Skip to main content
  • Nieuws
  • Invoering van een uitgavennorm noodzakelijk

Invoering van een uitgavennorm noodzakelijk

  • 28/02/2018

De voorbije 10 jaar groeiden onze primaire overheidsuitgaven met gemiddeld 2,1% per jaar sterker dan in andere landen. Dat blijkt uit een studie van Voka. De Nationale Bank van België bevestigt dat in haar jongste jaarverslag. Hoewel er sinds het begin van deze legislatuur een duidelijke trendbreuk merkbaar is, blijft de reële uitgavengroei nog licht stijgend: in 2017 opnieuw sterker dan in de drie jaren daarvoor. Voka roept op om werk te maken van een uitgavennorm, conform het Europees begrotingskader.

  • Een netto-uitgavennorm is beste indicator om overheidsfinanciën gezond te maken.
  • De Europese Commissie bevestigt dat.
  • Ook de begrotingscoördinatie tussen de verschillende regeringen moet beter afgestemd worden.

Als we echt duurzaam willen saneren, moeten we niet in eerste instantie kijken naar het begrotingssaldo maar naar de uitgaven. Een uitgavennorm zou alvast een betere indicator zijn om de gezondheid van onze overheidsfinanciën te meten.

Slechts vijf EU-lidstaten kenden in de afgelopen tien jaar een sterkere gemiddelde groei van de overheidsuitgaven dan België. België scoort beduidend boven het Europese gemiddelde. Ook de Nationale Bank maakte er in haar jongste verslag melding van: “Sinds 2000 zijn de uitgaven in België met 7,3 procentpunt bbp gestegen; dat is tweemaal zo sterk als in het eurogebied, terwijl het aanvangsniveau vrijwel gelijk was.”

Grafiek uitgavennorm

Deze vaststelling brengt volgens Voka een belangrijke contradictie aan het licht: de indruk wordt gewekt dat we wel al 20 jaar serieus op overheidsuitgaven hebben bespaard, terwijl het tegendeel waar is. De structurele vooruitgang van onze begrotingssituatie sinds 2011 is ook in belangrijke mate op conto van de dalende rentelasten te schrijven. Sinds het begin van deze legislatuur zien we wel een trendbreuk. De groei van de overheidsuitgaven werd de jongste jaren duidelijk afgeremd. In 2017 bedroeg de reële groei van de (voor conjunctuur en eenmalige factoren) gecorrigeerde primaire uitgaven 0,8 %. Dat is wel meer dan in de voorgaande drie jaar.

“Als we echt duurzaam willen saneren, moeten we niet in eerste instantie kijken naar het begrotingssaldo maar naar de uitgaven.”

We moeten ons begrotingsbeleid fundamenteel anders sturen. Een netto-uitgavennorm zou een veel betere indicator zijn om de overheidsfinanciën gezond te maken. Die focust immers Uitgavennormenkel op begrotingscomponenten die beleidsmarkers rechtstreeks controleren. De netto-uitgavennorm corrigeert ook onverwachte fluctuaties aan de inkomstenzijde, terwijl ze geen rekening houdt met dalende interestuitgaven, want dit zijn in essentie meevallers. Ook de Europese Commissie is de jongste jaren meer en meer gewonnen voor een netto-uitgavennorm. Nederland werkt al lang met uitgavenkaders.

Daarnaast roept Voka in de studie op om de begrotingscoördinatie tussen de verschillende regeringen beter af te stemmen. Zo zien we dat de verschillende entiteiten en de federale overheid nog steeds geen akkoord hebben bereikt over de individuele begrotingstrajecten. De Europese Raad en de Nationale Bank stellen dit coördinatiedeficit jaarlijks aan de kaak, maar tot op heden zonder resultaat. Hierdoor kan de Hoge Raad van Financiën zijn rol van onafhankelijke begrotingswaakhond onvoldoende spelen, hetgeen de geloofwaardigheid van het begrotingstraject aantast.   

Onze regeringen kunnen volgens Voka inspiratie putten uit het systeem in Duitsland. De financiële ondersteuning in Duitsland is doelgerichter en conditioneler. De werking van de Stabiliteitsraad verloopt gestructureerder dan die van het Overlegcomité. En begrotingsnormering is (grond)wettelijk verankerd in Duitsland. Ook de Europese Unie dringt aan op groter ‘nationaal ownership’ van het begrotingstraject. 

Er ligt dus nog veel werk op de plank. Hoewel we een duidelijke kentering zien, blijft de weg naar een echt gezonde begroting nog lang. De afbouw van het overblijvende structureel tekort (-1,2% bbp) in combinatie met de terechte vraag naar bijkomende investeringen in infrastructuur en O&O zullen sowieso nopen tot besparingen op lopende uitgaven.

Temeer daar de NBB verwacht dat er bij ongewijzigd beleid in de periode 2018-2020 geen structurele verbetering valt te verwachten in de begrotingssituatie.  

De volgende regeringen zullen dus duidelijke keuzes moeten maken. De mate waarin de globale overheidsontvangsten kunnen toenemen is immers nihil. “Het bereiken van een structureel evenwicht vergt daarom vooral nieuwe besparingen in de primaire uitgaven”, zegt ook de Nationale Bank. Een uitgavenorm zou alvast een eerste belangrijke stap zijn om werk te maken van een transparant en ambitieus begrotingsbeleid. Een gefundeerd begrotingsbeleid staat of valt immers met heldere begrotingsregels.

Karl Collaerts - Adviseur Fiscaliteit & Begroting - karl.collaerts@voka.be - 0478 29 69 76

Contactpersoon

Karl Collaerts

Senior Adviseur Fiscaliteit & Begroting

VZW - DigiChambers 2021
VZW - eATA 2021
IMU - btonic
VZW - Take The Lead
ING
SD  Worx