Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Internationaal ondernemen: 3 aandachtspunten in tijden van corona
  • 29/04/2020

Internationaal ondernemen: 3 aandachtspunten in tijden van corona

Vlaamse bedrijven mogen weer opstarten en als open economie kijken ze daarbij ook over onze landsgrenzen heen. Maar waar moet je in coronatijden op letten bij export en internationaal ondernemen? Wij lijsten 3 grote aandachtspunten voor ondernemingen op.

1. Internationale dienstenleveranciers

De coronacrisis heeft een veel zwaardere impact op internationaal personenverkeer dan op goederenverkeer. De vele reisrestricties die doorheen de wereld werden doorgevoerd zorgen dan ook vooral voor problemen bij bedrijven die internationale diensten aanbieden. Denk bijvoorbeeld aan een ingenieursbedrijf dat machines on site moet installeren. Zulke bedrijven kunnen door de huidige restrictieve reismaatregelen hun activiteiten vaak niet meer doorvoeren.

Hoewel zulke restrictieve reismaatregelen vanuit een gezondheidszorg perspectief begrijpelijk zijn, lijken heel wat landen allerlei andere regels toe te passen die meer of minder restrictief zijn waardoor het niet altijd duidelijk is voor dienstenleveranciers of zij al dan niet nog hun internationale activiteiten kunnen uitvoeren. Zo laten heel wat landen zoals België wel nog steeds internationaal verkeer binnen een professionele context toe mits het respecteren van verschillende bijkomende voorwaarden die vaak verschillen van land tot land. Dit is helaas ook nog steeds het geval binnen de EU. 

Het gevolg hiervan is dat een dienstenleverancier die volgens de regels van het ontvangende land wel zijn activiteiten mag uitvoeren toch noodgedwongen zijn activiteiten moet staken omwille van de geldende regels in de lidstaat waar hij gevestigd is

Voor de Europese heropstart is het cruciaal dat hier veel meer Europese coördinatie gebeurt om te verzekeren dat internationaal professioneel personenverkeer zeker binnen Europa zoveel mogelijk gevrijwaard kan worden.

2. Toegenomen risico op wanbetaling

Het risico op internationale wanbetalingen is ook een stuk hoger geworden. In normale tijden wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘verhandelbare risico’s’ en ‘niet-verhandelbare risico’s’.

De eerste categorie betreft internationale verkoopstransacties in bijvoorbeeld de EU- en OESO-lidstaten. Daarbij kan de verzekering tegen wanbetalingen tegen een redelijke prijs op de private markt gebeuren.  De tweede categorie betreft de verzekering tegen wanbetalingen in zeer onstabiele landen, waar het risico op wanbetalingen een stuk hoger ligt. In dat laatste geval kan de overheid optreden door staatsgaranties uit te geven.

Maar vandaag is het onderscheid tussen verhandelbare en niet-verhandelbare risico’s minder van toepassing aangezien het risico op wanbetaling in de EU- en de OESO-lidstaten ook een stuk hoger ligt. Hierdoor zouden privékredietverzekeraars hun kredietlijnen aan internationaal actieve bedrijven kunnen terugschroeven om hun blootstelling in te perken.

Op dat vlak heeft de federale regering alvast een belangrijke maatregel genomen. Zo heeft de federale regering een regeling getroffen met de belangrijkste private kredietverzekeraars (Euler Hermes, Coface, Atradius, Credendo XS en Credendo STN) die actief zijn in België, waarbij de uitgifte van kredietverzekering voor verhandelbare risico’s nu ook kan genieten van een staatsgarantie

Concreet betekent dit dat internationale actieve bedrijven minder moeten vrezen dat ze zich niet meer zullen kunnen indekken tegen het risico op wanbetalingen uit het buitenland. Zo is de overheid immers bereid om een deel van het risico te dragen, waardoor kredietverzekeraars minder snel in de problemen zouden komen in geval van een grote stijging in het aantal wanbetalingen.

3. Ongelijke internationale heropstart

Heel wat lidstaten zijn vandaag volop bezig met een gefaseerde heropstart waarbij bepaalde sectoren sneller zullen kunnen opstarten dan andere. Hierbij worden in het algemeen twee grote criteria gehanteerd: enerzijds het risico op infectieverspreiding met betrekking tot de aard van de activiteiten en anderzijds het belang van de activiteit in het economische weefsel van de lidstaat.

Als lidstaten elk apart zo’n gefaseerde herlancering opmaken, is de kans echter zeer reëel dat heel wat bedrijven die wettelijk mogen heropstarten dit toch niet kunnen omdat hun toeleveranciers uit andere lidstaten onder een afwijkend nationaal regime vallen en daardoor hun activiteiten niet kunnen hervatten.

Bovendien dreigt in dat geval ook oneerlijke concurrentie op te treden waarbij bedrijven die op bevel van de overheid nog steeds stilliggen, mogelijk marktaandeel verliezen in het voordeel van concurrerende bedrijven uit andere lidstaten die wel opnieuw mogen opstarten van hun overheid.

Binnen dit kader is het nuttig om enige vorm van coördinatie te verzekeren met betrekking tot welke waardeketens binnen de EU prioritair heropgestart kunnen worden. Zo’n Europese aanpak verzekert een optimale doorstart voor de geïdentificeerde waardeketens doorheen de EU.

Contactpersoon

Gilles Suply

Adviseur Europese Zaken & Internationaal Ondernemen

ING
SD  Worx