Klimaatopwarming: steek Vlaamse bedrijven niet in verdomhoekje

15/11/2017 , Niko Demeester - secretaris generaal

De klimaatproblematiek beheerst regelmatig de media. Dat is terecht: de strijd tegen de opwarming van de aarde belangt ons allen aan. Binnenkort worden de doelstellingen voor het Vlaams klimaatbeleid voor de lange termijn en het komende decennium vastgelegd, in het kader van de Vlaamse Klimaatvisie 2050 en het Nationaal Klimaat- en Energieplan 2030. Daarom zetten we nog eens de puntjes op de i wat hierbij op het spel staat voor de Vlaamse economie, welvaart en duurzaamheid.

  • Ondernemingen dragen actief bij aan strijd tegen klimaatopwarming.
  • Er moet rekening gehouden worden met de reeds geleverde inspanningen.
  • Bedrijven moeten zelf voortouw nemen om klimaatvorderingen te ontwikkelen op economisch gezonde basis.

De ondernemingen dragen actief bij aan de strijd tegeKlimaatopwarming bedrijvenn klimaatopwarming: zowel door onze eigen emissies te reduceren, als door hiervoor producten en diensten aan te leveren aan andere verbruikers in de maatschappij. De Vlaamse industrie behoort tot de wereldtop qua energie-efficiëntie en uitstoot van broeikasgassen. We onderstrepen dat we op dit elan verder willen gaan en ons in de langetermijndoelstellingen van CO2-reductie tegen 2050 op Europees niveau kunnen inschrijven, weliswaar op voorwaarde dat hiervoor de nodige technologie beschikbaar wordt en het competitief kader gevrijwaard wordt. De internationale akkoorden moeten uitgevoerd worden, maar we kunnen deze Europese doelstellingen echter ook niet zomaar lineair doortrekken op Vlaams niveau. Dan gaan we immers voorbij aan de specifieke Vlaamse situatie (open en exportgerichte economie, hoge densiteit, EU-transitfunctie en een specifiek energie-intensief industrieel profiel) en aan de grotere inspanningen die de Vlaamse ondernemingen al geleverd hebben ten opzicht van hun evenknieën in andere landen van de EU.

“We moeten eerst de nodige voorwaarden voor innovaties en investeringen tot stand brengen, opdat bedrijven een sprong voorwaarts voor het klimaat kunnen maken.”

Om de klimaatengagementen te kunnen combineren met een gezonde ontwikkeling van de economie en de welvaart, moeten de Vlaamse en federale doelstellingen inzake klimaatbeleid vertrekken van de volgende uitgangspunten:

* Bewaak het onderscheid tussen bedrijven die actief zijn volgens de ETS-regels (Emission Trading Scheme) versus de non-ETS-regels. Het klimaatbeleid voor de ETS-sectoren moet steeds in lijn liggen met de ETS-regelgeving, om via een Europees geharmoniseerde aanpak tot goede resultaten te kunnen komen. Zo niet riskeren we onze uitstoot van broeikasgassen gewoon te verplaatsen naar andere landen en dat kan niet de bedoeling zijn.

* Bepaal het potentieel voor verdere vooruitgang qua energie-efficiëntie en qua reductie van de uitstoot van broeikasgassen bottom-up en niet top-down. Er moet rekening gehouden wordt met de reeds geleverde inspanningen door Vlaamse ondernemingen en de hoge performantieniveaus die we reeds behalen, alsook de specifieke samenstelling van ons industrieel weefsel. Bijgevolg moeten de inspanningen sterker gefocust worden op gebouwen en transport, aangezien het technisch potentieel qua efficiëntie en reductie daar momenteel veel groter is.

* Werk niet via een sectorale aanpak. Sectorale doelstellingen zijn niet wenselijk omdat ze onvoldoende rekening houden met het groeipotentieel en de bijdrage van de bedrijven aan zowel klimaat als economie. Ook houden ze geen rekening met innovaties en verbanden en initiatieven tussen sectoren. Het is dan ook essentieel dat de aanpak via Vlaamse sectorale bandbreedtes voor 2050 verlaten wordt.

De bedrijven zitten momenteel in veel gevallen aan de grens van wat technologisch en economisch haalbaar is qua energie-efficiëntie en qua reductie van de uitstoot van broeikasgassen. We moeten dus nu eerst de nodige voorwaarden voor innovaties en investeringen tot stand brengen, opdat bedrijven een volgende sprong voorwaarts voor het klimaat kunnen maken. Hiervoor is een industrieel en competitief kader nodig dat innovaties mogelijk maakt, zodat onze ondernemingen een leidende rol kunnen blijven spelen op vlak van klimaatvriendelijke producten en technologieën. Het klimaatbeleid kan niet slagen als men ondernemingen in het verdomhoekje steekt en hen dan enkel strenger wil normeren en/of financieel bestraffen. De beleidsmakers moeten de bedrijven het voortouw laten nemen om zelf hun klimaatvorderingen te ontwikkelen op een economische gezonde basis. Klimaatbeleid moet dus steeds gepaard gaan met een ambitieus economisch en industrieel beleid: enkel op die manier kunnen we welvaart en duurzaamheid met elkaar verzoenen.

Niko Demeester - secretaris generaal - niko.demeester@voka.be - 0472 20 06 00