Skip to main content
  • Nieuws
  • In onzekere tijden is de boodschap voor de bouwsector: blijven investeren

In onzekere tijden is de boodschap voor de bouwsector: blijven investeren

  • 15/09/2022

En hoe zou het nog met de bouw gaan? Want - zo leert een oude volkswijsheid - als het met die sector goed zit, volgt de rest van de economie als vanzelf. Covid en Oekraïne hebben echter veel zekerheden op losse schroeven gezet. Net als voor andere sectoren is het voor de bouw nu wat fluiten in het donker. Ondernemers nodigde een aantal Oost-Vlaamse aannemers uit om in de toekomst te turen. Er is twijfel en er zijn  flink wat frustraters, maar er is net zo veel vastberadenheid en geloof in een sector die (soms traag) de vernieuwing omarmt. En er is de vaste overtuiging dat een florerende bouwsector finaal de hele maatschappij ten goede komt.

foto
Juliaan De Bock, Jean-Marie de Buck, Carine Drumont, Niko Demeester en Karel Derde

 

Tekst Jan Van Gyseghem – foto Hendrik De Schrijver

Scherpe blik op de bouw

  • Carine Drumont – Algemeen directeur van Algemene Bouw Maes (Gent), een Klasse 8 bouwbedrijf dat voor 60% deel uitmaakt van de groep Van Roey. Sinds 1892 actief. 110 medewerkers.

  • Jean-Marie de Buck  – Voorzitter van de raad van bestuur van Aclagro (Wondelgem). Aannemer met kernactiviteiten in infrastructuur, bodemsanering en waterzuivering, afbraak, grondreiniging en brownfieldontwikkeling. 300 medewerkers. 

  • Juliaan De Bock  – Oprichter en voorzitter van de raad van bestuur van Juri (Zele). 
    Algemeen bouwbedrijf sinds 1985. 170 medewerkers.

  • Karel Derde – Eigenaar van Derde Construct (Wichelen), gespecialiseerd in het aanleggen en renoveren van parkeerdaken, vloeren en daken van ondergrondse parkeergarages, platte daken, (dak)terrassen, esplanades, omgevingswerken. 25 medewerkers.
    Karel is tevens voorzitter van Embuild Oost-Vlaanderen.

  • Niko Demeester – CEO van Embuild die de belangen verdedigt van 16.000 bedrijven in de sector.

De bouwsector in ons land telt 75.000 bedrijven met samen meer dan 200.000 werknemers en 50.000 zelfstandigen.

Embuild (Confederatie Bouw - opgericht 1946) verdedigt en adviseert bedrijven uit de bouwsector. De organisatie telt 16.000 aangesloten bedrijven.

De gelegenheidsuitgave n.a.v. het 75-jarige jubileum van de Confederatie Bouw (recent gewijzigd in Embuild (2021) lijst een aantal indrukwekkende mijlpalen op van de Belgische naoorlogse bouwsector: de bouw van 150.000 nieuwe woningen en 1 miljoen renovaties na WO II, de aanleg van snelwegen vanaf de jaren 1950, de bouw van Expo 58 en van talrijke grote kantoorcomplexen in de booming sixties. Er was  de opkomst van prefab vanaf 1970, de expansie van de Belgische haveninfrastructuur en de stijgende aandacht voor isolatie na de oliecrisis. Later volgden de aanleg van het HST-netwerk (jaren 1990), de bouw van nieuwe stations en, recent, de opmars van houtbouw.

Het lijkt er sterk op dat de bouw alweer voor een belangrijk tijdsgewricht staat. Er is de digitalisering die de sector in ons land trager verovert dan in de buurlanden. Meer doorgedreven industrialisering moet de productiviteitswinst op het niveau van andere sectoren brengen.

(lees verder onder de foto)

foto
Carine Drumont: “We moeten de sector aantrekkelijk maken voor de jeugd.”

 

Eerst moeten aannemers nog de fall out van covid en Oekraïne doorstaan. Een vervelende dip maar lang niet zo dramatisch als de jaren 1980 toen in de sector 100.000 jobs verloren gingen. “Ervaren rotten spreken van een traumatische ervaring,” zegt Niko Demeester. “Een ideaal moment om te starten,“ mijmert Juliaan De Bock filosofisch. Crisissen blijven uitdagingen.

(Een beetje) een goed gevoel

Niko: “Het gaat nog steeds goed maar er is wel wat bekommernis. Staan wij voor een periode van afkoeling, voor een dip of voor een diepe put, zoals in de jaren 1980? Alle parameters staan gunstig, gezien de grote investeringsnoden bij de overheid, industrie en particulier. Onze business gaat de volgende tien jaar minstens even goed blijven draaien als vandaag, maar wij voelen wel aarzeling in de markt. Tegelijk merk ik op dat de bouw in de voorbije twintig jaar 50.000 jobs heeft bij gecreëerd en nu 18.000 werkkrachten zoekt.”

Carine: “Het hangt af van sector tot sector. Infrastructuurwerken zijn booming business – denk maar aan Oosterweel en andere dossiers. Maar er zijn ook sectoren die zich moeten heruitvinden en bekijken hoe ze dingen in de toekomst zullen aanpakken. Wij bouwen onder andere in Roeselare waar de stad tien projecten op de planning had staan en er uiteindelijk slechts drie van zal uitvoeren. In de industrie wordt dan weer wel nog volop geïnvesteerd.”

De bouw is typisch een sector die lage marges draait en nood heeft aan hoge en steady volumes”

Niko Demeester

Zit de bouw dan wel met een goed gevoel over wat komen gaat?

Karel: “Algemeen is er natuurlijk een neiging tot voorzichtigheid. Het consumentenvertrouwen stokt en dat beïnvloedt onze aannemers. In de jaren 1980 was er heel veel werkloosheid. Nu is de situatie anders: zelfs indien de markt wat afkoelt, gaan wij nog mensen te weinig hebben. Ik blijf optimistisch; als bouwsector hebben wij een cruciale rol in het aanpakken van de klimaatuitdagingen. We moeten tegelijk nadenken over onze marges en het imago van de sector. Daar liggen nog uitdagingen.”

Jean-Marie: “Wij zijn met Aclagro actief in verschillende deelsectoren. Ik denk dat corona al bij al goed meegevallen is. Er was een periode van onzekerheid maar iedereen is die vrij goed doorgekomen. De post-coronaperiode – met o.a. de grondstoffenprijzen – brengt nu veel meer onzekerheid mee. Ik verwacht dat meer bedrijven in de problemen gaan komen, op verschillende niveaus. En ook de openbare besturen krijgen het moeilijker wat een grote impact kan hebben op de bouw. De gemeenten staan voor enorme uitdagingen.” 

Niko Demeester kadert een en ander: “De bouwsector kende in coronatijd een krimp met 4,5%. Normale activiteiten mochten plots niet meer. Cold turkey. Gelukkig heeft dat maar één maand geduurd. De bouw heeft, als eerste sector, met de vakbonden een protocol onderhandeld om de werven opnieuw te openen. De remonte is dan heel sterk geweest: de tweede helft van 2020 tot de zomer van 2021 hebben bouwbedrijven aan 200% gedraaid. Vanaf dan sijpelde er onzekerheid in, met leveringsproblemen voor materialen, prijsstijgingen en zo meer. Sindsdien zijn wij niet meer in de normale flow van de logistieke keten en van de prijs-en contractvorming geraakt. Dat alles zorgt voor onzekerheid in de markt. Daarnaast zijn er de grote investeringsnoden van lokale besturen - die er in principe ook het geld voor hebben – maar die hun investeringen on hold zetten. Zo vermijden zij grote overschrijdingen van de voorziene budgetten. Vraag is hoe lang de pauzeknop ingedrukt zal blijven.”

(lees verder onder de foto)

foto
Juliaan De Bock: “Grote bouwbedrijven halen vaak maar een fractie van het rendement van ons.”

 

Tijdrovende vergunningen maken bouw duurder

Het gesprek is nog maar net op gang en er borrelt wrevel op over de teleurstellende opstelling van de ‘stremmende’ overheid.

Jean-Marie: “Reglementering heeft een zware impact op de bouw. De aanvraag van vergunningen slorpt veel tijd, mensen en geld op. De politiek klaagt over de betaalbaarheid van woningen maar toen ik begon in projectontwikkeling kon je nog bouwen tegen een kost van minder dan 1000 €/m²; vandaag – nauwelijks 10 jaar later -  zitten wij al boven 1500 €/m², tot zelfs 2000 €/m².”

Juliaan: “Er is een groot verschil met de jaren 1980. Toen was er ruimte beschikbaar en de administratie was een stuk eenvoudiger. Nu zijn er bijna geen gronden meer en door de gewijzigde wetgeving is de politiek niet langer verantwoordelijk maar de stedenbouwkundig ambtenaar. Die neemt geen enkel risico en dat maakt het zeer moeilijk om aan een bouwvergunning te geraken.”

Carine: “Als je vroeger een bouwvergunning aanvroeg en er kwam geen reactie, dan was ze gegund. Nu is ze geweigerd. Dat bracht een enorme verandering te weeg.  Het is veel complexer geworden om te mogen bouwen en een vergunning te krijgen; je hebt een reeks studies nodig: over bemaling, energie, duurzaamheid, … noem maar op.”

Juliaan: “Met een enorm vertragend effect als gevolg.”

Niko: “Toch is het moeilijk om de normen te gronde aan te vallen. We zitten met een zeer verouderd woning- en kantorenpark en strenge normen zijn nodig om de klimaatdoelstellingen te halen. Vraag is: ‘Hoe houden wij de noodzakelijke technische vooruitgang betaalbaar voor onze opdrachtgevers?’”

Het grootste probleem is dat ambtenaren vandaag bang zijn om beslissingen te nemen”

Jean-Marie de Buck

Voor wanneer een kader dat snelheid maakt?

Jean-Marie: “Dat is het. We weten ook dat heel veel woningen enkel goed zijn om af te breken en opnieuw te beginnen; renovatie is in die gevallen een pleister op een houten been. Met nieuwbouw aan 21% en registratierechten aan 4% creëer je een spanningsveld dat volledig tegenstrijdig is met wat de overheid wil bereiken.”

Niko: “Daarom is de tijdelijke verlenging tot eind 2023 van een coronamaatregel – sloop en heropbouw aan 6% (btw) - een goede zaak. In het licht van de klimaatdoelstellingen zou dit eigenlijk permanent moeten zijn. Het gaat nu veel te traag: in Vlaanderen alleen al moeten wij 90.000 huizen per jaar klimaatneutraal renoveren. Met allerlei premies en 6% btw doen wij er vandaag 30.000 per jaar. Nóg meer premies tegenaan gooien – voor warmtepompen en andere – zal niet volstaan. We krijgen de mensen niet voldoende mee in renovatie. Misschien moeten wij naar meer collectieve oplossingen – een warmtenet in plaats van een warmtepomp voor elke woning. Dat betekent dat een stad de regie in handen moet nemen. Hier en daar gebeurt dat: Gent, Antwerpen, Oostende … maar de slotsom is: het gaat te traag. Oude woningen die – zelfs met grote investeringen niet klimaatneutraal te krijgen zijn – moeten wij slopen en heropbouwen.”

(lees verder onder de foto)

foto
Jean-Marie de Buck: “Vandaag proberen drie partijen – bouwheer, studiebureau en aannemer – conflicterend een resultaat neer te zetten. Dat conflictmodel is nefast voor de bedrijven.”

 

Karel: “Een goede Vlaamse maatregel in wording is de verplichting om, binnen de vijf jaar na de verkoop van een particulier vastgoed, een pand energetisch te renoveren. Dan volgt de economische afweging: isoleren of afbreken en iets nieuw bouwen? Voeg daarbij de wens van de overheid om te verdichten en dus hoger te bouwen wat niet evident is in buurten met ‘gewone’ woningen. Dat geeft spanningen die wij als sector eerder ondergaan. Er zijn mogelijkheden maar reglementering en vergunningen vormen een rem.”

Carine: “Laat ons pragmatisch omgaan met circulariteit. Op een project in Brussel slaat de slinger door en moeten we knettergekke dingen doen omdat men eist dat je het gebouw behoudt. Het verhaal klopt niet meer want de energetische impact om het in orde te krijgen – bijvoorbeeld het brandwerend maken - is veel groter dan in het geval van sloop.”

Wisselende vooruitzichten, duidelijke uitdagingen

Hoe zit het met de orderportefeuille voor de volgende zes maanden?

Karel: “Voor ons zit die goed maar wij werken in een niche.”

Jean-Marie: “Wegenbouw is geen probleem maar afbraak is vandaag heel volatiel. Eind vorig jaar konden wij niet volgen, maar vandaag zitten wij weer in een soort dipje.“

Juliaan: “Een half jaar geleden was de portefeuille ‘nog uit te voeren werken’ minder gevuld. De jongste zes maanden zien wij dat grondeigenaars woningen en kantoren bouwen om aan te bieden op de verhuurmarkt. Ik denk zelf ook dat die verhuurmarkt gunstiger zal worden. Onze orderportefeuille is nu groter dan twee, drie jaar geleden. Wij zitten nu ongeveer een jaar vol.“

Niko: “Voor de meesten zit het goed, de enige sector waar er de vorige jaren overcapaciteit is gemaakt, is de kantorenmarkt.”

Jean-Marie: “Vooral Brussel is een groot probleem. In Gent blijft er een tekort aan kantoren; er is een leegstand van nauwelijks 3 à 4%. Veel zal afhangen van de noden van de mensen. Velen willen niet meer naar Brussel gaan werken en bedrijven organiseren zich met satellietkantoren in centrumsteden.”

Niko: “De bouw is typisch een sector die lage marges draait en nood heeft aan hoge en steady  volumes. Als je niet zeker bent dat die volumes aanhouden of als je geconfronteerd wordt met prijsstijgingen die de marges opvreten, ben je als bouwbedrijf snel kwetsbaar. Bouwbedrijven kennen die cycli wel en proberen reserves op te bouwen om de slechte jaren door te komen, maar zodra de volumes haperen wordt men zenuwachtig. Vandaag, in een tijd met veel onzekerheid en een disparaat beeld per subsector, vraagt men zich af hoe het businessplan er voor de volgende jaren moet uitzien. Elk bouwbedrijf zoekt een antwoord op de vraag ‘Hoe kan ik minder afhankelijk worden van volume en hoe kan ik meer marge gedreven werken?’ In een niche werken? Meer spreiding van activiteiten? Fundamenteel innoveren? Naast het klimaat is dat één van de grote lange termijnvraagstukken.“

Juliaan (laconiek): “Als je dat niet weet, moet je geen aannemer spelen, hé.”

Jean-Marie: “Dat brengt ons bij het systeem van de openbare aanbestedingen. Zolang dat in voege is, ga je wel een enkeling vinden die werk nodig heeft en onmogelijk prijzen aanbiedt.”

We moeten – zelfs op kleine schaal – verder nadenken over robotisering en de inzet van meer machines”

Karel Derde

Gaan die er op termijn niet tussenuit?

Niko: “Wij hebben in de eerste jaarhelft veel falingen gezien bij kleine bouwbedrijven die een hoog volume nodig hadden. Die volumes vielen even weg maar zij hadden geen buffer om dat op te vangen en sneuvelden.”

Karel: “Dat heeft ook te maken met de vestigingsreglementering die in Vlaanderen is weggevallen. Hierdoor is de instapdrempel nog lager en moet de sector hard vechten tegen charlatans die aannemer gaan spelen in plaats van aannemers die charlatan zijn. (Algemene hilariteit). Het gaat vaak over aanzienlijke bedragen. Voor een verbouwing van 40.000 € betalen mensen snel een voorschot van 15.000 € aan een charlatan die met de noorderzon verdwijnt. Niemand wil de administratieve last verhogen maar een zekere instapdrempel is wenselijk.”

Zijn er dan veel charlatans in de bouw?

Karel: “Nog te veel.”

Juliaan: “Bij de kleine wel, ja. Dat is ook de oorzaak van het groot aantal faillissementen daar.”

Niko: “Als wij af willen van de lage marges en het lage prijsniveau, moeten de overheden stoppen met de aanbestedingen aan de laagste prijs te zetten en kwaliteitscontroles en instapdrempels hanteren.”

In een aantal landen, opteert de overheid voor een gemiddelde prijs, waarom niet bij ons?

Carine: “Men zoekt wel naar een nieuwe methode waarbij je als aannemer eerst je kandidatuur moet stellen, waarop men dan een selectie maakt en finaal beslist op basis van prijs, planning, plan van aanpak, minder hinder …”

Jean-Marie: “De goedkoopste prijs is het meest objectieve. Probleem is dat de overheid perfect weet dat bepaalde lage prijzen niet mogelijk zijn. En toch gunt de overheid het werk aan die prijs. Dat is totaal onverantwoord maar men is bang om iemand die te laag inschrijft en dat bod niet kan staven, te weren. En dat is wat zou moeten gebeuren.”

(lees verder onder de foto)

foto
Karel Derde: “Ik verwacht dat kleine bouwbedrijven afhankelijker worden en minder marktruimte zullen krijgen in de toekomst.”

 

Niko: “Eén van de voorstellen die wij aan het ontwikkelen zijn tegen de verkiezingen van 2024 is om ‘veiligheid’ uit de prijscompetitie te nemen. Je mag niet braderen op veiligheid. In Duitsland is veiligheid een qualifyer.“

Jean-Marie: “Als je een te lage prijs gunt, heb je sowieso nadien problemen. Met de kwaliteit van de uitvoering of met de aannemer die het niet rechttrekt. Een beslissing die in fine maatschappelijk gezien meer geld kost.”

Karel: “Niet-kwalitatieve lastenboeken werken dit allemaal nog in de hand ook.”

Carine: “Wat nog niet aan bod is gekomen, is dat in de ontwikkeling van projecten velen aan het herbronnen zijn omdat het plaatje niet meer klopt. Ook in de verhuurmarkt, heb ik veel klanten die een time-out nemen. Het beeld van de Belg die per definitie met een baksteen in de maag wordt geboren, is verleden tijd.”

Weg met groeiremmers in de bouw

Welke zijn volgens jullie de drie voornaamste groeiremmers van de bouwsector?

Jean-Marie: “Vergunningen.”

Carine: “… en de bijhorende regelgeving.”

En verder?

In koor: “Volk.”

Juliaan: “Het gebrek aan ruimte.”

Niko: “Uit cijfers blijkt dat vandaag een aantal aannemers niet meer insteken op offertes omdat zij toch niet kunnen opleveren. Omdat men te weinig volk heeft of omdat men niet zeker is dat men het op een rendabele manier kan uitvoeren. Dat frustreert.”

Jean-Marie: “Ik zie een onderscheid. Bij de grote jongens is er nog minimaal ‘eigen volk’ en veel onderaannemers waardoor zij heel flexibel werken want zij halen de mensen uit het buitenland.” 

Niko: “Die reservoirs drogen ook op, hé.”

Carine: “Bijkomend moeten wij bewaken dat de kennis en knowhow van onze oude garde tijdig wordt doorgegeven aan de jonkies. Ook de kwaliteit mag niet verloren gaan.”

In Nederland haalt een opdrachtgever/ontwikkelaar een project binnen en gaat dan meteen op zoek naar een bouwpartner. Het is vooral een kwestie van vertrouwen”

Carine Drumont

Wat zou er absoluut moeten gebeuren voor elk van die grote remmers: vergunningen, volk en ruimte?

Jean-Marie: “Regelgeving gaat over het maken van de regels, de wetgeving. Vergunningen gaat over de toepassing ervan. In normale omstandigheden zou een vergunning binnen de zes weken moeten worden afgegeven. De realiteit is dat de vergunning wel binnen drie maanden wordt verleend maar het voortraject duurt gek lang. Ik spreek uit ervaring in Brussel en Gent … en ik stel vast dat je op een termijn van drie jaar niets bereikt. Je moet wel enorm brede schouders hebben om dat allemaal te kunnen financieren. Er zijn voorbeelden waar je vier, acht tot tien (!) jaar bezig bent om een project uit de grond te stampen. Compleet onverantwoord.”

Wil de politiek dit dan niet inzien?

Jean-Marie: “Het grootste probleem is dat ambtenaren vandaag bang zijn om beslissingen te nemen.”

Juliaan: “Ze zijn ook persoonlijk verantwoordelijk hé.”

Dan moeten wij ageren om dit te veranderen?

Niko: “Let op, het is geen silver bullet  hoor … Zo eenvoudig is het niet. In onze centrumsteden zijn tal van voorbeelden van goede stadsontwikkeling. Daar lopen die vergunningstrajecten toch vlotter omdat het gemeentebestuur er zelf achter staat. Terug naar de toestand van vroeger is onmogelijk: alles is nu veel complexer. Bovendien is het aantal betwistingen toegenomen, bij de gunning en ook achteraf. Er is meer inspraak en participatie. Maatschappelijke groepen willen gehoord worden vóór, tijdens en zelfs na het vergunningstraject. Een opvallend fenomeen is dat projectgroepen (red. tegenstanders)  - zelfs al werden ze vooraf betrokken  – achteraf de hele boel lam leggen met tal van betwistingen. En, nog erger: dat ze de zaak afkopen.”

Carine: “Protest als een bron van inkomsten …”

Niko: “Het is echt geen roddel onder aannemers. Er zijn voorbeelden van advocaten die een alliantie aangaan met actiegroepen. Zij ‘gijzelen’ aannemers: ‘Betalen of het gaat niet door.’ Het zijn class action achtige toestanden.“ 

Jean-Marie: “Ik heb er geen probleem mee dat burgers beroepsrechten opnemen. Maar ook hier: zorg er dan voor dat deze binnen drie tot zes maanden worden behandeld.” 

Niko: “Ik durf toch vragen te stellen bij het geven van rechten, als je de burger voordien op een correcte manier hebt gehoord.”

Jean-Marie: “Wij zijn ook in het buitenland actief in projectontwikkeling en ik stel daar vast dat enkel de mensen die in het voortraject opmerkingen hebben gemaakt, in beroep kunnen gaan. Enkel over de argumenten die ze vooraf hebben aangevoerd.”

Niko: “Embuild werkt eraan om dit ook in de Vlaamse regelgeving op te nemen.”

(lees verder onder de foto)

foto
Niko Demeester: “Mijn boodschap is: Blijf investeren. Niet zozeer  voor de business, iedereen zal er beter van worden.”

 

Via innovatie  naar duurzaam efficiënt

Er is duidelijk nog veel werk aan het kader waarbinnen de bouw opereert. En als wij in eigen boezem kijken? Hoe zit het op vlak van vernieuwing in de bouw?


Jean-Marie: “Duurzaamheid is vanzelfsprekend het belangrijkste kenmerk van de innovatie. Het terugdringen van de CO2 wordt wellicht het grootste selectiecriterium in de toekomst. Maar door de inzet van veel zware machines is CO2-reductie in de bouw niet evident. Wij gaan zelf volop voor recyclage op onze sites. Er is het toenemend gebruik van gerecycleerde granulaten in beton. Dat wekt dan weer reactie op bij de uitbaters van steengroeven en cementbedrijven… Ook energetisch doen wij veel inspanningen.”

Niko: “De volgende stap is beton te maken zonder cement en cement zonder CO2. De fameuze biobeton.”

Jean-Marie: “Cementloze beton is geen science fiction meer.”

Karel: “Naast het punt van duurzaamheid moet de sector ook nadenken over modulair bouwen. Je riskeert wel een zeer repetitieve architectuur maar vanuit het oogpunt van productie- en efficiëntieverbetering wacht hier nog een gigantische uitdaging. We moeten – zelfs op kleine schaal – verder nadenken over robotisering en de inzet van meer machines. Maar dan moet ook de bouwheer meewillen in het proces: vooraf goed nadenken en zich dan houden met wat op plan is voorzien.”

Niko: “Voor een goed begrip: wij gaan niet met minder mensen werken, maar het volk dat wij te kort komen gaan wij opvullen met robots en mechanisering.”

Carine: “…En we moeten de sector aantrekkelijk maken voor de jeugd. Daarvoor moet het werk efficiënter worden, zoals reeds gebeurt met BIM, augmented reality en digitale opleveringen.” 

BIM, voluit Building Information Modelling is een 3D-model dat alle informatie bevat voor de diverse partijen in een bouwproject. Het is een game changer in de sector?

Niko: “Eigenlijk moeten wij huizen, kantoren en bruggen bouwen zoals auto’s.  Vooraf iets langer met de klant overleggen, meer pre-assembleren in de fabriek en dan in uitvoering gaan op de werf.  Als wij efficiënter willen werken, met veel minder fouten, minder kosten, meer on budget en on time, is dat de enige oplossing.” 

Juliaan: “Ik heb verschillende bouwmachines ontwikkeld en gepatenteerd en die draaien nog altijd. Toen twintig jaar geleden veel goedkopere werkkrachten uit het buitenland arriveerden, viel die innovatie wat stil.”

Hoe kijken jullie naar de sterktes en de kansen voor onze bouwbedrijven?

Jean-Marie: “In Nederland en Frankrijk heb je een aantal grote actoren, bij ons zie je heel veel kleine tot middelgrote – vaak familiale – bedrijven. Naar flexibiliteit en specialisatie toe, is dat misschien een voordeel. Anderzijds kan de beperktere financiële slagkracht een handicap zijn, in het licht van PPS-projecten bijvoorbeeld. “

Komt er meer consolidatie op de Belgische bouwmarkt?

Niko: “De kaders (regelgeving) worden Europees, maar de markten blijven grotendeels nationaal.”

Jean-Marie: “Er zijn toch wel wat buitenlandse bedrijven – grote jongens uit Frankrijk – op onze markt actief. Ik denk dat wij één van de meest open architecturen zijn. In het buitenland worden Belgische bouwbedrijven vaak afgeblokt, maar omgekeerd is dat niet zo.”

Niko: “Dat is juist. Maar het is niet zo dat Franse bouwbedrijven hier grote marktaandelen halen.
De consolidatie gaat van onderuit komen. Als je met BIM-bouwfabrieken gaat werken stijgt de kapitaalkost en ga je gemiddeld iets groter moeten zijn als bedrijf om te starten en te overleven.”

Juliaan: “De zwakte van die grote bouwbedrijven is dat het kantoorfirma’s zijn geworden… Ze halen ook maar een fractie van ons rendement. Maar ze gaan wel met een groot deel van de markt lopen zonder daar zelf iets aan over te houden. En, houden de aanbestedingskosten hierdoor soms beneden de kostprijs.”

Carine: “Klopt. Sommige grote bouwbedrijven zien af omdat ze te log en te zwaar zijn geworden.”

Karel: “We blijven een markt van kleine en grotere familiebedrijven. In bepaalde subsectoren, zoals de wegenbouw, evolueert men naar grotere structuren omwille van normeringen en beschikbaarheden. Sommige ervan worden dan een soort coördinatiebedrijven die kleinere spelers inhuren om alles rond te krijgen. In kleinere bedrijven ligt de efficiëntie en de productiviteit hoger dan in de meeste grotere waardoor er nog een markt blijft voor kleinere bouwbedrijven. Ik denk aan het beeld van de kubus en de bollen. Als je een grote bol in een kubus steekt blijft er altijd plaats voor een aantal kleinere. Dat geeft mij als kleine bouwspeler ook de motivatie om door te gaan, ook als er veel onzekerheid is. Ik verwacht wel dat kleine bouwbedrijven afhankelijker worden en minder marktruimte zullen krijgen in de toekomst. In de shift van een eigenaarsmarkt naar een huurmarkt zal deze laatste beheerst worden door grotere spelers.”

Door de gewijzigde wetgeving is de politiek niet langer verantwoordelijk maar de stedenbouwkundig ambtenaar”

Juliaan De Bock

Naar een nieuw model voor de bouw

Jean-Marie: “In een puur kleinschalig model kan je niet meer voldoen aan eisen en normen. Dat is zeker zo in infrastructuurwerken maar ook daarbuiten. Twintig jaar geleden werd een claim opgevolgd door een projectleider, vandaag heb ik een juridische dienst van drie mensen, plus één persoon die enkel met schadebeheer bezig is.”

Niko: “In het Vlaams bouwjargon bestaat hiervoor een niet zo fraaie uitdrukking: ‘De administratieven nemen toe’ (lacht). In de bouw was traditioneel vooral de werf belangrijk. Dààr gebeurde alles. Het aantal mensen dat niet op de werf was, hield men beperkt; zij waren immers een ‘kost’. Nu stijgt het aantal medewerkers op het studiebureau, de juridische dienst en de dienst marketing. De ‘administratieven’ nemen dus toe’ en dat zorgt voor zenuwachtigheid.”

Jean-Marie: “Vroeger werd de oplossing ook altijd gevonden op de werf, tussen de toezichthouder en de werfleider. Dat kan vandaag niet meer.”

(lees verder onder de foto)

foto

Carine: “Er gaan nu vaak meerdere experten, architecten en studiebureaus over een dossier. Pas dan komen ze aankloppen bij een aannemer. Die moet het in veel gevallen maar zien op te lossen. In Nederland gaat men anders te werk: een opdrachtgever of ontwikkelaar haalt een project binnen en gaat dan meteen op zoek naar een bouwpartner. Het is vooral een kwestie van vertrouwen.”

Juliaan: “Ik zie ook architecten en studiebureaus met schoolverlaters  die volop beginnen rekenen en ontwerpen maar voeling missen met de praktijk van een werf.”

Niko: “De bouwaannemer is de integrator, de laatste in de ketting. Maar als de complexiteit toeneemt – en soms ook het amateurisme – krijg je aan het eind van de lijn iets onuitvoerbaar of onbetaalbaar, of beide. Daarom willen wij upstream alles beter plannen en met bouwteams en -partners van bij het begin betrokken worden om het later goed te kunnen uitvoeren. Dat leidt nu nog tot discussies met architecten die onterecht vrezen voor hun rol.”

Welke boodschap of aanbeveling hebben jullie voor de lezer van Ondernemers, hetzij de bouwheer-ondernemer, ontwikkelaar of beleidsverantwoordelijke ?

Carine: “Ik pleit voor meer vertrouwen in de kennis en knowhow in de bouw en voor meer samenwerking.”

Jean-Marie: “Vandaag zie je dat drie partijen – bouwheer, studiebureau en aannemer – conflicterend een resultaat proberen neer te zetten. Dat conflictmodel is een groot probleem. Het zit ingebakken in het verhaal, zowel in de publieke als in de private sector.” 

Niko: “Dat staat letterlijk in mijn tekst van het plan voor Embuild: ‘Hoe gaan wij van een conflictmodel naar een partnershipmodel?’ Als wij dat opgelost krijgen, gaan wij voor de komende tien jaar naar een nieuwe manier van werken.”

Jean-Marie: “Op het einde van de rit zal ook de maatschappij  er beter van worden. De kwaliteit zal immers toenemen.”

Carine: “Dat is trouwens een goede zaak om mensen aan te trekken – de jeugd heeft het wel gehad met dat conflictmodel. Omgekeerd geldt ook: ‘Als aannemer iets beloofd en niet waargemaakt?’ Dan maar slikken en op de blaren zitten! Zo creëer je vertrouwen.“

Niko: “Mijn uitsmijter is: ‘Blijf investeren’. Het is nodig om ons woningpark te vernieuwen, onze wegen te vernieuwen en alles klimaatneutraal te maken. De bouw gaat, samen met de overheid en de burgers, de maatschappij beter maken… als men de volgende tien jaar blijft investeren. En ja, het zijn moeilijke tijden en ja, het geld is duur maar elk land in Europa staat voor een investeringscyclus van vijftien à twintig jaar. Het komt erop aan ons niet te laten afremmen door de problemen van de dag.” 

Juliaan: “Vertrouwen is geen probleem. Toen ik alleen begon als aannemer, 37 jaar geleden geloofde niemand wat ik kon en nu denken ze dat ik alles kan (hilariteit).”

De voorzitter van het Oost-Vlaamse Embuild eindigt met een hoopgevende  boodschap

Karel: “Er is een heel nieuw contingent jonge aannemers dat met een samenwerkingsmodel in de markt wil staan. Ik nodig de bouwheren van morgen en de architecten uit om daar op in te spelen. Dat is de toekomst.”

Bouw- en vastgoed community 

Geen sector is zo versnipperd als de bouw- en vastgoedwereld. Heel wat (sector)organisaties verdedigen de belangen van een stuk van deze complexe keten. Ook netwerkevenementen zijn meestal gereserveerd voor een stukje van de markt, terwijl alle spelers elkaar nodig hebben. Vandaar dat Voka als sectoroverschrijdende organisatie alle bouw- en vastgoedbedrijven samen wil brengen in één community. Alle info en inschrijven via deze link

Artikel uit publicatie