Kaaimantaks: wat is een goede belasting?

25/04/2018 , Stijn Decock - hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be

De discussie over de lage opbrengst van de Kaaimantaks legt een belangrijke paradox over belastingen bloot. Dient een belasting enkel om de werking van de overheid en de sociale zekerheid te financieren? Of dient een belasting ook om schadelijk gedrag aan te pakken?

In het laatste geval kan een belasting die minder dan verwacht opbrengt net een teken zijn van een goed beleid, omdat we en masse het negatieve gedrag stopzetten. Als we morgen de accijnzen op sigaretten bijvoorbeeld fors optrekken, waardoor de meeste rokers de sigaret vaarwel zeggen, is dat negatief voor de staatskas, die minder accijnzen ontvangt. Daarentegen zorgt de forse accijnsverhoging voor een heel positief effect op de volksgezondheid, omdat er veel minder rokers zijn en dus minder kankerdoden vallen.

Stijgende lijn

De Kaaimantaks lijkt ook op een taks die vooral Kaaimantaksontradend moet werken. Met die taks (die vooral een aangifteverplichting is) willen we vermijden dat privépersonen of bedrijven hun vermogens parkeren in weinig transparante belastingparadijzen. Die taks past in een bredere internationale beweging om belastingparadijzen en/ of landen die het bankgeheim te strikt interpreteren harder aan te pakken, omdat reguliere landen te veel belastingen mislopen aan die paradijzen. Of erger nog, omdat die paradijzen het makkelijk maken om misdaad- of terreurgeld te verstoppen.

Het is niet helemaal duidelijk of de lage opbrengst van de Belgische Kaaimantaks in 2017 nu al volledig te wijten is aan het ontradende effect van die taks, waardoor steeds minder Belgen nog constructies in die landen aanhouden. Of dat de lage opbrengst meer met administratieve inningsproblemen te maken heeft. Wellicht is het een combinatie van beide. Feit is wel dat de belasting in de toekomst steeds minder gaat opbrengen, omdat een fiscale constructie via dergelijke eilanden net door de Kaaimantaks minder aantrekkelijk wordt.

"Feit is dat de Kaaimantaks in de toekomst steeds minder gaat opbrengen, omdat een fiscale constructie via zulke eilanden net door de belasting minder aantrekkelijk wordt."

Het succes van de Kaaimantaks zullen we op termijn dus niet afmeten aan de hand van hoeveel die opbrengt. Wel aan de hand van hoe weinig geld Belgen nog op die eilanden aanhouden. En dan ook waar ze dat geld naar verplaatst hebben en welke belastingen Belgen erop betalen. 

De opbrengsten van de roerende voorheffing, de belangrijkste belasting die in België op kapitaalinkomsten geïnd wordt, zit de voorbije jaren alvast in stijgende lijn, wat er onder meer op kan duiden dat meer kapitaal naar België gerepatrieerd wordt. Dus zou het kunnen dat de finale opbrengst van die taks toch nog hoger ligt dan gedacht, maar dat we de opbrengst in andere belastingpotten zien opduiken.

Lessen

Dit soort discussies zullen we in de toekomst nog meer zien opduiken. De suikertaks is een gelijksoortig voorbeeld. Met die taks willen we mensen aanraden minder suiker te eten. Maar als mensen effectief gezonder gaan eten, brengt die taks minder op en is het geen vaste inkomensbron voor de overheid. 

Maar indirect is het misschien net wel weer positief voor de schatkist, aangezien we dankzij een betere gezondheid productiever worden en minder ziektekosten zullen hebben. 

Hetzelfde met accijnzen op brandstoffen. Als we massaal overschakelen naar elektrische wagens, is dat wellicht goed voor de luchtkwaliteit maar slecht voor de staatskas, aangezien we heel wat accijnzen op motorbrandstoffen mis gaan lopen. 

De oplossing op de lange termijn zit hier in het rekeningrijden, wat een belasting is op het gebruik van verkeersinfrastructuur in de spits.

De les die we uit de discussie over de Kaaimantaks kunnen halen is tweeledig. Enerzijds is het vanuit een regering gevaarlijk om de opbrengst van belastingen die negatief gedrag moeten bestraffen, hoog in te schatten (kans dat het gedrag effectief wordt aangepast is reëel). Anderzijds is het ook kortzichtig het succes van een ontradende belasting af te meten aan de hand van enkel de opbrengst.

Bron: DeMorgen.be

Stijn Decock - Hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be - 0497 59 37 72