Kan Frankrijk zijn grandeur terugvinden?

21/04/2017 , Stijn Decock - hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be

De belangrijkste verkiezing in 2017 is die in Frankrijk. De Franse kiezer staat voor de keuze tussen kandidaten die voor een open economie pleiten (Macron, Fillon) of voor kandidaten die voor een gesloten, niet-liberaal model kiezen (Mélenchon, Le Pen). Die keuze zal verstrekkende gevolgen hebben voor ons land. Wie het wordt, is op dit moment nog altijd onduidelijk.

Het zag er lang naar uit dat de Franse verkiezingen beter te voorspellen waren dan de Amerikaanse of Britse. De consensus was dat na de eerste ronde Le Pen en een centrumkandidaat (Macron of Fillon) zouden overblijven. Waarna alle niet FN-stemmers in de tweede ronde voor de centrumkandidaat zouden stemmen, waardoor die ruimschoots zou winnen. Dit scenario is de laatste weken minder zeker geworden omdat er nu vier kandidaten in de opiniepeilingen tussen de 18 en 23% halen, waarvan twee extreme kandidaten. Dus het is hoogst onduidelijk welke twee het gaan halen in de eerste ronde. Het is best mogelijk dat we in de tweede ronde een strijd krijgen tussen de twee anti-Europese protectionistische kandidaten Mélenchon en Le Pen, waar dus zeker een van deze twee populisten de nieuwe president van Frankrijk wordt.

Een in zichzelf gekeerd Frankrijk zou voor België bijzonder nadelig zijn aangezien dit onze tweede exportpartner is en we met dit land het meeste grenskilometers delen. Frankrijk vormt met Duitsland ook de as onder het Europees integratietraject. Als Frankrijk zijn geloof in de EU opgeeft, zou dit een gigantische verzwakking van de EU zijn. Een EU zonder de Fransen betekent zo goed als het einde van de Unie.

Een belangrijke reden waarom Frankrijk mogelijks naar een verkrampte oplossing grijpt, is de economische neergang in heel wat regio’s. Dat is merkwaardig, aangezien tot niet zolang geleden Frankrijk het op economisch vlak niet zoveel slechter deed dan grote broer Duitsland. Eind jaren 90, begin jaren 2000 golden heel wat Franse bedrijven nog als toonaangevend binnen hun sector. Franse autoproducenten liepen qua vormgeving en vernieuwingsdrang bijna voor op de Duitse, denk bijvoorbeeld maar aan de Renault Espace die zowat de eerste monovolumewagen was. Bedrijven zoals Areva (kerncentrales), Alcatel (telecom), Air Liquide, Vivendi Universal (media), STMicroelectronics, Vallourec (staal), Schlumberger (oliediensten), Sanofi, … konden zonder blikken of blozen de internationale concurrentie aan.

 Anno 2017 heeft het Frans bedrijfsleven veel van zijn glans verloren en moeten ze in zowat alle sectoren de Duitsers of Amerikanen laten voorgaan. De Franse autobouwers hebben de slag om de betere middenklassewagen gemist ten voordele van BMW, Daimler, Audi en Volvo. Kerncentrales, de specialiteit van Frankrijk, worden nauwelijks nog gebouwd en Frankrijk kent ook geen bedrijven die in hernieuwbare energie een belangrijke rol spelen. Alcatel is gefusioneerd met het Amerikaanse Lucent en heeft in die sector het nakijken tegenover bedrijven zoals Apple, Samsung of Huawei. Ook in de staalsector zijn de belangrijkste bedrijven opgegaan in internationale groepen, en gelden de Franse filialen niet bepaald als de beste binnen die groepen. Dus Frankrijk kent geen bedrijven van het niveau van een Siemens, Thyssenkrupp, BASF, …

In 2000 had Frankrijk nog 4,6% van de wereldexportmarkt. In 2015 is dat aandeel gekrompen tot 3,2%. In Duitsland daarentegen is het aandeel stabiel gebleven op 8,1%, meer dan het dubbele dan dat van Frankrijk. Het is moeilijk exact te bepalen wat er is mis gelopen met Frankrijk. Het mist alvast de hervormingsdrang die Duitsland in tijden van moeilijkheden wel kent. Toen Duitsland in 2005 de zieke man van Europa was, werd met goedkeuring van vakbonden en socialisten een belangrijk hervormingsplan uitgetekend dat de Duitse industrie robuust maakte in tijden van grote concurrentie uit nieuwe markten (de Hartz-hervormingen).

De Duitse Hartz-hervormingen verklaren zeker niet alles. De Fransen en in het bijzonder Franse bedrijven hebben een aantal evoluties gemist. Het is moeilijk te bepalen of dat ligt aan de soms te zelfgenoegzame Franse cultuur, en/of eerder aan een conservatieve mentaliteit die zowel bij bedrijfsleiders als vakbonden heerst. Ook de overheid en het ambtenarenapparaat is log en groot. Frankrijk telt verhoudingsgewijs nog meer ambtenaren dan België en overtreft met een overheidsbeslag van 57,5% zelfs de 54% van België. Wat kan tellen.

Een tweede reden waarom Frankrijk bedrijfsmatig achterop hinkt is het ontbreken van een ambitieus KMO-landschap en sterke clusters. Wie al eens in Frankrijk reist kan niet naast het verval van kleine dorpjes en provinciesteden kijken. De schaalvergroting in de landbouw zorgt dat er steeds minder arbeidskrachten nodig zijn op het (afgelegen) platteland, waardoor dorpen en stadjes ontvolken en de middenstand ineen zakt. Ook voor kleine bedrijven is er in die afgelegen dorpen en stadjes weinig toekomst, laat staan voor grote bedrijven. Men zit te ver van klanten en leveranciers.

In dichtbevolktere regio’s met veel kmo’s en clusterbedrijven, zoals in Vlaanderen of Zuid-Duitsland, kent men dat probleem veel minder. Als een bedrijf in een Vlaams dorp sluit, is er wel altijd een expanderend bedrijf enkele dorpen verder die arbeidskrachten zoekt. Waardoor een bedrijfssluiting geen ganse regio de dieperik induwt. Ook voor bedrijven is een regio als Vlaanderen of Zuid-Duitsland meestal interessanter omdat men dichter bij leveranciers, transportmodi en klanten zit, waardoor schaaleffecten gaan spelen.

Die neerwaartse spiraal is in veel (eerder decentrale) Franse regio’s moeilijk te keren. Toch heeft een Frankrijk dat wel inzet op openheid en vernieuwing, meer dan een kans op slagen. Frankrijk blijft belangrijke troeven hebben. Het heeft ondanks het verval van de laatste jaren een traditie van technologische vernieuwing. Van de cinema (gebroeders Lumière) over de hogesnelheidstrein tot het supersonisch vliegtuig Concorde, het zijn allemaal Franse uitvindingen. Frankrijk telt ook nog altijd heel wat niet-industriële grootheden in bijvoorbeeld voeding en luxeproducten (Danone, LVMH, Pernod Ricard, …) en staat geboekstaafd als een van de mooiste landen voor toeristen. Ook qua infrastructuur doet Frankrijk het niet slecht met een uitgebreid netwerk aan autostrades, hogesnelheidslijnen, kanalen, havens, goede ICT-infrastructuur, enkele gerenommeerde universiteiten, …

We hopen dus dat Frankrijk een positieve keuze maakt en zich via hervormingen een weg naar een hoogtechnologische toekomst baant. Een keuze om op zichzelf terug te plooien en zich gedeeltelijk af te sluiten, gaat weinig soelaas brengen. Als binnen twee weken blijkt dat Frankrijk wel een positieve keuze maakt, zetten ze het komend decennium daarentegen met een ruime voorsprong in tegenover de Britten en Amerikanen, die de negatieve keuze hebben gemaakt en daar ooit een (zware) prijs voor zullen betalen.