Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Ondernemingen zijn de motor van de welvaartsstaat
Spaarvarken
  • 30/04/2019

Ondernemingen zijn de motor van de welvaartsstaat

Ondernemingen zijn de motor van onze welvaartsstaat. Zo creëren ze rechtstreeks meer dan 60 procent van de toegevoegde waarde in ons land. Die toegevoegde waarde levert vervolgens niet alleen inkomen op voor werknemers en financiers, maar – via belastingen en bijdragen – ook voor de overheid. Gemiddeld is ongeveer 42 procent van hun waardecreatie bestemd voor collectieve goederen en diensten. Dat is beduidend meer dan wat werknemers en financiers netto verdienen. 

 
  • Niet-financiële ondernemingen droegen in 2017 gemiddeld iets meer dan 42 procent van hun netto toegevoegde waarde af ter financiering van collectieve goederen en diensten.
  • Dat is meer dan naar de nettovergoedingen van werknemers (36,4 procent).
  • De financiers ontvingen gemiddeld ongeveer één vijfde van de waardecreatie.
     

Hoeveel dragen ondernemingen bij aan de financiering van collectieve goederen en diensten? Regelmatig wordt het beeld opgehangen dat die bijdrage eerder beperkt is. De focus ligt daarbij veelal op de vennootschapsbelasting van individuele groepsvennootschappen in een bepaald jaar. Ondernemingen dragen naast de vennootschapsbelasting echter ook werkgeversbijdragen en resultaatsonafhankelijke taksen – zoals de onroerende voorheffing – af. Een onderneming bestaat bovendien vaak uit verschillende vennootschappen, ieder met een of meerdere specifieke functies (operationeel, financiering, …). De globale bijdrage kan tot slot ook verschillen van jaar tot jaar, bijvoorbeeld in functie van het bedrijfsresultaat. 

Spaarvarken welvaart

De nieuwe Voka Paper ‘Ondernemingen stutten de welvaartsstaat’ (april 2019) brengt de globale bijdrage tot en met 2017 in kaart. We baseren ons daarbij in eerste instantie op de nationale rekeningen van de niet-financiële ondernemingen. Hieruit blijkt dat onze ondernemingen ongeveer 22 procent van hun netto toegevoegde waarde afdragen in de vorm van werkgeversbijdragen, vennootschapsbelasting en resultaatsonafhankelijke belastingen. Ontvangen subsidies zijn van dat bedrag in mindering gebracht. Die ondernemingsbijdrage ligt een pak hoger dan in zeven van negen vergelijkbare landen:  gemiddeld droegen onze ondernemingen in 2017 ongeveer 5 miljard meer af aan de overheid dan in die andere landen. De jongste jaren werden er gelukkig via de taxshift (verlaging werkgeversbijdragen) wel enkele noodzakelijke stappen gezet om de concurrentiekracht van de ondernemingen te versterken. 

De creatie van toegevoegde waarde binnen de onderneming genereert inkomen voor al wie bijdraagt aan de totstandkoming ervan. De medewerkers en de financiers (aandeelhouders, banken, …) voor hun rechtstreekse bijdrage. Maar ook de overheid – in de vorm van belastingen en bijdragen – om via overheidsdiensten (degelijk onderwijs, vlotte mobiliteit, snelle en onpartijdige rechtspleging, veiligheid, …) de omgevingsfactoren voor ondernemen en samenleven te financieren. Uit de Voka Paper ‘Evaluatie Vlaamse en federale regering’ (januari 2019) bleek al dat de overheid jammer genoeg geen performante diensten levert; ze levert te weinig waar voor het vele geld dat ze ontvangt. 

“Om de welvaartstaart te blijven bakken binnen de ondernemingen zijn drie ingrediënten essentieel: goede werknemers, solide financiering en een performante overheid.”

Karl Collaerts

De Paper focust verder op een zo volledig mogelijke afbakening van de bijdrages, inclusief dus de ingehouden bedrijfsvoorheffing en de werknemersbijdragen. Daartoe analyseerden we ongeveer 12.000 jaarrekeningen van vennootschappen die rapporteren volgens een volledig jaarrekeningenschema (Bel-First databank). Daaruit blijkt dat niet-financiële ondernemingen in 2017 gemiddeld iets meer dan 42 procent van hun netto toegevoegde waarde afdroegen ter financiering van collectieve goederen en diensten. Er ging met andere woorden meer naartoe dan naar de nettovergoedingen van werknemers (36,4 procent). De financiers ten slotte (eigen en vreemd vermogen) ontvingen gemiddeld ongeveer één vijfde van de waardecreatie. Die relatieve aandelen verschilden in 2017 niet substantieel van de situatie in 2010. De overheid krijgt dus het grootste deel van de toegevoegde waarde, werknemers blijven een even groot deel van de welvaartskoek ontvangen en de aandeelhouders en schuldenaars ontvangen het kleinste deel van de toegevoegde waarde. 

Om de welvaartstaart te blijven bakken binnen de ondernemingen zijn drie ingrediënten essentieel: goede werknemers, solide financiering en een performante overheid. Daarna pas kan de taart onderling verdeeld worden. Beleid dat ondernemingsgroei bevordert is niet alleen goed voor de werknemers en de financiers, maar ook voor de collectiviteit.

Lees hier de Voka Paper.

Contactpersoon

Karl Collaerts

Senior Adviseur Fiscaliteit & Begroting

VZW - vGD
ING
SD Worx