Meer flexibiliteit gevraagd

25/10/2017 , Sonja Teughels - arbeidsmarkt

Er gaat geen dag voorbij of de media waarschuwen ons voor het disruptieve karakter van technologie. Het gaat daarbij al lang niet meer om de vraag of er morgen nog werk zal zijn, wel over de vraag hoe dat er zal uitzien. Wat betekent het te werken op de arbeidsmarkt van morgen waarbij plaats en tijd irrelevant worden en vraag naar meer autonomie de boventoon voert?

  • De geringe flexibiliteit heeft een duidelijke keerzijde: België kampt met te veel inactieven in diverse stelsels van RVA, leefloon, RIZIV of geen van dit alles.
  • Een arbeidsmarkt en een sociale zekerheid die wel flexibiliteit met minimale zekerheid organiseren, kunnen net een opstap zijn voor velen die vandaag geen kans krijgen.
  • Een grote meerderheid van de bevraagde ondernemingen wil een grondige reflectie over en een herijking van het statuut.

Op de Belgische arbeidsmarkt blijft het klassieke werknemersmodel tot op vandaag vrij dominant, al wordt het meer en meer vergezeld van andere modus operandi. Denk aan de toename van zelfstandigen (in bijberoep), het hybride karakter van arbeidsrelaties, de opkomst van de deeleconomie en gig-economie, het fenomeen van freelance, de trend richting oproepeconomie, … De omvang ervan is een kwestie van inschatten want er zijn geen objectieve gegevens voorhanden. Zo schat de SERV het aantal freelancers in Vlaanderen op 120.000, vooral in management, IT en creatieve sectoren. Een recente studie van het Vlaams Interuniversitair Onderzoeksnetwerk Arbeidsmarktrapportering (VIONA) maakte onlangs dan weer duidelijk dat de afgelopen 12 maanden een op tien Vlamingen hetzij gebruiker, hetzij leverancier is in de deeleconomie. Het blijft wellicht niet bij die aantallen als we de trends zien in de ons omringende landen.

Het sleutelwoord in al deze types van werken is flexibiliteit: naar jobinhoud, naar plaats, naar tijd, naar wijze van uitvoering, naar snelheid, … Net daar laat de Belgische arbeidsmarkt een bijzonder diffuus beeld zien. Flexibiliteit organiseren is mogelijk, maar bijzonder complex, omslachtig, procedureel tijdrovend of gewoonweg te duur. Dat zeggen onze ondernemingen op basis van een door Voka uitgevoerde enquête. Driekwart van de ondernemers vindt de flexibiliteit op de arbeidsmarkt ondermaats en minstens de helft van de ondernemers ondervindt impact op de eigen werking die zich hoofdzakelijk vertaalt in minder werkgelegenheid. De ontwikkeling van freelance vindt ondertussen duidelijk zijn weg naar de ondernemingen: de helft maakt er gebruik van en nog eens een kwart overweegt het.

“We moeten durven erkennen dat er tussen zelfstandigen en werknemers in vast dienstverband een te groot vacuüm heerst waar tewerkstellings- en economische kansen gemist worden.”

De complexiteit in flexibiliteit spruit voort uit de vele pragmatische oplossingen die in het verleden zijn uitgedacht om telkenmale in te Flexibiliteit op de arbeidsmarktspelen op concrete noden en behoeftes. Denken we aan een apart statuut voor onthaalouders, kunstenaars, horeca- en flexi-jobs, en nieuwe banen die straks zullen ontstaan zoals semi-agoraal werk. Op zich spelen zij terecht in op de vraag naar minimale zekerheid of versoepeling in arbeidsrecht, maar het geheel mist structuur en transparantie. Flexibiliteit organiseren wordt daardoor onnodig duur of lastig proces. Het sociaal overleg is hierin bovendien eerder belemmerend dan faciliterend. We verwijzen naar de nachtarbeid voor e-commerce die een ware processie van Echternach bleek, of naar het verzet van vakbonden om na te denken over bijvoorbeeld uitzendcontracten van onbepaalde duur.

Die geringe flexibiliteit heeft een duidelijke keerzijde. België kampt met te veel inactieven in diverse stelsels van RVA, leefloon, RIZIV of geen van dit alles. Dit wordt duidelijk als we de werkzaamheidsgraden van de buurlanden naast de onze leggen. Landen als Duitsland, Nederland, VK, … slagen er wel in om in de kering met veel meer mensen aan de slag te zijn en hanteren hiervoor een uitgesproken visie op flexibiliteit. Denken we bijvoorbeeld aan mini-jobs, zerohours-contracten en oproepcontracten. Dat dit mensen als ‘working poor’ vastzet in de loopbaan is een vals argument gezien het alternatief van lage, weinig activerende uitkeringen evenmin een rooskleurige toekomst schetst.

In plaats van in het debat de ene malaise voor de andere in te ruilen, zou het beter zijn na te denken hoe de arbeidsmarkt flexibeler en moderner kan, met een blik op de toekomst. Werknemers in vast dienstverband zullen nog steeds blijven bestaan, net als echte zelfstandigen. Tegelijk moeten we ook durven erkennen dat er tussen de beide uitersten een te groot vacuüm heerst waar tewerkstellings- en economische kansen gemist worden. Dat vertaalt zich nu in bijvoorbeeld schijnzelfstandigheid, maar vooral in te grote inactiviteit en werkloosheid. Een arbeidsmarkt en een sociale zekerheid die wel flexibiliteit met minimale zekerheid organiseren, kunnen net een opstap zijn voor velen die vandaag geen kans krijgen. Ze kunnen ertoe bijdragen dat Vlaanderen en België niet langer genoegen moeten nemen met een werkzaamheidsgraad van om en bij de 70%, maar ook kunnen dromen van volledige tewerkstelling. Dat dit geen fictie is, bewijzen landen als het VK en Duitsland waar een tussenweg bestaat. Meer zelfs, na een evaluatie met het oog op ‘good and decent work’, hebben de beleidsmakers in het VK uitdrukkelijk herbevestigd dat ‘worker’ (tussen werknemer en zelfstandige, nog best te vertalen als light-werknemer) bestaansrecht heeft en nodig is in een 24-uureneconomie. Ook de grote meerderheid van de bevraagde ondernemingen wil een grondige reflectie over en een herijking van het statuut. Niet met het oog op sociale afbraak, wel met het oog op meer ruimte voor ondernemerschap, werkgelegenheid en economische groei.

Lees hier de Voka Paper 'Flexibiliteit op de arbeidsmarkt'

Sonja Teughels - Senior Adviseur arbeidsmarkt - sonja.teughels@voka.be - 0472 34 26 60