Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Noodzakelijke voorstellen om kapitaalstructuur ondernemingen te versterken
kapitaalreserve
  • 27/05/2020

Noodzakelijke voorstellen om kapitaalstructuur ondernemingen te versterken

De federale regering heeft in eerste lezing twee maatregelen goedgekeurd die ondernemingen fiscaal moeten ondersteunen om kapitaalreserves aan te leggen. Hiermee zet de federale regering een belangrijke relancestap. Het zijn immers broodnodige, generieke maatregelen die structureel gezonde ondernemingen een steuntje in de rug geven om hun eigen vermogen terug op het pre-corona peil te brengen. 

De voorbije twee maanden fungeerden banken en overheden als brandweerlui. Het doel bestond erin zoveel mogelijk ondernemingen kampend met fors omzetverlies uit de corona-brand te redden. Onvermijdelijk verhoogde deze noodzakelijke beleidsreactie echter de schuldgraad van heel wat ondernemingen. Andere noodzakelijke maatregelen zoals tijdelijk betalingsuitstel van btw en bedrijfsvoorheffing bieden eveneens tijdelijk financiële ademruimte. Dergelijke ‘tax holidays’ riskeren zonder voldoende lange betalingsspreiding de relance wel te bemoeilijken. 

Focus op versterking kapitaalstructuur

In vele landen bestaat de vrees dat ondernemingen zich mogelijks te diep in de schulden steken. Banken boekten in het eerste kwartaal alvast recordbedragen aan provisies voor twijfelachtige kredieten. Tegelijkertijd teren bedrijven noodgedwongen in op hun bestaande reserves. Deze combinatie leidt tot een verslechterende kapitaalstructuur. Het kan broodnodige investeringen, innovatie-inspanningen en herscholingsprogramma’s afremmen. En dus ook de noodzakelijke productiviteits- en welvaartsgroei van onze economie. 

Een verslechterde kapitaalstructuur kan broodnodige investeringen, innovatie-inspanningen en herscholingsprogramma’s afremmen.

Karl Collaerts

Redenen genoeg dus om beleidsmatig de focus te verleggen naar de versterking van de kapitaalstructuur van ondernemingen. Dat kan door meer te focussen op de financiering van de langetermijngroei, niet enkel op de financiering op korte termijn van het werkkapitaal. 

De overheid zal daartoe aangepaste financieringsinstrumenten moeten ontwikkelen die de link leggen tussen het (particuliere) spaargeld en de versterking van het eigen vermogen van ondernemingen. Maar ze kan ondernemingen ook fiscaal ondersteunen om de solvabiliteitsgraad via eigen ondernemerschap en zelfredzaamheid te verhogen.

De federale regering keurde daartoe vorige week in eerste lezing twee goede incentives in de vennootschapsbelasting goed. 

Voorstel 1: ‘carry-back regeling’

Het eerste voorstel geeft ondernemingen de mogelijkheid om via een vrijgestelde reserve eenmalig de verwachte verliezen van dit jaar te verrekenen met de winst van het vorige jaar. Deze vrijgestelde reserve zou het positieve resultaat van het vorige boekjaar niet mogen overschrijden en is begrensd op maximaal 20 miljoen euro. Deze maatregel laat ondernemingen dus eenmalig toe om hun verliezen te verrekenen met hun winsten uit het verleden in plaats van met hun toekomstige winsten. Dit kan ertoe leiden dat ze dit jaar minder vennootschapsbelasting betalen of dat ze een deel van de vorig jaar reeds betaalde voorafbetalingen teruggestort krijgen. Deze versnelde verliesverrekening versterkt dus zowel de liquiditeits- als de solvabiliteitspositie van de onderneming. 

In sommige landen zoals Nederland vormt dergelijke ‘carry-back regeling’ al lang een structureel onderdeel van de vennootschapsbelasting. Op dit ogenblik hebben ook de VS, Noorwegen, Polen en Tsjechië al de mogelijkheid verruimd om verliezen dit jaar te verrekenen met winsten uit het verleden. 

Voorstel 2: wederopbouwreserve

Een tweede fiscale incentive beoogt bij te dragen aan de (geleidelijke) wederopbouw van het eigen vermogen tijdens de volgende drie jaar. De regering keurde daartoe in eerste lezing de mogelijkheid goed om op het einde van 2021, 2022 en 2023 een fiscaal vrijgestelde wederopbouwreserve aan te leggen. Het maximumbedrag van de wederopbouwreserve zou beperkt blijven tot het bedrijfsverlies dit jaar, opnieuw met een maximale grens van 20 miljoen euro. Een onderneming zonder bedrijfsverlies in 2020 kan dus geen beroep doen op deze vrijgestelde reserve. Het is immers net de bedoeling om het eigen vermogen herop te bouwen.  

Om van deze fiscale vrijstelling te kunnen genieten moet de onderneming er zich toe engageren tussen het begin van de Covid-19 crisis en de dag van indiening van de belastingaangifte(s) voor deze jaren geen eigen aandelen in te kopen, geen kapitaalverminderingen door te voeren en geen dividenden uit te keren. Indien de vennootschap banden heeft met belastingparadijzen kan ze ook niet rekenen op deze vrijgestelde reserve. Tot slot moet - om volledig te kunnen genieten van de vrijstelling - ook de loonsom minstens 85 procent bedragen van het niveau in 2019. In de mate dat de onderneming de loonkost sterker vermindert zou een deel van de vrijgestelde reserve wel pro rata belast worden. Het fiscale voordeel zou dan dus minder groot zijn. 

Oproep aan parlement

Deze voorstellen zijn in eerste lezing goedgekeurd door de federale regering. Ze werden vorige week voor spoedadvies voorgelegd aan de Raad van State. Hierna volgt een tweede bespreking in de regering gevolgd door de parlementaire behandeling. Beide maatregelen zijn essentieel omdat ze structureel gezonde bedrijven die zwaar getroffen zijn door de coronacrisis ondersteunen om  op eigen kracht hun eigen vermogen terug op het pre-coronapeil te brengen. Net zoals de notionele interestaftrek een belangrijke factor was in de versterking van de solvabiliteitspositie in de jaren na de financiële crisis kan ook de wederopbouwreserve daaraan een belangrijke bijdrage leveren. We vragen dan ook dat het parlement deze goede maatregelen mee ondersteunt en niet verder afzwakt. 

 

We vragen dan ook dat het parlement deze goede maatregelen mee ondersteunt en niet verder afzwakt.

Karl Collaerts

Volgende fase

Daarnaast vragen we in een volgende relance-fase ook een gerichte fiscale ondersteuning om de fors ingekrompen bedrijfsinvesteringen te ondersteunen. Versnelde, willekeurige afschrijvingen zijn daartoe een beproefd en noodzakelijk instrument. Net zoals in de gezondheidszorg kan in het economisch beleid de focus zo hopelijk verschuiven van intensive care zorgverlening naar revalidatie en herstel. 

 

Contactpersoon

Karl Collaerts

Senior Adviseur Fiscaliteit & Begroting

ING
SD  Worx