Skip to main content
  • Nieuws
  • Getuigenis van Lambers-Seghers over het reduceren van de stikstofuitstoot door slim te innoveren in de landbouw

Getuigenis van Lambers-Seghers over het reduceren van de stikstofuitstoot door slim te innoveren in de landbouw

  • 19/08/2022

Diervoederfabrikant Lambers-Seghers produceert al sinds begin twintigste eeuw veevoeder voor rundvee en varkens. Door het controversiële stikstofakkoord davert de landbouwsector en de ganse keten daarrond op zijn vesten. Een rechtdoorzee gesprek met Katrijn Van Mullem en Jill Jacobs, de jongste generatie bij de mengvoederproducent uit Baasrode. 

 
foto
Katrijn Van Mullem en Jill Jacobs, de jongste generatie bij Lambers-Seghers, de mengvoederproducent uit Baasrode.
 
Tekst: Sam De kegel – foto Wim Kempenaers

Je hebt ze misschien al opgemerkt in het straatbeeld: de opleggers van Lambers-Seghers, in felgeel met het sobere opschrift Kwaliteit door maatwerk. Ze vertrekken vanuit Baasrode aan de Schelde – de soja wordt via de waterweg geleverd – waar de hoofdlocatie van de mengvoerderproducent huist. Aan de muren in de keuken hangen portretten van de eerste generaties zaakvoerders bij Lambers-Seghers, ondertussen is de jongste aan zet: Katrijn Van Mullem (tien jaar in het bedrijf met focus op HR, preventie en kwaliteit) en Jill Jacobs (vijftien jaar in het bedrijf met focus op productontwikkeling, productie en verkoop), dochter en zoon van respectievelijk Danny Van Mullem en Bruno Jacobs, die ook nog allebei in het bedrijf actief zijn. 

Mengvoeders met 1.000 formules

Lambers-Seghers produceert afgewerkte mengvoeders voor varkens- en melkveehouders, allebei goed voor 50% van de omzet. De productie van pluimveevoeders werd vijf jaar geleden on hold gezet omwille van productietechnische redenen. Jill: “We werken heel klantspecifiek. We luisteren wat de veehouder wil, welke genetica er op het bedrijf aanwezig is en welke gezondheidsstatus de dieren hebben. Daar passen we onze mengformules op aan. We produceren 150.000 ton mengvoeder per jaar en tellen ruim 1.000 formules. Dat maatwerk is sinds twintig jaar onze sterkte. We hebben ons productieproces daarop aangepast zonder veel rendement te verliezen.” 

Als toeleverancier voor de landbouwsector volgt dit bedrijf het recente stikstofakkoord op de voet, dat eigenlijk al in 2014 startte met de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). In 2015 kregen bedrijven een kleurencode (groen, oranje en rood) naargelang hun stikstofuitstoot, maar tot op vandaag is er bijzonder veel onzekerheid. “Er staat heel veel op het spel in onze sector”, zet Jill meteen de toon voor dit interview. “Die onzekerheid vreet het meeste energie bij onze klanten, en zeker bij de jonge landbouwbedrijven die willen investeren en innoveren, of dat net gedaan hebben en nu een ‘rode kaart’ krijgen. Ze willen continuïteit en rechtszekerheid. De investeringskosten die ze nu al leveren zijn immers enorm.” 

Er staat heel veel op het spel in onze sector”

30% minder varkens: impact op ganse keten

Stikstof is als chemisch element (N) op zich onschadelijk, maar het wordt schadelijk als het zich verbindt met andere elementen, namelijk zuurstof  (stikstofoxiden, NOx) of met waterstof (ammoniak, NH3). En die ammoniak is vooral afkomstig uit de landbouw. Ze ontsnapt uit de stallen van kippen, varkens en runderen en komt vrij uit de opslag van mest en bij het bemesten van velden en akkers. Daarnaast stoten melkkoeien ook veel methaan en stikstof uit, terwijl ze eten, herkauwen (fermentatie of vertering in de pens) en ontlasten.

Algemeen is er consensus dat een teveel aan stikstof de biodiversiteit vermindert en de bodem verzuurt. In 80% van de Vlaamse natuurgebieden slaat er te veel stikstof neer, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Per hectare valt er jaarlijks 25 kilogram zuivere stikstof neer, terwijl dat gemiddeld maar 16 kg mag zijn. 

Zowat de helft van de schadelijke stikstof ontstaat in Vlaanderen, en zo’n 60 procent daarvan is afkomstig uit landbouw, het verkeer is goed voor 10 procent, en de rest komt van huishoudens en de industrie. In de landbouw is het evenwel veel moeilijker om de stikstofuitstoot aan te pakken dan in de industrie omdat de vervuilingspunten veel diffuser zijn en er niet één centrale schoorsteen is. En door de versnippering van vele kleine natuurgebieden schurken de meeste landbouwbedrijven tegen natuurgebieden aan.  

Het Vlaamse stikstofakkoord wil onder andere een vermindering van de varkensstapel met 30% tegen 2030. In de pluimvee- en varkenshouderij worden stikstofreducties van 60 procent opgelegd op stalniveau bij bedrijven zonder emissiearme stallen, in de rundveesector liggen percentages die een stuk lager.

“De varkenshouderij is de belangrijkste afzetmarkt voor de Belgische veevoederproducenten”, zegt Jill. In België werd er in 2021 7,1 miljoen ton veevoeder geproduceerd, waarvan zo’n 3 miljoen ton varkensvoeder. Als de varkensstapel met 30% moet verminderen, dan betekent dat ook 30% minder varkensvoeder, zo’n 1 miljoen ton. Naar schatting twintig gemiddelde  mengvoederbedrijven kunnen door de vooropgestelde afbouw verdwijnen of consolideren. De impact van dit Vlaamse stikstofakkoord raakt niet enkel de varkenshouderij maar ook de pluimvee- en rundveehouderij, en de ganse keten errond: vleesverwerking, vleesversnijding, transport, melkerijen, stallenbouw etc.  

(lees verder onder de foto)

foto
Katrijn Van Mullem werkt tien jaar in het bedrijf met focus op HR, preventie en kwaliteit

 

En de landbouwer, hij ploegde niet voort 

Volgens Jill en Katrijn wordt de landbouw momenteel heel sterk geviseerd ten opzichte van andere sectoren. “De economische impact is enorm, de hele keten van de agrobusiness telt al gauw 150.000 m/v. Boerenbond heeft berekend dat met het huidige stikstofakkoord 15.000 tot 20.000 arbeidsplaatsen kunnen verloren gaan. De nieuwe maatregelen die nu voorliggen, zijn wel heel drastisch en gericht op de korte termijn (over de lijst van 41 rode bedrijven die vandaag moeten sluiten, bestaat vandaag de grootste onduidelijkheid, red.) Laat ons aub niet vergeten dat lokaal verankerde voedselvoorziening en -veiligheid cruciaal zijn, de oorlog in Oekraïne maakt ons daar heel bewust van. We verliezen te vaak uit het oog dat zeker in België, Nederland en Duitsland voedselveiligheid aan de absolute wereldtop staat. Ook aan dierenwelzijn wordt hier veel aandacht besteed, laat ons dan ook diezelfde waarden en normen hanteren voor de import van voedsel.”

Jill stipt aan dat er sowieso een natuurlijke krimp op til is in de landbouw, ook bij de bedrijven die vandaag wel mogen blijven boeren. “De gemiddelde leeftijd van de varkenshouder is 56 jaar (net als die van de gemiddelde Vlaamse landbouwer, sdk), 19 jaar geleden was dat gemiddeld 48 jaar. Slechts 10 tot 12 procent van de 55-plussers heeft een opvolger. Er komt sowieso de komende tien jaar een enorme natuurlijke sanering op ons af. We moeten dus heel hard oppassen dat we de voedselvoorziening en -veiligheid niet op wankele pootjes zetten.” 

50% van de grondstoffen voor onze mengvoeders zijn reststromen, dat telt toch qua duurzaamheid”

Minder emissies door slimme rantsoenen

Zowel in de varkenshouderijen als melkveebedrijven wordt er al sterk geïnvesteerd in duurzame maatregelen, beklemtonen Jill en Katrijn in koor. “In varkensbedrijven worden er al enkele jaren verplicht chemische en biologische luchtwassers geplaatst. Op een bestaand bedrijf is het echter heel moeilijk om nieuwe technieken toe te passen, want dan moet je het ganse ventilatiesysteem ombouwen en dus heel grote investeringen leveren. De kleinere familiale bedrijven willen wel een luchtwasser zetten, maar ze moeten dan in bedrijfsgrootte kunnen groeien om die kost te kunnen dragen, en dat wordt hun vandaag onmogelijk gemaakt.” 

In de melkveebedrijven wordt er nu onderzoek verricht om de methaanuitstoot van koeien te reduceren. Dat kan o.a. door de voeding te optimaliseren. Jill: “De voerefficiëntie is cruciaal: hoe efficiënt gaat een dier om met zijn voeder? Want stikstof komt grotendeels uit eiwitten die dieren onvoldoende verteren. Tien jaar geleden zaten we met gemiddelde voederconversies bij vleesvarkens (= de kilo’s voer die nodig zijn om 1 kg varkensvlees te produceren, red.) van boven de 3, nu zitten we aan voederconversies van 2,5. In de toekomst zullen we die nog verder reduceren. Daarnaast moeten we nog meer kijken naar de behoefte van elk dier op elk traject in zijn levensloop. Samen met BFA (Belgian Feed Association, de federatie van veevoederproducenten) en ILVO onderzoeken we nu wat de impact is op zowel de technische performantie als stikstofuitstoot indien we 1% minder eiwit in de verschillende levensfases gaan geven. Door het ruw eiwitgehalte in het rantsoen te verminderen met 1 procent, kan mogelijks een ammoniakreductie van 10 procent gerealiseerd worden. Al die procentjes worden nu niet meegerekend in het ganse stikstofreductieverhaal.” 

(lees verder onder de foto)

foto

 

Media: ook boter op het hoofd

“Vanuit de media komen er nauwelijks nog positieve verhalen uit de veehouderij en dat stimuleert ook niet de positieve perceptie van de consument, die vaak nauwelijks op de hoogte is van wat er reilt en zeilt in onze sector”, legt Katrijn de vinger op de wonde. “Landbouw wordt snel weggezet als dé vervuilende sector die niet bezig is met duurzaamheid en het klimaat. Wij herwerken in onze voeders echter heel veel grondstoffen die anders gewoon afval zijn, de zogenoemde reststromen. Zo nemen wij van brouwerijen moutkiemen af en van bloemmolens kortmeel. Zo komen die bijproducten opnieuw in de voedselketen. 50% van onze grondstoffen zijn reststromen, dat telt toch qua duurzaamheid. De granen (o.a. tarwe, gerst, maïs) die wij gebruiken zijn trouwens niet geschikt voor humane consumptie. Wij zijn er als sector echt van overtuigd dat we moeten meegaan in het duurzaamheidsverhaal, net zoals de landbouwers. In die optiek is ook het hele mestdecreet enorm aangescherpt. Terecht, want cowboys moeten er uit, daar is iedereen het over eens. Natuurlijk wordt er mest geproduceerd, maar België staat ver in de verwerking ervan. Het moet emissiearm en zo snel mogelijk onder de grond ingewerkt of geïnjecteerd worden, zodat er minder ammoniak vervliegt.” 

Jill stipt ook aan dat het absurd is dat mest op dit moment niet getransporteerd kan worden van Vlaanderen naar Wallonië: “Daar is er een groot tekort aan organische mest en wordt er meer kunstmest gebruikt, terwijl we hier met een overschot zitten. En nog een laatste vaststelling: de landbouwer stoot stikstof en methaan uit door dieren te kweken, maar in tegenstelling tot de industrie en het verkeer, verwerken de landbouwers opnieuw een heel stuk van de ammoniak en stikstof die op de gronden terechtkomen, want op die akkers groeien maïs en gras voor hun dieren. Hun gewassen zetten ook stikstof en CO2 om. Wist je dat één hectare suikerbieten zowat 30 ton CO2 omzet in 13 miljoen liter zuurstof, vier keer meer dan een bos?” 

Vanuit de media komen er nauwelijks nog positieve verhalen uit de landbouw; dat stimuleert ook niet de positieve perceptie van de consument”

Vlees van eigen bodem of niet?

Beide gesprekspartners vinden dat er overal dezelfde normen en waarden moeten gehanteerd woorden, binnen de landgrenzen maar ook daarbuiten. “Gaan we in de toekomst veel meer vlees importeren naar landen waar het dierenwelzijn en de milieu-impact veel slechter is? Dan raken we als planeet ook niet veel verder. Maar 100 procent zelfvoorzienend zijn – dus evenveel vlees produceren als er hier geconsumeerd wordt – kan ook niet. Een varken brengt zo’n 90 kg vlees op, maar dat vindt sowieso niet allemaal zijn weg op de Belgische markt, sommige stukken zoals buikspek, staarten en oren zijn hier niet gegeerd, maar in het buitenland wel. En er is nu eenmaal ook een grote schaalvergroting gebeurd in de landbouw om economische redenen, maar dat kan je de landbouwer moeilijk kwalijk nemen. De duurzaamheidskosten die vandaag moeten gemaakt worden door een varkenshouder, zijn niet min. Een nieuwe luchtwasser is geen kleine kost en op het einde van de rit moet je rendabel zijn. Dan word je automatisch richting schaalvergroting geduwd.” 

(lees verder onder de foto)

foto
Jill Jacobs werkt vijftien jaar in het bedrijf met focus op productontwikkeling, productie en verkoop

 

Zelf is Lambers-Seghers ervan overtuigd dat onze landbouw en de ganse keten daarrond nog een toekomst heeft. “Lokaal verankerde landbouw zal altijd nodig blijven voor onze voedselveiligheid én -zekerheid. Je ziet nu al winkelrekken zonder zonnebloemolie. Waarom? Omdat we daarvoor totaal afhankelijk zijn van andere landen, we moeten opletten dat we voor de primaire voedingswaren ook niet in die situatie belanden. Wie wist voor de uitbraak van het conflict in Oekraïne dat dit land de tarweschuur van Europa én de wereld is?” 

Katrijn vindt dat de sector zichzelf ook meer positief in de kijker mag en moet zetten. “En als individueel bedrijf zullen we ons nog meer moeten onderscheiden in de markt door doorgedreven maatwerk. Dat betekent meedenken met de ‘vrije landbouwer’ (dus niet in de vorm van integratie, red.) in technisch management, milieumaatregelen en het advies van de juiste voeders op het juiste moment.”

Jill en Katrijn willen nog één ding kwijt. “Je kan landbouwers niet zomaar overtuigen om er verplicht of vrijwillig mee op te houden en hen daarvoor te vergoeden. Landbouwer is geen beroep, maar een passie. Ze werken zeven op zeven en kennen geen weekends. We zien dat velen willen blijven vechten. Als je ze ‘uitkoopt’, neem je die passie weg. En als ze geen nieuwe vergunning kunnen aanvragen, stopt het verhaal.” 

Dit verhaal wordt ongetwijfeld vervolgd… 

Bronnen: vilt.be, vrt.be, BFA
 

Lambers-Seghers, mengvoederproducent sinds 1910  

  • Ontstond vanuit Voeders Lambers en Kwaliteit Seghers na een management buy-out. Werd gedurende 85 jaar gerund door de familie. 
     
  • Telt nu 4 vestigingen en 55 medewerkers.
     
  • Hoofdzetel in Baasrode, daarnaast ook locaties in Sint-Gillis-Waas (opslag en overslag van granen), Linter en Hooglede (LSAqua: visvoeders en supplementen).
Advertentie Festival van Vlaanderen

Artikel uit publicatie