Skip to main content
Renovatie
  • 27/03/2019

Innovaties voor meer renovaties

Als Vlaanderen zijn klimaatdoelstellingen wil halen, zal de renovatiegraad van onze gebouwen dringend omhoog moeten. We moeten volop aan de slag om 2,5 miljoen energieverslindende woningen tegen 2050 klimaatneutraal te krijgen. Dat veroorzaakt mogelijks een hogere capaciteitsnood in de bouw. De oplossing schuilt onder meer in industrialisatie en innovatie.

  • Onze gebouwen zijn goed voor een derde van onze CO2-uitstoot. We moeten ons gebouwenpark dus dringend moderniseren.
  • Alle Vlaamse woningen tegen 2050 renoveren, is gelijk aan een renovatieritme van 10 woningen per uur en een investeringsnood van 5 miljard euro per jaar.
  • Om de kosten voor al die renovaties naar omlaag te krijgen en de capaciteitsnood in te vullen, zijn innovatie en industrialisatie cruciaal.

Renovatie van huisOp het vlak van energieverbruik van onze woningen zijn we het derde slechtst presterende land in de EU, met woningen die 40% meer energie verbruiken dan het Europese gemiddelde. Tegelijk daalt de renovatiegraad in Vlaanderen. We zullen dus veel meer dan vandaag moeten inzetten op een beleid voor renovatie om onze gebouwen klaar te maken voor een duurzame toekomst. Dit is tegelijk een grote opportuniteit, want de bouwsector is een sterke en lokaal gebonden waardeketen met een grote opportuniteit tot innovatie en verdere groei. 

Het zal niet verbazen dat ook in de bouwsector de digitalisering razendsnel doorbreekt. Zo is BIM (Building Information Modelling/Management) aan een snelle opmars bezig. Samengevat is BIM een gestructureerde methode om tussen verschillende partijen in een bouwproject gegevens uit te wisselen door het proces door digitale bouwmodellen op te bouwen en te delen, al dan niet via webgebaseerde toepassingen in de ‘cloud’. Deze modellen kunnen gebruikt worden om het project vorm te geven en de uitvoering ervan virtueel voor te bereiden, nog vóór de effectieve uitvoeringsfase.

Deze nieuwe techniek wordt meer en meer gekoppeld aan de inzet van drones, die bestaande gebouwen kunnen opmeten via onder meer laserscanning en deze data als geautomatiseerde input voor BIM-ontwerpplannen ter beschikking stellen. Ze kunnen ook waardevolle informatie opleveren over de staat van het gebouw (via bijvoorbeeld thermografie) waardoor de benodigde renovatieactiviteiten sneller en beter ingeschat kunnen worden. En in de bouwfase zelf wordt dronetechnologie ook meer en meer ingezet bij onder meer landmetingen, gebouwinspecties, bouwsitemonitoring en beveiliging. 

“Het Nederlandse Energiesprong-project drukte de kosten voor diepgaande renovaties van 135.000 naar 65.000 euro op slechts drie jaar tijd.”

Deze opmetingen, al dan niet gekoppeld aan BIM, kunnen op een kostenefficiënte en snelle manier aanleiding geven tot productieplannen voor bijvoorbeeld prefab renovatiegevels of meetstaten voor dakrenovaties. Want in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, zijn prefabricageprocessen al lang niet meer beperkt tot (ver)nieuwbouwprojecten. Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van modulaire gevel- en dakelementen, waar in sommige concepten ook ventilatie- en energietechnieken standaard ingebouwd zijn. En de productiesites waar deze prefab renovatie-elementen samengesteld worden, staan qua innovatie uiteraard zelf ook niet stil. Zo vinden 3D-printtechnologieën er steeds meer opgang. 

Dit brengt ons bij een tweede belangrijk element om de renovaties op te kunnen schalen: meer industrialisatie. In een industriële productiehal kunnen renovatieonderdelen snel, goedkoop en kwalitatief gemonteerd worden. Wanneer ze klaar zijn, kunnen ze op korte tijd en met minimale impact op de bewoners  geplaatst worden. In het buitenland worden met succes proefprojecten gelanceerd die deze optimalisaties verder in kaart brengen. Het Nederlandse Energiesprong-project wist op deze manier kostenreducties voor diepgaande renovaties te bereiken van 135.000 euro naar 65.000 euro op slechts drie jaar tijd! Maar ook Duitsland, Frankrijk en het VK experimenteren hier al volop mee.

Een hardnekkig misverstand daarbij is dat deze modellen niet overgenomen kunnen worden in de Vlaamse context, vanwege de heterogeniteit van onze gebouwen. Maar ook voor individuele woningen biedt industrialisatie, in combinatie met innovatie, een efficiënte oplossing. Dat wordt met succes elders al gedemonstreerd.

Om het potentieel dat in deze oplossingen schuilt te ontsluiten, moeten enkele barrières nog gesloopt worden. Een stabiel en ambitieus langetermijnrenovatiebeleid is in ieder geval een conditio sine qua non. Om de noodzakelijke schaalvoordelen te kunnen capteren, is een stabiele ‘project pipeline’ nodig. Onze buurlanden nemen op dit vlak langzaamaan een voorsprong. Willen we hierin een voortrekkersrol opnemen, dan zal het beleid dus een tandje bij moeten steken, op de volgende manier:

  1. Via renovatieverplichtingen de renovatiegraad optrekken tot een veelvoud van vandaag.
  2. Een EPB 2.0 tot stand brengen, dat innovaties sneller laat inrekenen. De bewijslasten voor producenten in dit kader stroomlijnen en de productnormeringen sneller laten aanpassen aan nieuwe innovaties.
  3. Het vergunningenbeleid moet versoepelen. Tergende en roekeloze procedures sterker ontraden. Binnen het ruimtelijk ordeningsbeleid in het algemeen meer ruimte laten voor een progressief renovatiebeleid (zoals herverkavelingen, collectieve renovaties, sloop- en heropbouwprojecten). 
  4. Energiedienstenleveranciers moeten product/dienst-combinaties met lange doorlooptijden in de markt kunnen plaatsen met voldoende zekerheid voor alle partijen.
  5. De overheid moet als voortrekker in haar bestekken voor de renovatie van publieke gebouwen voldoende ruimte laten voor innovatieve producten en diensten (bijvoorbeeld BIM/TOTEM).
 

Contactpersoon

Klaas Nijs

Senior adviseur energie en klimaat

VZW - vGD
ING
SD Worx