Overslaan en naar de inhoud gaan
Map
  • Nieuws
  • Nieuwe economische vooruitzichten: wat te verwachten tot 2028?

Nieuwe economische vooruitzichten: wat te verwachten tot 2028?

  • 02/03/2023

De nieuwe vooruitzichten van het Planbureau tonen een meevallende economische situatie op korte termijn (alvast beter dan een paar maanden geleden gevreesd), maar belangrijke uitdagingen op iets langere termijn. 

Het Planbureau publiceerde vorige week haar nieuwe vooruitzichten voor de Belgische economie tot 2028. Met corona en Oekraïne hebben de voorbije jaren duidelijk geïllustreerd dat het altijd opletten is met voorspellingen, en zeker met een horizon van vijf jaar.

Toch zijn deze voorspellingen interessant als een soort basisscenario van hoe onze economie de komende jaren zal evolueren zonder nieuwe schokken of zonder grote koerswijzigingen van de volgende regering.

Hieronder de vijf belangrijkste voorspellingen van het Planbureau:

1. Geen recessie, maar magere groei

Net als de meeste andere organisaties gaat het Planbureau ervan uit dat de Belgische economie in deze inflatiecrisis een recessie zal kunnen vermijden. De economische groei zou voor heel 2023 op 1% uitkomen. Voor de periode 2023-2028 wordt een gemiddelde groei van 1,4% per jaar verwacht.

Dat is al bij al een vrij magere economische groei. In de vijf jaar voor corona haalden we nog een gemiddelde groei van 1,8% per jaar, wat trouwens ook het gemiddelde was voor de periode 2000-2019. En die 1,4% is dan nog gedeeltelijk opgedreven door een soort inhaalbeweging na de jongste crisisjaren.

Volgens het Planbureau zal het normale groeitempo van onze economie (de potentiële groei) tegen 2018 vertragen tot 1,1%.

2. Normaliserende inflatie

In het zog van dalende grondstoffen- en vooral energieprijzen koelde de inflatie de jongste maanden al fors af, van een piek van 12,3% in oktober tot 6,6% in februari. Maar die trend heeft nog verder te gaan. In het najaar zou de inflatie terug onder 2% duiken, om vervolgens toch weer wat toe te nemen.

In 2024 zou de inflatie rond 3% schommelen. Dat is natuurlijk van een andere grootteorde dan de recente inflatiepieken, maar blijft toch nog hoger dan normaal, en allicht ook hoger dan in de buurlanden.

Vanaf 2025 zou de inflatie terug normaliseren op een niveau net onder 2%. 

3. Stevige inkomensgroei

Het voorbije jaar was er een quasi-continue stroom van berichten over de oplopende facturen van de gezinnen. Deze crisis werd afgeschilderd als een dramatische koopkrachtcrisis. De cijfers van het Planbureau weerleggen dat beeld. Het reëel beschikbaar inkomen, de gemiddelde koopkracht dus, nam in 2022 wel af met 1,6%, de grootste daling in meer dan 25 jaar.

Maar dat koopkrachtverlies wordt in 2023 ruimschoots goedgemaakt door een koopkrachtstijging met 4,2%, meteen ook veruit de sterkste toename in meer dan 25 jaar. Over de periode 2021-2028 (dus inclusief de inflatiecrisis) zou de gemiddelde koopkracht van de gezinnen met 10% toenemen.

4. Aanhoudende jobcreatie

In het herstel uit de coronacrisis werden in 2021-2022 bijna 200.000 extra jobs gecreëerd. Dat groeitempo zou nu fors vertragen, maar er blijven extra jobs bijkomen. In 2023-2028 zouden er jaarlijks gemiddeld zo’n 40.000 extra jobs gecreëerd worden.

Dat is duidelijk minder dan in de vijf jaar voor corona (65.000 per jaar), maar moet ook gesitueerd worden tegen een al erg krappe arbeidsmarkt.

De werkloosheidsgraad zou terugzakken tot het laagste niveau sinds begin jaren 70. De krapte op de arbeidsmarkt zal tegen die achtergrond alleen nog maar toenemen.

5. Dubbel deficit 

De Belgische economie wordt de komende jaren geconfronteerd met een dubbel deficit. De lopende rekening van de betalingsbalans duikt zwaar in het rood, wat aangeeft dat deze inflatiecrisis veel meer een competitiviteitscrisis is dan een koopkrachtcrisis. Dat tekort is te wijten aan een combinatie van permanent duurdere energie, een aangetaste concurrentiepositie en een te soepel budgettair beleid.

Dat laatste wordt weerspiegeld in het begrotingstekort dat de komende jaren geleidelijk richting 6% van het bbp kruipt. Daardoor zou de overheidsschuld tegen 2028 naar 120% van het bbp klimmen. Dat is op langere termijn geen houdbare situatie en zal in de volgende legislatuur pijnlijke ingrepen vereisen van de nieuwe regering.

 

Contactpersoon

imu - vzw - obd3
imu - vzw - scholtz