Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Inhaalbeweging overheidsinvesteringen moet verder gaan dan Europese middelen
investeren
  • 12/01/2021

Inhaalbeweging overheidsinvesteringen moet verder gaan dan Europese middelen

Deze week zorgt een akkoord tussen de verschillende regeringen over de verdeling van de Europese steun voor opluchting. Nu wordt het essentieel om die steun optimaal in te zetten om onze economie duurzaam te versterken. Minstens even belangrijk is evenwel het besef dat die Europese middelen niet het eindpunt mogen zijn van de extra aandacht voor overheidsinvesteringen. Er blijft nood aan meer volgehouden investeringsinspanningen.  

Corona blijft ons ook in 2021 parten spelen. Maar net als bij eerdere crisissen biedt ook de huidige crisis kansen om onze economie sterker te maken. Een van de positieve gevolgen van de crisis is dat ondertussen zowat al onze overheden het erover eens zijn dat ze veel meer moeten gaan investeren. De gezamenlijke Belgische overheidsinvesteringen horen immers al decennialang bij de laagste van Europa.

De voorbije maanden gaven zowel de federale als de verschillende regionale overheden aan dat ze in het kader van de relance fors meer willen investeren. Vandaag wordt daarbij vooral gekeken naar de middelen die Europa daarvoor ter beschikking wil stellen. Uit de Europese herstelmiddelen is voor België een kleine 6 miljard euro beschikbaar, waarvoor ondertussen een akkoord is over de verdeling.

Het is essentieel om die Europese middelen optimaal in te zetten voor investeringsprojecten die onze economie structureel sterker maken. Daarvoor moeten onze overheden een gezamenlijk investeringsplan uitwerken. De focus moet daarbij liggen op projecten rond digitalisering, mobiliteit en duurzaamheid.

Het is essentieel om de Europese middelen optimaal in te zetten voor investeringsprojecten die onze economie structureel sterker maken.

Bart Van Craeynest

Een goed investeringsplan met die Europese middelen is belangrijk, maar het is minstens even belangrijk om te beseffen dat de investeringsinspanningen daar niet mogen eindigen. Om de achterstand tegenover de rest van Europa goed te maken is meer nodig. Een paar cijfers om dat te illustreren:

  • In 2019 bedroegen de totale overheidsinvesteringen in België 2,6% van het bbp, in Nederland en de Scandinavische landen was dat gemiddeld 4,4% van het bbp. Om die landen bij te benen moeten we jaarlijks (niet éénmalig) ruim 8 miljard euro extra investeren. 
  • Door decennia van onderinvesteringen hoort de Belgische publieke kapitaalvoorraad (de publieke infrastructuur) met 41% van het bbp bij de laagste van Europa. In Nederland en de Scandinavische landen is dat gemiddeld 68% van het bbp. In euro’s van vandaag is dat een verschil van 127 miljard.
  • Amper 5,1% van de Belgische overheidsuitgaven gaat naar investeringen, opnieuw bij de laagste niveau van Europa. In Nederland en de Scandinavische landen is dat gemiddeld 8,8% van het bbp.

 
In België investeren overheden al decennialang te weinig, wat resulteert in een ontoereikende infrastructuur. Dat staat in schril contrast met een belastingdruk die tot de hoogste van Europa behoort. Om onze economie echt sterker te maken, is een stevige inhaalbeweging op het vlak van overheidsinvesteringen aan de orde (naast een pakket van structurele hervormingen). De Europese herstelmiddelen vormen daarbij een startpunt, maar zeker geen eindpunt. Binnen de overheidsuitgaven moet werk gemaakt worden van een structurele verschuiving van lopende uitgaven naar investeringsuitgaven. Hopelijk is corona de katalysator om eindelijk echt werk te maken van een structurele inhaalbeweging in productieve overheidsinvesteringen. 
 

Contactpersoon

Bart Van Craeynest

Hoofdeconoom

IMU_Altez_1/04
ING
SD  Worx