Skip to main content
  • Nieuws
  • Nood aan meer ambitie en risico-appetijt

Nood aan meer ambitie en risico-appetijt

  • 02/12/2021

Scale-ups zijn belangrijk voor de economische dynamiek, innovatie en Twin Transition die moeten zorgen voor de digitalisering en verduurzaming van economie én maatschappij. Voka ging daarom op woensdag 24 november in gesprek met enkele jonge, ambitieuze scale-ups over de vele uitdagingen die zij tegenkomen. Waar dromen zij van en waar liggen zij van wakker? Wat zijn de grootste knelpunten om te groeien in Vlaanderen en daarbuiten? Wat kan het beleid hieraan doen? 

"Te veel politiek, te weinig ambitie" 

De avond verliep aan de hand van een viertal thema's die Voka op voorhand had ingeschat als de meest relevante: internationale markttoegang, talent, kapitaal en het Vlaamse ecosysteem. Niet toevallig ook de onderwerpen die uitgebreid aan bod komen in de recente Voka Paper 'Boost de scale-ups!'. Het daarin geschetste beeld werd door de aanwezigen grotendeels bevestigd, en verder uitgediept.
 
Zo vormt de regelgeving vaak een hindernis voor scale-ups om te kunnen meedingen naar overheidscontracten. Enerzijds hinkt de wetgeving vaak achterop  op technologische evoluties, en anderzijds houden de eisen te weinig rekening met de specifieke situatie en kenmerken van scale-ups. Zo is het vaak onmogelijk voor een jonge scale-up om aan de gevraagde omzet- en balansvereisten te voldoen of voldoende referentieklanten te kunnen voorleggen. Op die manier vallen zij al bij voorbaat uit de boot en dat is jammer, want overheden kunnen vaak een belangrijke referentieklant zijn die andere deuren opent, in binnen- en buitenland.  

Door de specifieke voorwaarden vallen scale-ups bij overheidsopdracht vaak al bij voorbaat uit de boot.

Ook de onzekerheid die de overheid creëert op vlak van fiscaliteit, auteursrecht, … blijkt een handicap. De noodzaak van het aan boord hebben van 'subsidiologen' om subsidies binnen te halen, werd eveneens op de korrel genomen. De uitspraak dat we in Vlaanderen 'te veel aan politiek doen en te weinig ambitie vertonen' viel dan ook meermaals. Daarmee werden vooral de grote versnippering en het gebrek aan duidelijk beleid op de korrel genomen.

"Traditie in het missen van grote afspraken"

Voor de meeste scale-ups die in software of specifieke niches actief zijn, is Vlaanderen te klein. Vroeg of laat moeten ze daarom naar het buitenland dat meer opportuniteiten biedt, maar ook door de harde concurrentie die Vlaanderen belaagt. Om die af te slaan, moet je zelf voldoende groeien en dus internationaal opschalen, zo niet word je overgenomen of weggeconcurreerd. 

Daarom is het cruciaal om in te zetten op Vlaanderen als sterk merk. Zo zou FIT meer kunnen wegen door zich te concentreren op een beperkt aantal thema's en regio's. Het zou bovendien meer een praktische ontzorger ('enabler') moeten zijn die voldoende voeling heeft met de onderliggende technologie en kennis van buitenlandse partijen. Gerichtere en thematischere handelsmissies kunnen daarbij helpen, meer dan louter theoretische marktstudies. De vrees is dat Vlaanderen hier de begeleidende instanties met de juiste technologische kennis en ervaring ontbeert, in tegenstelling tot het buitenland. 

Maar ook inbound is er nog werk aan de winkel. Vlaanderen moet zich meer vermarkten als hotspot voor een specifiek aantal thema's. Zo werd de Expo in Dubai aangehaald als voorbeeld van hoe het niet moet: we stellen er ons voor als land van bier en chocolade in plaats van als mekka van hoogstaande technologie. "We hebben een traditie in het missen van grote afspraken", zo vertolkte een deelnemer hiermee duidelijk het sentiment.

"De procedures om werknemers uit het buitenland aan te werven zijn te complex en duren te lang"

Sommige scale-ups gaven aan geen probleem te hebben met het vinden van het juiste talent, maar voor de meeste andere duurt de zoektocht vaak toch te lang. Kwaliteit is daarbij niet zozeer het probleem, wel het aantal beschikbare profielen. De war for talent slaat ook hier hard toe. Er is immers grote concurrentie met de corporates die vaak betere loonpakketten en meer stabiliteit kunnen bieden. Vooral het vinden van mensen met al wat ervaring op de teller, vormt een uitdaging. Bovendien maakt de overheid het niet gemakkelijk door de te lange en weinig transparante procedures om internationaal talent aan te werven. Sommige procedures worden zelfs kafkaiaans genoemd, bijvoorbeeld in het kader van de herhuisvestiging van buitenlandse werknemers van Vlaanderen naar Brussel. 

Een bijkomend probleem is dat veel ervaren medewerkers na zekere tijd als freelancer gaan werken. Dat is een internationale evolutie, maar zulke medewerkers kun je niet meenemen in een subsidietraject. Zij  tellen niet mee in de beoordeling van het valorisatiepotentieel, want die is naast de bijkomende investeringen enkel  op de tewerkstelling van vaste werknemers gericht. Dat wordt ronduit als een aberratie ervaren. 

"In Vlaanderen is er voldoende geld, maar het is duur, onwetend en risico-avers."

De gedachtewisseling over kapitaal was misschien wel de verrassendste. Zo vond de meerderheid dat er grosso modo voldoende kapitaal in Vlaanderen aanwezig is, maar dat er te veel controle in ruil wordt gevraagd. De aangeboden hefboom is bovendien vaak te klein omdat de kapitaalverschaffers te risicomijdend zijn, maar even goed de onderliggende technologie en het potentieel ervan, onvoldoende begrijpen. Dat in tegenstelling tot Zweden met internationale successen zoals Spotify, Klarna, Northvolt, … Dat alles drijft Vlaamse scale-ups naar het buitenland. Colibra is zo'n voorbeeld, waarvan de oprichter met zijn gezin naar New York trok. Vlaamse verankering gebeurt zo zeker niet, wat nochtans een beleidsdoelstelling is. 

Niet alleen de verankering van scale-ups kan beter, maar ook van de kennis en getalenteerde medewerkers zelf. Door te weinig differentiatie in verloning van getalenteerde onderzoekers wijken deze uit naar het buitenland. Zo werd het voorbeeld van doctorandi in A.I. aangehaald die liever naar Zwitserland trekken omdat de verloning daar een pak hoger ligt. Een mogelijke oplossing voor het aantrekken en de retentie van eigen talent is het verlonen via aandelen. 

"Minder versnippering, meer bundeling"

Ten slotte kwam ook het ecosysteem aan bod. De meeste stemmen waren het erover eens dat hier nog heel wat verbeteringen mogelijk zijn op het vlak van transparantie, financiering, clustering, internationaal netwerk, fiscaal klimaat, … Daarbij kwam ook het steeds weerkerende euvel van de onderzoeksfinanciering van kennisinstellingen – die eerder output- dan kwaliteitsgericht werkt – naar boven. Ook de scheefgetrokken verhoudingen op het vlak van intellectuele eigendomsrechten werden aan de kaak gesteld. Scale-ups voelen zich in onderhandelingen met de kennisinstellingen vaak met de rug tegen de muur gezet. Ook in onderzoek en ontwikkeling is er te veel versnippering. Dat zou meer gekanaliseerd moeten worden en zich beter richten op een beperkt aantal thema's. 

Wordt vervolgd

De boeiende gespreksavond werd afgerond met een oproep van Voka om concrete voorstellen te delen die snel gerealiseerd kunnen worden, en een vervolgmeeting werd alvast aangekondigd. Dat kon op een duidelijke goedkeuring van de aanwezige scale-ups rekenen. Het bewijst de noodzaak om op dit spoor door te gaan. Wordt dus zeker vervolgd.   


 

IMU - vzw Remant
IMU - vzw - Altez