Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Innovatie in Vlaanderen: de absolute top lonkt
Innovatie
  • 30/01/2019

Innovatie in Vlaanderen: de absolute top lonkt

Vlaanderen is in Europa uitgegroeid tot een van de innovatieleiders. We hebben echter het potentieel om de stap te zetten naar de absolute top, zelfs wereldwijd. Vlaanderen moet de ambitie hebben zich te durven meten met Silicon Valley en andere leidende innovatiehubs. De volgende Vlaamse regering moet daartoe minstens 500 miljoen euro extra investeren.

  • Innovatie is een voorwaarde voor langetermijnsucces.
  • Vlaanderen heeft het potentieel om tot de absolute top te horen in Europa en zelfs wereldwijd.
  • De volgende Vlaamse regering moet minstens 500 miljoen euro extra voorzien.

Innovatie lampDe wereld verandert sneller dan ooit. Dat betekent dat je niet alleen de veranderingen in beeld moet hebben en bijblijven, maar dat je voorop moet lopen. Investeren in innovatie is daartoe cruciaal. Innovatie is een voorwaarde voor langetermijnsucces. Bedrijven in Vlaanderen beseffen dat meer dan ooit. Dat blijkt onder meer uit het hoge aandeel innovatieve ondernemingen in Vlaanderen en de enorme investeringen die het Vlaamse bedrijfsleven jaarlijks in onderzoek en ontwikkeling pompt. 

Wat geldt voor individuele bedrijven is eveneens van tel voor een regio in zijn geheel. Als een regio op de lange termijn succesvol en welvarend wil zijn, dan moet die op innovatievlak op kop willen lopen. Wil onze maatschappij haar competitiviteit en tewerkstelling behouden, dan moet de innovatiekracht van de bedrijven worden verhoogd en is het noodzakelijk om een op kennis gebaseerde economie te ontwikkelen. Zeker in Vlaanderen is die stap van levensbelang. Onze grondstoffen zijn immers schaars en de productie met weinig toegevoegde waarde dreigt naar lagelonenlanden te verhuizen. Een kenniseconomie is onze bron van welvaart en werkgelegenheid.

Fors meer investeren in innovatie

Op innovatievlak presteren we in Vlaanderen al heel sterk. Vlaanderen is in Europa uitgegroeid tot een van de innovatieleiders. We behoren dan wel tot de innovatieleiders, maar zijn een van de ‘innovatieleiders min’. We hebben echter het potentieel om de stap te zetten naar de absolute top in Europa, en zelfs in de wereld. Vlaanderen moet de ambitie hebben zich te durven meten met Silicon Valley, Shenzhen, Singapore, Cambridge, Brainport en andere leidende innovatiehubs.  Maar dan moet iedereen een stevige versnelling hoger schakelen en forser inzetten op innovatie.

Dat betekent dat we in de eerste plaats fors meer moeten investeren in innovatie, in onderzoek en ontwikkeling. Die uitgaven stegen de afgelopen jaren trouwens heel sterk, zowel langs bedrijfskant als langs overheidskant. In 2016 spendeerden we alles samen ruim 6,7 miljard euro aan onderzoek en ontwikkeling, goed voor 2,7% van het Vlaamse bbp en ver boven het Europees gemiddelde van 1,94%. De Europese koplopers gaan wel vlot over de Europese norm van 3%. Circa 71% daarvan of ruim 4,7 miljard euro werd door bedrijven gefinancierd. En dat is bijna 2 miljard euro meer dan tijdens de financieel-economische crisis van 2009. Een topprestatie in Europa.
We zitten dus heel dicht bij het halen van de Europese 3%-norm – die Vlaanderen zichzelf nota bene als ambitie had gesteld tegen 2020. Een derde (de 1%-norm dus) van de totale investeringen zouden door de overheid gefinancierd moeten worden. Na de forse budgetimpulsen van de afgelopen jaren overschrijven de publieke bestedingen voor innovatie in 2019 voor het eerst de kaap van 2 miljard euro, goed voor 0,89% van het Vlaamse bbp. We zitten daarmee op een historische piek. 

“Vlaanderen moet de ambitie hebben zich te durven meten met Silicon Valley en andere leidende innovatiehubs.”

De volgende Vlaamse regering moet er daarom resoluut voor kiezen om het resterende gat te dichten en de nodige middelen voorzien om zo snel mogelijk de Europese 1%-norm te halen. Daarvoor zou in de meerjarenbegroting 2020-2024 minstens 500 miljoen euro extra nodig zijn. Als ze gericht ingezet worden, kunnen die extra overheidsmiddelen een positief hefboomeffect op de bedrijfsinvesteringen zetten, zodat ook de privésector zijn bijdrage (2%) zal leveren.

Niet alleen meer, maar ook impactvoller investeren

Maar het is dus niet alleen zaak om zomaar meer te investeren. Het is ook cruciaal dat de extra fondsen veel gerichter worden geïnvesteerd. Een aanzienlijk deel van de huidige overheidsmiddelen gaat naar de financiering van kennisopbouw en het verwerven van nieuwe wetenschappelijke en technologische inzichten, zowel bij de kennisinstellingen als bij het bedrijfsleven. Terecht wordt er veel geïnvesteerd in fundamenteel onderzoek als basis voor de lange termijn, de zeer lange termijn. Alleen al in 2019 komt er 75 miljoen euro bij voor het fundamenteel onderzoek aan de universiteiten, bovenop de 835 miljoen euro uit 2018. Uit een detailanalyse van de besteding van de publieke O&O-middelen blijkt trouwens dat het aandeel van de kennisinstellingen (52%) en de hybride kanalen (28%), waarin kennisinstellingen en bedrijven samen werken, doorheen de jaren verder toeneemt. Het aandeel van de middelen voor de vraaggedreven innovatie-initiatieven van de bedrijven blijft stabiel rond de 12%, ondanks dat het budget voor dergelijke bedrijfsprojecten de laatste vijf jaren in absolute cijfers wel quasi verdubbelde (tot 230 miljoen in 2019). 

Maar Vlaanderen heeft vandaag vooral nood aan onderzoek en ontwikkeling die ons op de kortere termijn kan helpen om de uitdagingen waar we voor staan mee op te lossen. Denken we maar aan de klimaatuitdagingen, de energietransitie, het mobiliteitsvraagstuk of de vergrijzing. En het zijn nu net die middelen voor vraaggestuurd en toegepast onderzoek die de grootste kansen op (economische) valorisatiesucces en impact hebben. Daarom moet de komende jaren het zwaartepunt meer verlegd worden naar de versterking van de ondersteuning van het basis- en toegepast onderzoek. De (extra) publieke innovatiemiddelen moeten dan ook prioritair daaraan besteed worden. De target moet zijn om het relatieve aandeel van de vraaggestuurde instrumenten van de bedrijven in het totale budget te verdubbelen. 

Kennis laten doorstromen naar de kassa

Uit een Europese SWOT-analyse blijkt Vlaanderen heel goed te scoren op het vlak van wetenschap- en kennisopbouw. Die kennisopbouw gebeurt aan de kennisinstellingen, met wetenschappelijk hoog aangeschreven onderzoeksgroepen en onderzoekscentra, en de R&D-centra van onze ondernemingen. Onderzoekers uit beide ‘werelden’ werken vaak nauw samen op het vlak van exploratief, wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe kennis, inzichten en technologieën. Getuige hiervan is bijvoorbeeld het – op internationaal vlak vergeleken – bovengemiddeld aandeel van het onderzoek aan de onderzoekscentra dat door ondernemingen gefinancierd wordt. 
Anderzijds scoren we in Vlaanderen zwak op het omzetten van kennis en kunde naar economische resultaten. We missen dus enorme kansen door de gebrekkige omzetting van de sterke wetenschappelijke basis en kennisopbouw in even sterke economische prestaties. Het komt er dus op aan een politiek te voeren die daar op inspeelt en aan remedieert. 

Voka is ervan overtuigd dat er meer geïnvesteerd moet worden in innovatie. In ons verkiezingsmemorandum doen we enkele voorstellen, ontdek ze op www.durfkiezen.be

Contactpersoon

Full bio of

Vincent Thoen
Vincent Thoen
Senior Adviseur Innovatie
vincent.thoen@voka.be
0495 71 68 09
VZW - NBN
VZW - vGD
ING
SD Worx