Meertaligheid op de werkvloer: een meerwaarde?

28/09/2017 , Tom Demeyer - Woordvoerder Voka - tom.demeyer@voka.be

Heeft meertaligheid op het werk een begrenzend effect? Of is het eerder een verrijking voor de werkvloer? Hans Maertens, gedelegeerd bestuurder van Voka, stelt vast dat meertaligheid een absolute meerwaarde is voor de toekomst van onze bedrijven. “De talenkennis in onze bedrijven, van waar dat die ook komt, is cruciaal voor onze toekomst.”

Hans Maertens deed die uitspraak tijdens het jaarlijkse Talendebat van de Taalunie op 26 september. Dit jaar koos de Taalunie voor het thema ‘Meertaligheid op het werk’. Er werden twee stellingen naar voren gebracht; de meerwaarde van meertaligheid voor het eigen werk en de meerwaarde van meertaligheid voor de internationale markt. Naast Hans Maertens, zetelden ook Cindy Hermans (VDAB) en Stefaan Peirsman (ACV) als panelleden. Zij keken elk vanuit hun eigen perspectief naar het thema.

In het debat kwam sterk naar voren dat er vaak voor snelle oplossingen gekozen wordt wanneer werknemers die elkaars taal niet spreken moeten samenwerken. “Bijvoorbeeld door een Turkse en een Belgische ploeg te creëren. Dat werkt een tijdje. Maar die Turkse en die Nederlandstalige ploeg moeten ook overdracht van werk doen. En dan treedt er een probleem op, want ze begrijpen elkaar niet”, zo stelt Stefaan Peirsman. Hans Maertens wijt die ad-hocoplossingen aan de situatie op de arbeidsmarkt. “We zitten met een krapte op de arbeidsmarkt. Dat heeft als gevolg dat bedrijven veel meer anderstaligen gaan aanwerven. Zo werken vandaag heel wat bedrijven met dertig à veertig nationaliteiten.”

Die snelle tewerkstelling van anderstaligen is onder meer te danken aan de gecombineerde trajecten die VDAB tegenwoordig aanbied. “Wij hebben heel lang lineaire taalprojecten gehanteerd, wat neerkomt op eerst Nederlands leren en dan pas naar de arbeidsmarkt. Maar nog niet zo lang geleden zijn we overgestapt naar gecombineerde trajecten, wat staat voor het leren van zowel de taal als de technische vaardigheden op het werk”, reageert Cindy Hermans.

Hierdoor groeit meertaligheid op het werk steeds meer. Een positief gegeven voor de toekomst volgens Hans TalendebatMaertens: “Cijfers zijn cijfers, 84% van alles wat wij in Vlaanderen produceren gaat naar het buitenland. Mijn boodschap is dan ook dat talenkennis in onze bedrijven, van waar die ook komt, cruciaal is voor onze toekomst.” Toch stelt hij ook een probleem vast, namelijk de dalende talenkennis bij jongeren. “De interesse van jongeren voor talen daalt zienderogen. We hebben nu terecht veel aandacht voor STEM-opleidingen. Maar ik denk dat er in de toekomst meer aandacht moet gaan naar talen, willen we onze welvaart behouden.”

Maar hoe zit het met het leren van Nederlands op de werkvloer? Staan bedrijven hier wel voldoende voor open? “Bedrijven leveren al heel wat inspanningen op dat vlak en moeten daar zeker in blijven investeren. Als wij vanuit Voka daaraan kunnen helpen door taallessen op de werkvloer te promoten, gaan we dat zeker doen”, bevestigt Hans Maertens. Maar hij wijst hier ook op de gedeelde verantwoordelijkheid bij het leren van een taal. “Ook de werknemer zelf moet bereid zijn om voldoende tijd in het leren van de taal te steken, ook na de werkuren.”

Toch blijft het Nederlands geen gemakkelijke taal om te leren. Zo legt Maertens heel hard de nadruk op de verschillende Nederlandse dialecten waar anderstaligen mee te maken krijgen tijdens hun carrière. “Veel anderstaligen leren Nederlands aan. Maar wanneer ze uiteindelijk op de werkvloer komen, worden ze geconfronteerd met een dialect. Onderschat dat probleem niet. Ik denk dat we ook daar moeten zoeken naar oplossingen.”