Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Juiste hefbomen voor re-integratie na langdurige ziekte
Pieter Van Herck
  • 13/03/2017

Juiste hefbomen voor re-integratie na langdurige ziekte

Om de 10 jaar verdubbelt de arbeidsongeschiktheid. De uitgaven aan uitkeringen voor langdurige ziekte overtreffen nu zelfs die voor werkloosheid. Dit is onhoudbaar. Ook ondernemingen worstelen steeds meer met de gezondheidsproblemen van medewerkers, onder meer als gevolg van de vergrijzing. Om de re-integratie van langdurig zieken te bevorderen zijn er al verschillende pistes uitgewerkt. Voka vraagt een evenwichtige en coherente aanpak van arbeidsongeschiktheid, waarbij iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt.

  • Medewerkers die niet meewerken aan re-integratie na ziekte, zullen worden gesanctioneerd.
  • Ook ondernemingen worden straks gedwongen hun verantwoordelijkheid te nemen, op straf van sancties.
  • De nieuwe voorstellen moeten ingebed worden in een haalbaar en proportioneel kader.
  • Voka vraagt dat dan ook werknemers en artsen voldoende geresponsabiliseerd worden.

 

Ziekte kost een onderneming jaarlijks gemiddeld een miljoen euro.

We evolueren in de richting van 7,8 miljard euro aan uitkeringen uit de sociale zekerheid in 2019. Ziekte kost een onderneming jaarlijks gemiddeld een miljoen euro. Dat dit onhoudbaar is, staat buiten kijf. Om de tanker van ongeschiktheid te kunnen keren, is een financiële wortel en/of stok voor alle betrokkenen nodig. Maar hier moet dringend klaarheid in komen.

Medewerkers die weigeren om mee te werken aan re-integratie, ondanks bestaande mogelijkheden, worden in het meest recente voorstel gesanctioneerd. De hoogte van de sanctie, 5 tot 25% van hun uitkering, neemt toe doorheen de tijd en naarmate de onwil om mee te werken aan re-integratie al dan niet aanhoudt. Artsen, preventiediensten en ziekenfondsen worden eveneens geresponsabiliseerd voor hun attestering van arbeidsongeschiktheid en voor hun ondersteuning bij re-integratie.

Een eerste voorstel van hefboom viseerde werkgevers: de ganse rekening werd naar hen doorgeschoven via een verdubbeling van het gewaarborgd loon en een eengemaakt statuut (totale kost 800 miljoen euro; gemiddeld 3.414 euro per langdurig zieke medewerker als extra loonkost). Deze piste werd gelukkig spoedig opgeborgen.

Daarna volgde een voorstel met een extra bijdrage van werkgevers (20% van zes maanden uitkering; gemiddeld 1.200 euro per langdurig zieke medewerker). Nog steeds een kostenverhogend idee en bestraffend voor alle ondernemingen, ook voor wie als werkgever reeds al het mogelijke doet.

Toen kwam een sanctie bij onvoldoende medewerking op tafel. Dat voorstel richt zich op de probleemgevallen, met een administratieve boete van 200 tot 2.000 euro of een strafrechtelijke boete van 400 tot 4.000 euro. De werkgever dient in dat plan contact te houden met medewerkers tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid (eventueel via een preventiedienst) en mee te werken aan het re-integratietraject. Dat laatste impliceert een tijdig aanbod van al dan niet aangepaste werkmogelijkheden, voor zover deze haalbaar zijn binnen de onderneming.

En nu, in een volgende piste, willen sommige partijen het eerdere voorstel van bijdrage (20% van 6 maanden) opnieuw inschuiven in het finale sanctievoorstel (i.p.v. een vast bedrag). Andere partijen willen dit net niet.

Dit is geen goede piste als we kijken naar de volgende doelstellingen:

  1. Re-integratie op het werk na langdurige ziekte moedigen we effectief aan. Dit meten we vlot en precies via de geleverde inspanningen van medewerker, werkgever, e.a.
  2. De financiële consequenties zijn evenwichtig verdeeld over alle betrokkenen, in lijn met de gedeelde verantwoordelijkheid.
  3. De maatregel is efficiënt, zonder verhogend effect op de loonkost. Zo niet dient dit te worden gecompenseerd.
  4. We gaan heel gericht te werk, met een precieze afbakening van wat we wel en niet van een werkgever kunnen verwachten, op maat van een specifieke bedrijfscontext.
  5. We vertrekken vanuit een partnerschap tussen alle betrokkenen. Ook de overheid kent hierbij een ondersteunende rol. De dagelijkse goede werking van ondernemingen wordt niet overmatig verstoord.


Een procentuele bijdrage als sanctie biedt niet veel meer dan een vast bedrag (punt 1). De rekening ligt in dit geval meer dan nodig bij de werkgever (punt 2 en 3). Maar bovenal is het partnerschap en het vertrouwen (punt 5)  ver te zoeken, wanneer een werkgever met een onvoorspelbare frequentie per medewerker telkens sancties moet incasseren zonder onderlinge bemiddeling en zonder rekening te houden met het beleid van de onderneming als geheel. Voka vraagt om terug te keren naar het meer eenduidige voorstel van sancties, ingebed in een haalbaar en proportioneel kader. Daarbij moeten ook de werknemers en de artsen voldoende geresponsabiliseerd worden. Dit vereist uitdieping om tot een evenwichtige, coherente aanpak van arbeidsongeschiktheid te komen in plaats van het lanceren van telkens nieuwe pistes.
 

Pieter Van Herck - Welzijns- en gezondheidsbeleid - pieter.vanherck@voka.be

 

 

ING
SD Worx