attesten blijft met 2095 stuks op identiek hetzelfde niveau als in november terwijl de exportwaarde en zeer beperkte krimp van slechts -0.6% laat optekenen. De stagnatie van het aantal attesten ligt volledig in de lijn der verwachtingen: in de periode sinds 2010 bedroeg de wijziging in december gemiddeld -1.2%.

Na twee maanden verlaat de year-to-year differential  voor de attesten de rode zone om op een marginaal positieve 0.4% te belanden. De marge voor de exportwaarde blijft stevig positief maar krimpt wel van 26% tot 22.8%. Op basis van de momenteel beschikbare data zou de exportactiviteit vanaf het tweede kwartaal het niveau van dezelfde periode van vorig jaar overtreffen.

Bouwgroei halveert komende maanden

In september (meest recent beschikbare effectieve cijfers) valt het totale aantal bouwvergunningen terug tot 546 eenheden, d.i. -1.4% onder het niveau van augustus. Hoewel deze krimp op het eerste gezicht zeer beperkt blijft, staat hij toch in schril contrast met de aangroei van bijna 10% die voor de gemiddelde septembermaand mag verwacht worden in de periode sinds 2010. Alleen in het segment van de residentiële renovatiebouw kon een maand-tot-maand aangroei van 7% geregistreerd worden.

In de periode januari-juni 2022 blijven alle trends mathematisch positief. Dit is het meest uitgesproken het geval voor de residentiële nieuwbouw, terwijl de residentiële renovatiebouwactiviteit vrijwel volledig uitvlakt. Twaalf maanden geleden waren de trends voor beide residentiële segmenten nog beduidend steiler. Voor de tweede maand op rij krimpen alle year-to-year differentials. Tot vorige maand bleven ze allemaal nog positief. Dit is nu niet langer het geval. Met name de marge voor de residentiële renovatiebouw valt terug van 7.34% tot een marginaal negatieve -0.18%.

Een en ander impliceert tevens dat het batige verschil van de totale markt ten opzichte van een jaar geleden eveneens bijna gehalveerd wordt. Vorige maand werd in dit verband een marge van  21.2% gerapporteerd. Daarvan rest nu nog goed de helft (13%).

Automobiel verliest minder snel

In december worden 2.5% meer inschrijvingen van nieuwe voertuigen geregistreerd dan in november. In de periode 2005-2018 viel het aantal inschrijvingen in december (in afwachting van het autosalon) systematisch terug met gemiddeld ruim -23%. Met het opschorten van het fysieke salon laat december in het meer recente verleden (sinds 2019) echter een maand-tot-maand toename optekenen. De huidige toename is vrijwel uitsluitend het gevolg van de dynamiek binnen het segment  van de personenwagens waar het aantal inschrijvingen aangroeit met 8.3%.

Alle trends zijn opwaarts gericht. Voor de personenwagens en de vrachtwagens vertonen deze patronen dezelfde intensiteit als een jaar geleden. Wat betreft de bedrijfsvoertuigen en opleggers domineerde destijds een sterke stagnatietendens. Voor de totale markt resulteert per saldo een positieve trend die licht steiler verloopt dan vorig jaar.

Tijdens de eerste jaarhelft van 2022 krimpt de year-to-year differential voor de totale  markt tot -6.8%. In de loop van  de laatste drie maanden manifesteerde zich systematisch een zeer stabiele marge van gemiddeld -8.3%. De afbouw van de achterstand t.o.v. vorig jaar vindt zijn oorsprong in de segmenten van de bedrijfsvoertuigen en de vrachtwagens.

Kleine knik is slechts druppel op een hete plaat

In december worden in totaal 23284 werkzoekenden geregistreerd, of 0.4% meer dan in november. Deze toename is het resultaat van een aangroei van het aantal mannelijke werkzoekenden met 0.9% en een daling van het aantal vrouwen met -0.2%. Ondanks deze lichte totaaltoename wordt voor beide geslachten de laagste decemberwaarde sinds 2007 gerealiseerd. In de loop van de volgende zes maanden blijven alle trends significant neerwaarts gericht, maar wel opvallend veel vlakker dan in de overeenkomstige periode van vorig jaar. Voor beide geslachten blijft het aantal werkzoekenden -12.9% beperkter dan een jaar geleden.

Een terugval van het aantal uitgeschreven vacatures  is in december veeleer de regel dan de uitzondering. In de periode sinds 2010 werd alleen vorig jaar een maand-tot-maand toename van 2.4% vastgesteld. De gemiddelde krimp loopt tijdens die periode op tot -13.4%.

De daling van -23.7% die nu (december 2021) geregistreerd wordt is dus wel enigszins disproportioneel. Dankzij de opeenvolgende records die zich sinds april 2021 opstapelden, blijft het nominale aantal vacatures met 2741 eenheden nog steeds goed voor het decemberrecord sinds 2005 en 94% boven het decembergemiddelde.

De trends blijven voor beide indicatoren significant opwaarts gericht. De intensiteit van het trendpatroon voor het jobaanbod is identiek aan dat van een jaar geleden, de trend voor de niet ingevulde vacatures verloopt nog licht steiler. De year-to-year differentials vertonen een sterke stabiliteit ten opzichte van vorige maand. De marge voor de uitgeschreven vacatures blijft met 41.62% status quo ten opzichte van vorige maand (41.8%). De marge voor de openstaande vacatures krimpt zelfs licht van 98% naar 92.4%. Ondanks deze daling blijft de krapte op de arbeidsmarkt voorlopig nog een omvangrijk probleem.

Contactpersoon