Skip to main content
  • Nieuws
  • Interview met Carina Van Cauter, de eerste vrouwelijke gouverneur van Oost-Vlaanderen

Interview met Carina Van Cauter, de eerste vrouwelijke gouverneur van Oost-Vlaanderen

  • 22/04/2021

“Geef ondernemers a.ub. meer rechtszekerheid.” Het is maar één van de pleidooien van Carina Van Cauter, die een carrière als advocaat combineerde met diepgaand politiek onderzoekswerk in heel diverse domeinen als seksueel misbruik, justitie en erfrecht. “Ik ben meer een doener dan een denker”, zegt de dame die haar nieuwe job van provinciegouverneur bijzonder plichtsgetrouw opneemt.

foto
“We hebben niet alles in de hand – denk maar aan onze gezondheid – maar voor alle dingen die we zelf in de hand hebben, is er altijd een oplossing.”

 

Tekst Sam de Kegel – foto Wim Kempenaers

Soms maakt een gebouw je nederig door zijn grandeur. De ambtswoning van de Oost-Vlaamse gouverneur, op de hoek van de Vlasmarkt en de Baaisteeg, verrast door zijn statigheid en schoonheid. In de achttiende, negentiende en een stuk van de twintigste eeuw huisden er vooraanstaande Gentse families, handelaars en industriëlen. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog kocht de Belgische staat het als ambtswoning voor de gouverneur van Oost-Vlaanderen. 

Op de benedenverdieping nemen we plaats in een van de drie ensuite salons. De ene ruimte vloeit over in de andere. We zijn omsingeld door Vlaamse meesters als Emile Claus, Constant Permeke en Jean Brusselmans. Er hangt ook één buitenbeentje: een zelfportret van kunstenares Liliane Vertessen in een filmische, geënsceneerde vechtpose. “Mocht ze Amerikaanse geweest zijn, ze was wereldvermaard. We moeten meer fier zijn op onze Belgische kunstenaars”, zegt Carina Van Cauter. 

De eerste vrouwelijke gouverneur van Oost-Vlaanderen wikt en weegt haar zinnen. Af en toe ondersteunen haar gesticulerende handen haar woorden. “Het spreekt voor zich dat je de zaken analyseert, maar ik ben eerder een doener dan een denker. Als politicus had ik ook de ‘slechte’ gave om altijd te antwoorden op de vragen die men mij stelde. Ik zag dat als een vorm van respect, zoals je ook naar de burgers luistert en met hun bezorgdheden aan de slag gaat.” 

U bent een dochter van een wielrenner, Emiel Van Cauter. Om met een wielermetafoor te starten: u had geen tijd om rustig op te warmen, maar moest meteen in de wind rijden in coronajaar 2020. Hoe moeilijk was dat?

Carina Van Cauter: “Ik kon me natuurlijk al iets bij deze functie voorstellen, want ik was van 2000 tot 2007 al provincieraadslid en nadien gedeputeerde in het tijdperk van Herman Balthazar en wijlen André Denys. Ik kende het huis dus al een beetje. Als je snel beslissingen moet nemen, is het van belang om je goed te laten informeren en bijstaan. Het virus was niet weg toen ik startte op 1 september 2020, een opflakkering hing in de lucht. Het is onwaarschijnlijk op welke wetenschappelijke deskundigheid wij in onze provincie kunnen beroep doen en hoe bereidwillig iedereen was om zijn expertise te delen. Om in het wielerjargon te blijven, een goed team is cruciaal en op mijn positie zijn mijn compagnons de route de burgemeesters, ook al werk je natuurlijk eveneens binnen het federale noodplan en de Vlaamse bevoegdheden. Eén voor allen, allen voor één, het Wolfpack-gevoel van Quickstep hè (lacht). Ik heb heel snel een wekelijks digitaal overleg ingepland met alle burgemeesters om alle info en opdrachten die we van de federale en Vlaamse overheid, en vanuit wetenschappelijke hoek, de eerste lijn en ziekenhuisnetwerken kregen, te bundelen en te delen, zodat we van elkaar konden leren en elkaar helpen. Dat was zo toen er een tekort aan verplegend personeel was, maar evengoed bij de locatiebepaling van de vaccinatiecentra, bij de quarantainehandhaving door burgemeesters en bij de uitrol van vaccins in woonzorgcentra en ziekenhuizen. Alle burgemeesters wisten dat ze op onze dienst noodplanning konden rekenen om hulp te krijgen. Zo hebben we meer dan 40 woonzorgcentra ondersteund in de zoektocht naar voldoende handen aan het bed.” 

“Er staan zoveel levenswerken op de helling”

Het lijkt wel of we in 2020 de provinciegouverneurs en Provincies als bestuursorgaan herontdekt hebben. Wellicht was het goed om meer in the picture te komen, want zo bewijzen de Provincies ook hun toegevoegde waarde?

“Je moet natuurlijk het onderscheid maken tussen het politieke bestuur op provinciaal niveau en het grondgebied van de provincie Oost-Vlaanderen waar verschillende bestuurlijke niveaus elkaar vinden op het terrein. Voor de burger maakt het echter niet uit of het de Vlaamse, federale of provinciale overheid is die het voortouw neemt om ervoor te zorgen dat er voldoende personeel en vaccins op het terrein zijn. De rol van de gouverneur is om al die bestuurlijke richtingen te coördineren, zowel in crisissituaties maar evenzeer in de dagelijkse werking.” 

Bart Brinckman van De Standaard en anderen zeiden of schreven eerder dat uw functie puur protocollair en zonder enige inhoud is. Voelt u zich dan niet zwaar beledigd? 

“Ik voel me niet aangesproken. Waarom zou ik daarop reageren, niemand heeft daar iets aan. Als er een crisis is, moet men weten dat men de gouverneur kan bellen. Ik word zelf vaak gebeld door burgemeesters als ze ‘met iets zitten’. Dat creëert een vertrouwensband waardoor ik ook op hen kan rekenen als ik hen nodig heb, zoals bij het snel ingrijpen bij clusterbesmettingen. Uiteindelijk ben ik een bruggenbouwer tussen al die bestuurlijke richtingen. Daarvoor moet je diplomatisch maar tegelijk kordaat zijn. Dat impliceert ook maatregelen nemen die niet altijd populair zijn in coronatijd, zoals de occasionele niet-commerciële verkoop verbieden of de Ronde van Vlaanderen laten doorgaan zonder publiek. Maar daardoor hebben we nu wel een wielervoorjaar.” 

(Lees verder onder de foto)

foto

Ondertussen klinkt de schreeuw om hulp van alle mensen die vandaag hun beroep nog steeds niet kunnen uitoefenen, steeds luider. Hoe kijkt u daar naar?

“Ik ben zelf decennialang zelfstandige geweest. In Oost-Vlaanderen vroegen in 2020 29.246 ondernemers een hinderpremie aan, aan 61.577 ondernemers werd een sluitingspremie uitbetaald. Er staan zoveel levenswerken op de helling vandaag. Dat is economisch en mentaal heel moeilijk, maar de cijfers zijn wat ze zijn.”

Tienduizenden werknemers werken ook al langer dan een jaar van thuis uit. Werkgevers waarschuwen dat de bedrijfscultuur beetje bij beetje afbrokkelt…

“Ik ben ervan overtuigd dat thuiswerk niet de heilige graal is. Je mist zoveel: sociale contacten, creatieve uitwisseling van kennis en ervaring, ... Het is belangrijk dat het Overlegcomité nu perspectief geeft, want er is niets zo slopend voor motivatie als het gebrek aan perspectief. Onlangs was ik in de gevangenis van Oudenaarde en de directeur wees me op het belang van een individueel detentietraject voor gedetineerden. Wij voelen als vrije mensen nu ook hoe de beperking van onze vrijheid op ons inhakt en hoe noodzakelijk dat perspectief is. Half april komt er nog een vierde vaccin bij, dan moet de vaccinatiecampagne echt op kruissnelheid komen. Zo snel mogelijk terugkeren naar de werkvloer in veilige omstandigheden is in ieder geval een prioriteit voor mij.” 

Over naar de Oost-Vlaamse economie. Welke troeven heeft Oost-Vlaanderen?

“Bij mijn aantreden als provinciegouverneur zei ik in mijn eerste toespraak: ‘In het oosten komt de zon op.’ Voor heel wat sectoren zijn we richtinggevend, een baken. Kijk naar de techscene met focus op o.a. gezondheid, kijk naar onze innovatiekracht die we weten te valoriseren. We tellen ook twee havens in onze provincie: de grensoverschrijdende fusiehaven North Sea Port en de Waaslandhaven. Uit internationale studies blijkt dat de groeikansen net in die grensgebieden zitten als je de grensbelemmeringen opheft. Onze gedeputeerden weten wat er op het terrein leeft. Ze zijn trekker in reconversietrajecten, het verlenen van vergunningen,… Op logistiek vlak zit Oost-Vlaanderen op een cruciaal kruispunt in Europa, zowel op vlak van weg, spoor en water. Op vlak van spoor zijn er zeker nog missing links, waar verschillende overheden nauw moeten samenwerken.” 

“Ondernemers hebben recht op rechtszekerheid. Punt”

Kan je als provinciegouverneur mee wegen op de realisatie van bovenlokale infrastructurele dossiers zoals de bestaande missing links? 

“Absoluut. De opschaling en ombouw van de R4 is daar een mooi voorbeeld van. Rond die wegen liggen natuurlijk ook gemeenten waar mensen wonen. Je moet naar de belangen van alle actoren kijken en alle departementen betrekken die bevoegd zijn, zoals omgeving, mobiliteit,… Mijn rol als gouverneur is goed naar iedereen luisteren, zorgen dat de zaken vooruit gaan en eventuele conflicten ontmijnen. Een provinciegouverneur moet de violen gelijkstemmen en faciliteren. 

Ik geef graag onze visie op ruimte als voorbeeld. We moeten zeker de onbenutte bedrijfsruimte op onze bedrijventerreinen nog veel meer valoriseren, uiteraard op een duurzame manier. Maar we moeten ook af van de strijd om ruimte en onderzoeken waar we, in de mate van het mogelijke, een verwevenheid van functies toelaatbaar kunnen maken. Vroeger gaf de gewestplanbestemming bijna één op één aan wat kon. Een vergunningsaanvraag gaf bijna altijd aanleiding tot een vergunning. Ondertussen hebben we heel wat sectorale regelgeving die die gewestplanbestemming doorkruist, zoals het Natuur- en Bosdecreet. Voor mij is het een én-énverhaal. Laat ons geïntegreerd nadenken en niet meer in tegenstellingen. Met de Blue Deal verhoogt de Vlaamse regering haar inspanningen in de strijd tegen waterschaarste en droogte. Die deal vereist geen bouwstop of economische stop, maar een heroriëntatie, waarbij we rekening houden met een vertraagde afvoer van ons oppervlaktewater. 60% van ons oppervlaktewater voeren we nu versneld af naar zee. We moeten zorgen voor meer infiltratie ter plekke, zowel in de landbouw als industrie. We moeten ook het proceswater hergebruiken en zelfs zuiveren tot drinkwater. Steeds meer bedrijven liggen daar wakker van. Dit gezegd zijnde, ik ben me er ook van bewust dat die nieuwe beleidsvisies momenteel soms zorgen voor heel wat rechtsonzekerheid.” 

U bent jurist. Die rechtsonzekerheid zorgt inderdaad voor veel kopzorgen bij ondernemers…

“Ondernemers hebben recht op een rechtszekere oplossing. Punt. Dit mag niet de zorg zijn van de ondernemers. Overheden moeten die rechtsonzekerheid aanpakken, zowel in kwaliteit als snelheid. Als gouverneur en getuige op de eerste rij is het mijn taak om knelpunten te signaleren en door te geven aan de bevoegde ministers.” 

Hoe kijkt u eigenlijk naar de huidige regiovorming in Vlaanderen? In het voorstel van de Vlaamse regering wordt Oost-Vlaanderen opgedeeld in vier regio’s. Creëren wij er niet een extra bestuursniveau bij?

“Aan ons, gouverneurs, is gevraagd om het advies van de lokale besturen te faciliteren. Het einddoel is om de bestaande samenwerkingsverbanden in Vlaanderen op een uniforme wijze te organiseren en zo de ‘bestuurlijke verrommeling’ tegen te gaan. Voor alle duidelijkheid: de nieuwe referentieregio’s zullen geen nieuwe bestuurslaag worden. Wat me verheugt bij deze oefening is dat er spontaan een belangrijke groep van gemeentebesturen het provinciale niveau als hoogste voorop heeft gesteld en dat niemand de afbakening van de provincie in vraag heeft gesteld. In die zin zijn we duidelijk meer Oost-Vlaming dan we misschien op het eerste gezicht denken. Ook de deputatie heeft advies gegeven, waarbij ze beklemtoont dat ze de regio’s kan ondersteunen net zoals ze vandaag lokale besturen ondersteunt bij bovenlokale uitdagingen. Denk aan fietssnelwegen, integraal waterbeleid,…Wat de opsplitsing in vier regio’s betreft, heb ik gevraagd aan de Vlaamse regering om verder te onderzoeken of de huidige indeling werkbaar is.” 

(lees verder onder de foto)

foto

Tot slot, dit interview vindt plaats één dag na Internationale Vrouwendag. U heeft zich altijd ingezet voor een gelijkekansenbeleid. Zijn vrouwen erop vooruitgaan?

“Toen ik mijn eerste stappen in de politiek zette, zei mijn man (Johan Van Tittelboom, burgemeester van Herzele, sdk) al: ‘Naast iedere sterke man staat een sterke vrouw. Naast, niet achter. Gelijkwaardigheid gaat niet enkel over sekse, maar ook over afkomst, etc... Talent en hard werken, dat telt. Vroeger was ik een fervent tegenstander van quota, maar als de kloof te groot is vind ik nu dat tijdelijke quota een versnelde inhaalbeweging in gang kunnen zetten. We hebben al een enorme evolutie meegemaakt. Toen ik in het middelbaar zat, in de jaren 70, konden vrouwen nog niet over hun eigen vermogen beschikken. Maar alles kan beter. Vertel me, waarom zitten er nog steeds zo weinig vrouwen in raden van bestuur, er zijn toch competente vrouwen genoeg, niet? In de wielerfederatie zijn de winstpremies voor mannen en vrouwen alvast gelijkgeschakeld (Carina Van Cauter is ook voorzitter van Cycling Oost-Vlaanderen, lid van het bestuursorgaan van Cycling Vlaanderen en lid van de disciplinaire commissie en arbitragekamer van de UCI, red.) Het leven heeft me alvast één ding geleerd: we hebben niet alles in de hand – denk maar aan onze gezondheid – maar voor alle dingen die we wel zelf in de hand hebben is er altijd een oplossing.” 

Carina Van Cauter: van vele markten thuis

1962: geboren in Merchtem

1986: licentiaat in de rechten (KU Leuven), bouwt nadien carrière uit als zelfstandig advocaat tot september 2020. 

2000-2007: provincieraadslid voor Open Vld in Oost-Vlaanderen, nadien gedeputeerde voor milieu, communicatie en toerisme (2004-2006) en voor sport, stedenbouw en personeel (2006-2007). 

2007-mei 2019: lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers voor Open Vld. Jarenlang lid van de commissie seksueel misbruik en de commissie justitie. Hoofdindiener hervorming erfrecht en hervormde mee het huwelijksvermogensrecht. 

Juni 2019 – augustus 2020: Vlaams parlementslid

1 september 2020-heden: provinciegouverneur Oost-Vlaanderen
 

Domestic Services
Banque de Luxembourg
Deloitte
ING
Logo Mensura
Proximus
SD  Worx
BovaEnviro+
G4S
Soundfield
Jobat