Skip to main content
  • Nieuws
  • Mens en milieu staan een trapje hoger dan winst

Mens en milieu staan een trapje hoger dan winst

  • 30/03/2022

Duurzaamheid is een duur woord geworden. Alle bedrijven hebben er de mond van vol, en toch vullen ze de term allemaal anders in. Waar de ene ondernemer meer de nadruk legt op menswaardig zakendoen, zal de andere inzetten op groene energie en nog een andere op de circulariteit van goederen. In dit dossier stellen we graag twee toonbeelden van Limburgse ondernemingen voor die duurzaamheid bijzonder hoog in het vaandel dragen. Op hun manier.

Ann Claes
Ann Claes, mede-eigenaar van kledingketen JBC

 

“Het klopt dat er vandaag aan het begrip ‘duurzaamheid’ enorm veel facetten verbonden zijn”, zegt Ann Claes, mede-eigenaar van kledingketen JBC. “Ook in ons bedrijf trachten we zo breed mogelijk met de zorg voor mens en milieu bezig te zijn. In feite begint alles bij de normen en waarden die je bij de start van je bedrijf vastlegt en systematisch toepast. Dat je zorg moet dragen voor je medewerkers, je klanten en leveranciers, is de evidentie zelve. Daarnaast moet de bekommernis voor onze planeet een standaardgegeven zijn, van in de beginfase. Het moet een weloverwogen strategie zijn, die voor 200% wordt gedragen door de bedrijfsleiding en ook in alle andere geledingen van de organisatie op sympathie mag rekenen en vol overtuiging wordt toegepast.”

Fair Wear

JBC is al meer dan 20 jaar intensief, op een structurele manier, geëngageerd om duurzaam te ondernemen. “Het bewustzijn is gegroeid toen we met de productie zijn gestart in het Verre Oosten”, herinnert Ann zich. “Er was toen veel te doen rond kinderarbeid. We hebben dan direct beslist om een auditeur aan te stellen die ter plaatse alles ging controleren, en dat doen we nog steeds. De veiligheid van de werkplaatsen, de correcte uitbetaling van de lonen, het aantal gewerkte uren, voorzieningen voor mensen die ziek zijn… Daar kijken we zeer nauwgezet op toe. We hebben als eerste Belgische retailer het Bangladesh-akkoord getekend om de veiligheid van de fabrieksmedewerkers te garanderen (naar aanleiding van het gebouw dat in 2013 instortte en waarbij ruim 1.100 kledingarbeiders om het leven kwamen, red.). En we zijn lid van Fair Wear Foundation, dat dezelfde doelstellingen nastreeft. Ik vind dat niet meer dan normaal. Mijn principe is: als ik ’s morgens voor de spiegel sta, wil ik mezelf recht in de ogen kunnen kijken. Dat is ethisch handelen en impliceert respect en zorg voor mens en milieu, zowel hier als in het buitenland.” 

Wie heeft de reflex?

Waar voor JBC het begrip ‘duurzaamheid’ aanvankelijk beperkt bleef tot het welzijn van de arbeidskrachten, is dat intussen wel anders. “Het is spontaan gegroeid om ook te gaan inzetten op andere facetten”, vertelt Ann Claes. “Dat gaat heel ruim, van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen, over de beperking van plastic of de samenwerking met lokale ambachtelijke spelers, tot rationeel energieverbruik. We hebben dat gegroepeerd onder de noemer Corporate Social Responsability (CSR) en onze CSR Manager, die alles hieromtrent opvolgt en nieuwe dingen initieert, is hier fulltime mee bezig. Bijvoorbeeld acties rond het nieuwe ‘hot item’ in onze sector: het verwerken van oude kledij. We zijn er intensief mee bezig om kledingstukken opnieuw in te zamelen en om te zetten naar hergebruik. Zo wordt 92% van de kleren die we ophalen, gerecycleerd tot onder andere nieuw textiel voor bijvoorbeeld onze duurzame shopper. Maar we willen nog meer.” En zo komen er telkens topics bij. “Het is een reflex die je moet hebben om op het vlak van duurzaamheid telkens terreinwinst te willen boeken. Neem nu onze kleding voor thuisleveringen. Die verpakken we in een kartonnen doos in plaats van plastic zakken. Op die kartonnen doos hebben we een tekening geplaatst zodat de doos na ontvangst ook nog een nieuwe invulling kan krijgen. Dat is duurder voor ons, en dus commercieel niet zo interessant, maar we stellen de zorg voor het milieu boven de prijs. Het is belangrijker om dan gewoon consequent vast te houden aan de waarden die je ooit op papier hebt gezet. Uiteindelijk levert dat ook wel winst voor het bedrijf op, want klanten kiezen tegenwoordig hun leveranciers in functie van de mate waarin die met duurzaamheid bezig zijn. Zodra het milieuvriendelijke alternatief betaalbaar is, zal de consument daarvoor kiezen.”

“In feite begint alles bij de normen en waarden die je bij de start van je bedrijf vastlegt en systematisch toepast.”

Choose your battles

Uiteraard kan JBC niet in alle facetten van de duurzaamheid uitblinken. “Je moet soms keuzes maken, zeker als lokale speler in een klein landje, die moet opboksen tegen de grote internationale ketens. Voor hen is het makkelijk om overal een megabudget tegenaan te gooien. Wij kiezen onze battles, en proberen om dat heel goed te doen. Ik denk bijvoorbeeld aan onze inspanningen rond recycleerbare stoffen. Dan kan het nog zijn dat ons verhaal wordt opgepikt en onze initiatieven door de grote jongens mee uitgedragen worden. En dat is prima, want door de schaalvoordelen is de impact veel groter. Op die manier maken we mee het verschil, en als we daar dan later een schouderklopje voor krijgen, dan hebben we onze plicht gedaan.” En kan JBC naar het volgende project. “Klopt,” aldus nog Ann Claes, “want duurzaamheid staat nooit stil. We zullen nieuwe toepassingen blijven zoeken en vinden om het aangenamer te maken voor mens en milieu. Nee, van ons is de wereld nog niet af…” 

 



Duurzame technologie wordt uniek exportproduct

Een van de ‘verborgen parels’ in het Limburgse bedrijfsleven die qua duurzaamheid ongetwijfeld tot de wereldtop behoort, is Orbix uit Genk. De onderneming van Serge Celis timmert al sinds 1996 halsstarrig aan de weg van een unieke, gepatenteerde zero waste-oplossing. Vandaag is Orbix helemaal klaar met een technologie om van afval uit de ovens van inoxfabrikant Aperam de meest milieuvriendelijke gevelstenen en betonblokken ter wereld te maken. 

Serge Celis
Serge Celis van Orbix

 

Orbix is een van de 13 Limburgse bedrijven die, na een begeleidingstraject bij Voka – KvK Limburg, als allereerste het Unitar SDG Pioneer Certificaat wist te behalen. Dat is een unieke onderscheiding die de Verenigde Naties toekent aan ondernemingen die systematisch acties opzetten om de 17 Sustainable Development Goals (SDG’s) te behalen. Een erkenning die er niet zomaar komt. 

“We zijn al in 1996 gestart met de zoektocht naar een oplossing voor het afvalprobleem bij Aperam”, vertelt Serge Celis. “Als residu van het productieproces voor inox blijven er metaalslakken over. In eerste instantie zijn we jaren bezig geweest om de restjes metaal eruit te halen en die voor hergebruik opnieuw aan Aperam te verkopen. De restfractie hebben we kunnen valoriseren voor gebruik in de beton- en asfaltindustrie.”

Superproduct

Maar daar was Celis nog niet tevreden mee. “We zijn blijven zoeken naar mogelijkheden om de restfracties verder te verfijnen en ook daarmee iets nuttigs te gaan doen”, vertelt hij. “Zo zijn we uitgekomen bij Carbinox, een zeer fijn gemalen stof die de eigenschap heeft dat ze door verrijking met CO2 een chemische reactie veroorzaakt en zo hard wordt als een steen. Dat heeft ons aan het denken gezet. We zijn honderden proeven gaan doen en zijn zo uitgekomen bij gloednieuwe bouwstenen die uitblinken in alle mogelijke superlatieven qua duurzaamheid. De gevelstenen die Vandersanden ermee kan maken (in Lanklaar), of de betonblokken die Gubbels (Maasmechelen) eruit kan halen, voldoen aan alle normen van de bouwindustrie. Ze zijn qua vorm en gewicht identiek aan de ‘normale’ stenen. Ze nemen bovendien CO2 op en geven er geen af, dus zijn ze CO2-negatief en dus bijzonder milieuvriendelijk. Om je een idee te geven: een ton van de klassieke betonblokken staat voor 90 kg CO2 in de plus, terwijl die van ons een negatief saldo van 100 kg heeft. Dat is ongezien. De stenen kunnen bovendien voor 100% gerecycleerd worden tot nieuwe grondstoffen. Al zeggen we het zelf: een superproduct, dat toepassingen op wereldschaal kan opleveren.” 

Cocreatie

Intussen staat het licht op groen voor de industriële productie van de Orbix-stenen. Zowel voor de betonblokken als de gevelstenen zijn er partners gevonden die erg veel willen investeren om een productiefaciliteit op te zetten. “Na zovele jaren van gepassioneerd zoeken naar de juiste formule zijn we nu helemaal klaar om in cocreatie van start te gaan en de wereld te veroveren”, weet Serge Celis. “De interesse uit alle hoeken van de wereld is enorm. Onze wilskracht en ons doorzettingsvermogen hebben dan toch iets opgeleverd.”

“Na zovele jaren van gepassioneerd zoeken naar de juiste formule zijn we nu helemaal klaar om in cocreatie van start te gaan.”

Tot slot nog dit: “We zijn en blijven natuurlijk afhankelijk van de staalproductie, waar de slakken uitgehaald worden, en dat kan ons limiteren. Maar in het Remo-stort zit nog zo’n 3 miljoen ton metaalslakken in de bodem. Als we die allemaal kunnen opgraven, verwerken en de 300.000 ton metaal eruit halen, hebben we meteen grondstof genoeg om nog lang verder te kunnen. En zodra onze Limburgse duurzaamheidscluster op volle toeren draait, zal de internationale markt zich snel aandienen. Zeker weten, onze unieke milieuvriendelijke technologie wordt een alomgewaardeerd exportproduct waar nog veel over gesproken zal worden. Wacht maar!” 

Contactpersoon

Laura Michielsen

Coördinator marketing & communicatie

Artikel uit publicatie