Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Luidt de vlakke rentecurve een recessie in?
recessie
  • 01/12/2017

Luidt de vlakke rentecurve een recessie in?

De markten zijn de laatste weken in de ban van de Amerikaanse rentecurve. Die wordt de laatste maanden steeds vlakker. In het verleden was dat altijd de voorbode van een recessie. Is het deze keer anders? Zo vraagt Stijn Decock, hoofdeconoom van Voka, zich af.

De rentecurve is het verschil tussen de rente op overheidspapier op 10 jaar en die op 2 jaar. De rente op 10 jaar wordt op de obligatiemarkt gevormd en weerspiegelt de marktverwachting over groei en inflatie op langere termijn. De rente op 2 jaar daarentegen toont de verwachting die de markt heeft over de beleidsrente van de Federal Reserve. Een vlakke rentecurve ontstaat als de rente op 2 jaar en op 10 jaar naar elkaar toevloeien. Dat komt typisch voor op het einde van een periode van hoogconjunctuur. In tijden van hoogconjunctuur zet de centrale bank de beleidsrente zo hoog mogelijk, om inflatie te vermijden (die typisch gepaard gaat met een economie die op volle toeren draait). Tegelijkertijd beginnen marktpartijen hun vertrouwen in risicohoudend papier (zoals aandelen) te verliezen omdat ze die te duur vinden (bijvoorbeeld omdat ze denken dat de bedrijfswinsten gaan dalen) en zoeken ze hun toevlucht tot minder risicodragend papier zoals staatsobligaties op 10 jaar. Hierdoor zakt de obligatierente op 10 jaar.

“In principe zijn we nog minstens twee tot drie jaar verwijderd van een nieuwe recessie.”

De laatste 40 jaar werd iedere periode waarbij de rentecurve vlak was, gevolgd door een recessie in de VS. En iedere recessie in de VS werd quasi altijd gevolgd door een recessie in Europa. Wie nog meer alarmerende signalen uit het verleden wil extrapoleren: de opwaartse cyclus in de VS duurt nu al meer dan 8 jaar, wat veel meer is dan de gemiddelde periode van opwaartse conjunctuur in het verleden (gemiddelde opwaartse periode duurt 58 maanden).

Toch zijn er belangrijke argumenten om te geloven dat het deze keer anders is. Het grote verschil met vorige conjunctuurcycli is het beleid van de centrale banken. Voor 2008 was er nooit sprake van kwantitatieve versoepeling (QE). Centrale banken beperkten zich tot het verlagen van de beleidsrente om de economie te stimuleren. De lagere beleidsrente zorgde ervoor dat lenen goedkoper werd, waardoor bedrijven en gezinnen opnieuw konden investeren. Meestal volstond dit om de economie erbovenop te helpen.

Massale geldinjectie

Alleen was de recessie van 2008 heel anders van aard dan zowat alle andere naoorlogse Recessierecessies. Het ganse financiële systeem dreigde door de val van de zakenbank Lehman Brothers en het uiteenspatten van de huizen- en schuldenmarkt te imploderen. Die implosie zou catastrofale gevolgen hebben en een herhaling van de Grote Depressie uit de jaren 30 ingezet hebben. Een lagere rente volstond absoluut niet om dit te blussen. De centrale banken moesten gedeeltelijk het financieel systeem overnemen en creëerden miljarden dollars. Zowat alle grote centrale banken in de wereld moesten het voorbeeld van de VS volgen. In Japan en Europa zijn de centrale banken zelfs nog volop geld aan het injecteren in het systeem. Veel van dat nieuw gecreëerd geld belandt op de markt van overheidsobligaties, waardoor de rente op Westerse staatsobligaties al jaren extreem laag blijft.

De VS is het verst gevorderd in de afbouw van het soepel monetair beleid. De kwantitatieve versoepeling werd gestopt en de balans van de centrale bank krimpt opnieuw. De rente werd sinds december 2015 al vier keer verhoogd tot 1%. De afbouw van de balans (het spiegeldbeeld van het geld dat ze in de economie injecteert) gaat daarentegen zeer geleidelijk. De balans van de Federal Reserve bedroeg vlak voor het uitbreken van de crisis 900 miljard dollar. In januari 2015 werd door de QE het record bereikt van 4.510 miljard dollar. De balans werd voorlopig tot 4.450 miljard dollar ingekrimpt, een daling van slechts 60 miljard dollar. Dat betekent dat er nog zeer veel nieuw gecreëerd geld in het financieel systeem circuleert.

Dus hierdoor heb je een dubbel effect. De centrale bank verhoogt de kortetermijnrente omdat de Amerikaanse economie sterk presteert en de werkloosheid op een dieptepunt zit. Tegelijkertijd circuleert er nog zeer veel geld in het systeem dat nog steeds en masse de weg naar de Amerikaanse obligatiemarkten vindt. Hierdoor neemt het verschil tussen de korte en langetermijnrente af. Wat dus tot een technische vervlakking van de rentecurve leidt.

Het ziet er naar uit dat het deze keer daadwerkelijk anders is. De vervlakking van de rentecurve is te wijten aan technische factoren veeleer dan de verwachting dat de VS snel in recessie zal gaan. De economische indicatoren zoals het ondernemers- en consumentenvertrouwen wijzen evenmin op een nakende recessie. Een echte grote (schulden)zeepbel valt in Amerika evenmin te bespeuren. Als er toch snel een recessie zou komen, dan zal dat waarschijnlijk van een onvoorspelbare gebeurtenis, genre een oorlog met Noord-Korea of een grote Chinese schuldencrisis, moeten komen. Anderzijds is het wel zo dat we verwachten dat het herstel van de VS aan vaart gaat verliezen. Tenzij Trump met een belastinghervorming komt die aanzet tot meer investeringen en uitgaven,  wordt het moeilijk om nog een groeimotor te vinden die het herstel bijkomende kracht kan geven. Een wetmatigheid uit het verleden die wel stand lijkt te houden, is dat de Europese economische cyclus twee jaar achter loopt op de Amerikaanse. Wat betekent dat we in principe minstens nog twee tot drie jaar verwijderd zijn van een nieuwe recessie.

Stijn Decock - Hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be - 0497 59 37 72

Contactpersoon

IMU_Altez_1/04
VZW_IMU_Orange
VZW - IMU - Multiburo
ING
SD  Worx